ECLI:NL:RBDHA:2026:12590

ECLI:NL:RBDHA:2026:12590

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer NL25.63952
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Afwijzing asielaanvraag. Identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk. Terugkeerbesluit. Vluchtelingenstatus Griekenland. Artikel 45 vreemdelingenwet buiten toepassing. Artikel 3 EVRM. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.63952

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),

en

(gemachtigde: mr. D.A.H. de Laat).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Wel vernietigt de rechtbank het terugkeerbesluit. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of het bestreden besluit in stand kan blijven. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Het bestreden besluit

Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen. Eiser stelt dat hij is geboren op [geboortedatum] 2005, de Jemenitische en Somalische nationaliteit heeft en tot de Baa’bakri-bevolkingsgroep behoort. Volgens eiser kan hij niet terugkeren naar Jemen omdat hij daar geen sociaal netwerk en werk heeft en er sprake is van een oorlogssituatie. Volgens eiser kan hij ook niet terug naar Somalië vanwege clanconflicten en algemene onveiligheid.

De minister heeft vastgesteld dat eiser internationale bescherming geniet in Griekenland. Eiser heeft een verblijfsvergunning die geldig is tot 23 april 2028. De minister heeft het asieldossier bij de Griekse autoriteiten opgevraagd. In tegenstelling tot de Griekse autoriteiten beoordeelt de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser als niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen namelijk niet onderbouwd met objectieve documenten. Ook voldoet hij niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder a, b, c en e van de Vw. Eiser heeft geen oprechte inspanning geleverd om documenten over te leggen, en heeft geen goede verklaring voor het ontbreken van documenten. Ook vormen zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser kan daarnaast in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Het asielrelaas van eiser wordt daarom niet inhoudelijk beoordeeld.

De minister heeft eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser valse informatie heeft gegeven, waarschijnlijk ter kwader trouw identiteits- of reisdocumenten heeft vernietigd of weggemaakt, en verklaringen heeft afgelegd die kennelijk vals en tegenstrijdig met geverifieerde informatie over het land van herkomst zijn. De minister heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd waarin staat dat eiser onmiddellijk moet vertrekken naar Somalië, Jemen of elk ander land waar eiser stelt vandaan te komen, en een inreisverbod van twee jaar. Daarnaast is eiser gesignaleerd in het Schengen Informatiesysteem (SIS). Voorafgaand aan de zitting heeft de minister het inreisverbod ingetrokken. Ter zitting heeft de minister ook de SIS-signalering ingetrokken, omdat eiser een verblijfsstatus in Griekenland heeft.

Aannemelijkheid van eisers identiteit, nationaliteit en herkomst

Overleggen van documenten

Eiser voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat eiser niet voorafgaand aan het voornemen door de minister is verzocht om zijn identiteit met meer (objectieve) documenten aannemelijk maken. Daarom was het voor hem redelijkerwijs niet duidelijk dat hij behalve de door hem overgelegde geboorteakte meer documenten had moeten overhandigen om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen. Volgens eiser kan hij niet meer documenten overleggen en verkeert hij in bewijsnood.

De rechtbank volgt het standpunt van eiser niet. In de eerste plaats is het aan eiser om zijn identiteit aannemelijk te maken en daartoe identificerende documenten over te leggen. Daarnaast heeft de gehoorambtenaar eiser tijdens het nader gehoor van 30 april 2025 er op gewezen dat de geboorteakte niet is voorzien van een pasfoto en daarom niet als identiteitsdocument wordt gezien. Ook heeft de minister eiser er op gewezen dat hij mogelijk een paspoort of identiteitskaart kan aanvragen bij de Jemenitische ambassade in [plaats] . Vervolgens is eiser in hetzelfde gehoor nogmaals geadviseerd om zo spoedig mogelijk een paspoort of identiteitskaart over te leggen. Na het nader gehoor zijn bijna zeven maanden verstreken voordat de minister het voornemen heeft uitgebracht. In deze periode heeft eiser zich niet tot de Jemenitische ambassade gewend of anderszins geprobeerd om documenten te verkrijgen. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert en er redelijkerwijs niet van hem verlangd kan worden dat hij identiteitsdocumenten overlegt.

Referentiekader

Eiser voert daarnaast aan dat de besluitvorming onzorgvuldig is omdat de minister eisers referentiekader niet kenbaar in de beoordeling heeft betrokken.

De rechtbank volgt het standpunt van eiser niet. In het bestreden besluit heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat uit het referentiekader niet blijkt dat eiser niet eenduidig kan verklaren over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De minister heeft dit standpunt in zijn verweerschrift aangevuld. Bij de beoordeling van de asielaanvraag heeft de minister rekening gehouden met het feit dat eiser jongmeerderjarig is, de middelbare school heeft gevolgd en als [functie] heeft gewerkt. Ook heeft eiser verklaard dat hij in China heeft gestudeerd om de Chinese taal te leren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het referentiekader van eiser daarmee voldoende in de beoordeling van eisers asielaanvraag betrokken. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiser ook niet heeft onderbouwd waarom eiser vanwege zijn referentiekader niet goed of onvoldoende heeft kunnen verklaren over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst.

Onderzoek naar social media

Eiser voert verder aan dat hij maar zes maanden en niet, zoals de minister stelt, meerdere jaren in China heeft verbleven. Volgens de minister zou dit blijken uit de sociale media van eiser. Eiser heeft niet kunnen beoordelen of de bevindingen van de minister wel kloppen. Van verweerder wordt verwacht dat hij het onderzoek dat is verricht kenbaar maakt.

De rechtbank volgt het standpunt van eiser niet. Uit het dossier blijkt dat de minister het verslag van het onderzoek naar de sociale media van eiser voorafgaand aan de zitting aan het dossier heeft toegevoegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarmee voldoende inzicht in dit onderzoek geboden. Eiser is niet ter zitting verschenen en heeft dit verder ook niet weersproken.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn identiteit, herkomst en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt, waardoor de minister niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van eisers asielaanvraag. De aanvraag is dan ook terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Mocht de minister een terugkeerbesluit opleggen?

Eiser heeft aangevoerd dat de minister hem geen terugkeerbesluit mocht opleggen, omdat hij internationale bescherming in Griekenland geniet. De minister moet met de Griekse autoriteiten in overleg treden over zijn Griekse verblijfsstatus om te beoordelen of hem een terugkeerbesluit kan worden opgelegd.

De minister stelt zich op het standpunt dat het feit dat eiser een Griekse asielvergunning heeft, niet betekent dat hij geen terugkeerbesluit naar het land van herkomst opgelegd kan krijgen. De minister verwijst daarbij naar Informatiebericht (IB) 2025/20. Hierin staat dat wanneer de asielaanvraag van een vreemdeling met een asielstatus in Griekenland wordt afgewezen, een terugkeerbesluit naar het land van herkomst kan worden opgelegd. Een bevel tot terugkeer als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van Richtlijn 2008/115 (hierna: de Terugkeerrichtlijn) is namelijk niet verenigbaar met de situatie in Griekenland. Daarom kan direct een terugkeerbesluit worden opgelegd. Dit betreft een uitzondering op de regel dat aan een derdelander met asielverblijfsrecht in een andere lidstaat geen terugkeerbesluit wordt opgelegd. In zijn verweerschrift en ter zitting heeft de minister deze werkwijze nader toegelicht. Volgens de minister strekt de Terugkeerrichtlijn ertoe om een doeltreffend verwijderings- en terugkeerbeleid te voeren. Daarmee zou zich niet verhouden de situatie dat aan een vreemdeling enerzijds geen bevel tot terugkeer naar een andere lidstaat, en anderzijds geen terugkeerbesluit naar het land van herkomst kan worden opgelegd zolang de betreffende lidstaat het daar toegekende verblijfsrecht niet intrekt. In dit geval kan eiser wegens het verbod op refoulement niet worden opgedragen om terug te keren naar Griekenland vanwege de situatie in Griekenland. Omdat artikel 6, tweede lid van de Terugkeerrichtlijn niet kan worden uitgevoerd, moet worden teruggevallen op het eerste lid van die bepaling en moet aan eiser een terugkeerbesluit worden opgelegd.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft in haar uitspraak van 2 juli 2025 uiteengezet hoe de minister moet omgaan met asielaanvragen van vreemdelingen die door Griekenland zijn erkend als vluchteling, maar niet naar Griekenland kunnen terugkeren. Onder verwijzing naar het arrest QY tegen Duitsland van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) overweegt de Afdeling dat de minister bij de beoordeling van een asielaanvraag niet is gebonden aan de door Griekenland verleende vluchtelingenstatus. Wel moet de minister contact opnemen met de Griekse autoriteiten voordat hij een besluit neemt op de asielaanvraag van een vreemdeling. Bij dit contact moet de minister bij de Griekse autoriteiten navragen op grond waarvan zij aan de vreemdeling de vluchtelingenstatus hebben toegekend. Met deze informatie moet de minister ten volle rekening houden. Onder verwijzing naar het arrest Generalstaatsanwaltschaft Hamm van het Hof overweegt de Afdeling dat de minister de door Griekenland verleende vluchtelingenstatus niet kan intrekken of beëindigen. De minister zal de uitkomst van zijn beoordeling wel met de Griekse autoriteiten moeten delen. Het is vervolgens aan die autoriteiten om te bepalen of zij de toegekende vluchtelingenstatus intrekken.

