ECLI:NL:RBDHA:2026:12602

ECLI:NL:RBDHA:2026:12602

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer NL26.26567
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

VK, Pakistan, vovo getroffen dat de minister geen lp-aanvraag mag indienen zolang beroep tegen afwijzing asielaanvraag loopt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.26567

(gemachtigde: mr. L. Sinoo),

en

(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).

Procesverloop

1. De minister heeft op 11 mei 2026 kenbaar gemaakt dat hij op 18 mei 2026 een aanvraag voor een laissez-passer (LP) zal indienen bij de Pakistaanse autoriteiten.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 12 mei 2026 gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen hangende het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag (zaaknummer NL26.12191). Verzoeker wil de indiening van de lp-aanvraag op 18 mei 2026 voorkomen.

De minister heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

De beslissing is telefonisch aan partijen medegedeeld op 15 mei 2026.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechter in de bodemprocedure niet.

3. De voorzieningenrechter neemt spoedeisend belang aan, omdat de indiening van de LP-aanvraag op 18 mei 2026 is voorzien.

4. Verzoeker voert aan dat de indiening van de LP-aanvraag in strijd is met het beginsel van non-refoulement en de doeltreffendheid van het rechtsmiddel van beroep aantast. De bekendmaking van zijn persoonsgegevens bij de Pakistaanse autoriteiten zorgt voor een verhoogd risico. Hij is in Pakistan namelijk geregistreerd als [naam] . [naam] zijn in Pakistan niet veilig en dat heeft hij ook aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Het indienen van de LP-aanvraag openbaart bij de Pakistaanse autoriteiten dat hij zich in Nederland bevindt en door de Nederlandse autoriteiten als uitzetbaar wordt beschouwd. Dit is een aanwijzing voor een asielachtergrond. Bij terugkeer naar Pakistan zal verzoeker op de luchthaven herkend en ondervraagd worden als [naam] die in Nederland om asiel heeft verzocht. Daarmee loopt hij een verhoogd risico.

Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat het in beginsel is toegestaan dat de minister hangende beroep een LP-aanvraag indient, waarbij hij de persoonsgegevens van de vreemdeling verstrekt aan de autoriteiten van het land van herkomst. Die persoonsgegevens en het verstrekken daarvan kunnen onder bepaalde omstandigheden echter wel een asielgerelateerde of anderszins schadelijke strekking of betekenis hebben.

In de asielprocedure heeft de minister geloofwaardig geacht dat verzoeker een uit Pakistan afkomstige [naam] is en dat hij in Pakistan problemen heeft ondervonden omdat hij [naam] is. De minister heeft in het beleid [naam] uit Pakistan als risicoprofiel aangemerkt.

Verzoeker heeft, mede onder verwijzing naar het Algemeen ambtsbericht Pakistan van juli 2024, toegelicht en onderbouwd dat hij in Pakistan als [naam] geregistreerd staat. De minister heeft dit niet betwist, zodat de voorzieningenrechter dit als vaststaand aanneemt.

Verder constateert de voorzieningenrechter, op basis van het Thematisch ambtsbericht over de positie van [naam] en christenen in Pakistan 2017-2020, dat de mogelijkheid bestaat dat (het reizen met) een LP, en dus ook de aanvraag van een LP, de aandacht van de autoriteiten trekt.

Gelet op het voorgaande kan niet worden uitgesloten dat de LP-aanvraag van betekenis is in verband met het beginsel van non-refoulement. De voorzieningenrechter treft daarom de voorlopige voorziening dat de minister geen LP-aanvraag mag indienen bij de Pakistaanse autoriteiten, zolang het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag loopt.

De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- treft de voorlopige voorziening dat de minister geen LP-aanvraag voor verzoeker mag indienen bij de Pakistaanse autoriteiten zolang het beroep loopt;

- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier. De beslissing is telefonisch aan partijen medegedeeld op 15 mei

2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op 15 mei 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.J. Valk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand