[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. F.W. Verbaas),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).
Inleiding
1. Op 9 januari 2026 heeft de minister het verzoek van eiser afgewezen om de vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 56 van de Vw, opgelegd op 29 juli 2025, op te heffen.
Eiser heeft tegen deze afwijzing beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift overgelegd.
De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiser is verschenen op de rechtbank in Groningen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
3. Het beroep van eiser richt zich tegen de e-mail van de minister van 9 januari 2026 waarin het verzoek van eiser om de vrijheidsbeperkende maatregel op te heffen is afgewezen. De rechtbank overweegt dat deze e-mail niet kan worden beschouwd als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, omdat hieruit geen rechtsgevolg voortvloeit. De e-mail is wel aan te merken als een feitelijke handeling, waartegen op grond van artikel 72 Vw bezwaar kan worden gemaakt. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 december 2026 en de uitspraak op het hoger beroep van de Afdeling van 23 februari 2026 waarin de rechtbank respectievelijk de Afdeling zich onbevoegd hebben verklaard. Eiser had bezwaar moeten maken bij de minister tegen de afwijzing van zijn verzoek om opheffing van de artikel 56-maatregel.
4. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om tot een inhoudelijke beoordeling over te gaan en stuurt het beroepschrift door als bezwaarschrift naar de minister op grond van artikel 6:15 van de Awb.
Conclusie en gevolgen
5. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en daarover een uitspraak te doen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. van der Meulen-Postma, griffier.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.