ECLI:NL:RBDHA:2026:12604

ECLI:NL:RBDHA:2026:12604

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer NL26.16842
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Chavez-aanvraag. Gegrond beroep. De minister heeft gerede twijfel over de nationaliteit van de minderjarige kinderen, vanwege schijnerkenning. Daardoor heeft de minister een terugmelding naar de gemeente gedaan op grond van de Wet BRP. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister uit moet gaan van de Nederlandse nationaliteit van de minderjarige kinderen. De enkele melding die de minister aan de gemeente heeft gedaan, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.16842

(gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg),

en

(gemachtigde: mr. J.M. Sanchez Rhemrev).

Inleiding en procesverloop

1. Eiseres heeft de Surinaamse nationaliteit en heeft een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsdocument. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 23 juli 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 maart 2026 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Eiseres krijgt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres heeft een EU-verblijfsdocument aangevraagd voor verblijf bij haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (de minderjarige kinderen). Zij beroept zich op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017 (Chavez-Vilchez) en stelt, voor zover hier van belang, dat de minderjarige kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben.

3. De minister heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij twijfels heeft over de Nederlandse nationaliteit van de minderjarige kinderen. Hij heeft daarom op 17 juli 2025 een mededeling aan het college van [plaats] gedaan als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, van de Wet Basisregistratie Personen (BRP). De minister is dan op grond van artikel 1.7, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet BRP niet meer gebonden aan de gegevens uit de BRP. Als eiseres stelt dat de minderjarige kinderen wél de Nederlandse nationaliteit bezitten, kan zij zich tot de rechtbank Den Haag wenden met een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Nu de minister er niet van uitgaat dat de minderjarige kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben, voldoet eiseres niet aan de voorwaarden voor toekenning van een EU-verblijfsdocument.

4. Eiseres voert in beroep aan dat de minderjarige kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben en dat de minister daar in deze procedure van moet uitgaan.

5. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

In Informatiebericht 2023/31, dat richtsnoeren bevat voor de beoordeling naar aanleiding van het arrest Chavez-Vilchez, is onder meer het volgende vermeld:

“Vereist is dat het kind bij wie verblijf wordt beoogd de Nederlandse nationaliteit heeft.

[…]

Zolang het kind en de andere ouder Nederlander zijn, is dat het rechtsfeit waar van uitgegaan dient te worden. In geval er in de toekomst, na een intrekkingsprocedure (al dan niet vanwege het niet nakomen van de afstandsverplichting), geen sprake meer is van de Nederlandse nationaliteit kan daar op dát moment naar worden gehandeld.”

Vaststaat dat de minderjarige kinderen, voordat zij de leeftijd van zeven jaar hebben bereikt, door een Nederlander zijn erkend. Dit betekent dat zij Nederlander zijn geworden op grond van artikel 4, tweede lid, van de RWN. Verder is niet in geschil dat geen verlies van het Nederlanderschap heeft plaatsgevonden als bedoeld in hoofdstuk 5 van de RWN.

Dit brengt mee dat de minister in deze procedure dient uit te gaan van de Nederlandse nationaliteit van de minderjarige kinderen. De enkele melding die de minister aan het college van [plaats] heeft gedaan, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Als volgens de minister sprake is van een schijnerkenning van de minderjarige kinderen, waardoor zij het Nederlanderschap op frauduleuze wijze hebben verkregen, is het aan de minister om de daartoe op grond van de RWN aangewezen procedure te doorlopen voordat hij zich in het kader van de beoordeling van de hier aan de orde zijnde aanvraag op het standpunt kan stellen dat de minderjarige kinderen niet de Nederlandse nationaliteit hebben.

De rechtbank wijst er tot slot nog op dat het college van [plaats] naar aanleiding van de melding van de minister van 17 juli 2025 niet tot aanpassing van de gegevens in de BRP is overgegaan. De minister heeft op 10 maart 2026 een tweede melding gedaan bij het college van [plaats] , maar ook dat heeft niet tot aanpassing van de gegevens in de BRP geleid. In de BRP is dus nog steeds vermeld dat de minderjarige kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben.

De rechtbank ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen, zoals eiseres heeft verzocht.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister binnen vier weken een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt de vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde van € 934 per punt en een wegingsfactor 1). Ook moet de minister het betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 19 maart 2026;

- draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling aan eiser van een bedrag van € 1.868,- aan proceskosten; en

- bepaalt dat de minister het griffierecht van €200,- aan eiseres moet vergoeden;

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

13 mei 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Janssen

Griffier

  • mr. M.M. Tank

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand