RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.7776
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S. Oukil),
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank van 27 november 2025.1 In die uitspraak staat dat de minister opnieuw moet beslissen op de aanvraag van eiser. De minister heeft zich volgens eiser zich hieraan niet gehouden. Eiser stelt daarom nu beroep in.
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat, wanneer de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit is verstreken, in beginsel een ingebrekestelling is vereist in het geval dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit (voor de eerste maal) beroep wordt ingesteld bij de bestuursrechter. Als de bestuursrechter een besluit van de minister vernietigd, maar geen termijn heeft opgelegd waarbinnen dat besluit moet worden genomen, dan geldt in beginsel dat de wettelijke beslistermijn opnieuw begint vanaf het moment dat
1. ECLI:NL:RBDHA:2025:23968.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
het eerdere besluit is vernietigd.4 Alvorens beroep in te stellen, dient eiser in een dergelijk geval de minister eerst (opnieuw) in gebreke te stellen.5
4. De rechtbank stelt vast dat het besluit op de aanvraag van eiser van 2 oktober 2025 met de uitspraak van 27 november 2025 is vernietigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag van eiser te nemen. Daarbij heeft de rechter geen termijn aan de minister gegeven waarbinnen hij een nieuw besluit moet nemen.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser de minister, na de vernietiging van het besluit op de aanvraag van 2 oktober 2025, niet (opnieuw) in gebreke heeft gesteld. Door het ontbreken van een ingebrekestelling is het beroep niet ontvankelijk. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvraag voldoet namelijk niet aan de eisen voor het instellen daarvan.
6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
4 Zie o.m. ECLI:NL:RVS:2016:2233 en ECLI:NL:RVS:2022:3392.
5 Zie o.m. ECLI:NL:RVS:2021:774, r.o. 20.3.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 april 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.