Gelet op bovengenoemde uitspraak van de Afdeling is de rechtbank van oordeel dat de minister geen terugkeerbesluit kan opleggen aan een vreemdeling die een vluchtelingenstatus in Griekenland heeft, voordat hij de uitkomst van zijn beoordeling met de Griekse autoriteiten heeft gedeeld en de Griekse autoriteiten hebben bevestigd dat zij de vluchtelingenstatus van de vreemdeling zullen intrekken.

De minister heeft, overeenkomstig het door de Afdeling uiteengezette kader, voorafgaand aan zijn beoordeling informatie opgevraagd bij de Griekse autoriteiten over de toekenning van een vluchtelingenstatus aan eiser aldaar. De minister heeft deze informatie ook bij zijn beoordeling betrokken. Uit het bestreden besluit blijkt echter niet dat de minister zijn beoordeling vervolgens met de Griekse autoriteiten heeft gedeeld en hen heeft gevraagd of zij de vluchtelingenstatus van eiser handhaven of intrekken. Ter zitting heeft de minister medegedeeld dat hij de uitkomst van zijn beoordeling heeft gemeld bij de Griekse autoriteiten, maar dat hij vervolgens nog geen antwoord heeft ontvangen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de minister daarom (nog) geen terugkeerbesluit aan eiser mocht opleggen. De rechtbank vernietigt daarom het terugkeerbesluit.

De rechtbank constateert dat met de vernietiging van het terugkeerbesluit een situatie ontstaat die onverenigbaar is met artikel 45 van de Vw. Daarin is immers bepaald dat het besluit waarbij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen, geldt als een terugkeerbesluit. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, zou het echter in strijd zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit het Unierecht als de minister een terugkeerbesluit zou opleggen zonder dat hij de uitkomst van zijn beoordeling met de Griekse autoriteiten heeft gedeeld en zij hebben bevestigd dat zij de vluchtelingenstatus van eiser zullen intrekken. De rechtbank wijst in dit verband op artikel 6 lid 1 en 2 van de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat artikel 45 van de Vreemdelingenwet 2000 in dit geval buiten toepassing moet worden gelaten.

Had de minister moeten onderzoeken of eiser bij terugkeer het risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM?

Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, kon de minister (nog) geen terugkeerbesluit aan eiser opleggen. Het beroep is reeds om die reden gegrond. De rechtbank komt daarom niet toe aan de vraag of de minister bij het opleggen van een terugkeerbesluit moest toetsen of eiser bij terugkeer naar Jemen of Somalië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Conclusie en gevolgen

4. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. De minister had geen terugkeerbesluit mogen opleggen, omdat hij de uitkomst van zijn beoordeling van het asielrelaas niet met de Griekse autoriteiten heeft gedeeld en niet heeft onderzocht of zij bereid zijn om de aan eiser verleende vluchtelingenstatus in te trekken. De afwijzing van de asielaanvraag van eiser blijft wel in stand.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven voor zover die zien op de afwijzing van de asielaanvraag;

- draagt verweerder op om de uitkomst van zijn beoordeling van de asielaanvraag van eiser te delen met de Griekse autoriteiten en te beoordelen wat de reactie van de Griekse autoriteiten betekent voor een eventueel te nemen terugkeerbesluit;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. T.G. Bijvank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand