ECLI:NL:RBDHA:2026:12613

ECLI:NL:RBDHA:2026:12613

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer 25.8618
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Asiel, Colombia, genderidentiteit, transvrouw: De rechtbank is van oordeel dat de minister niet inzichtelijk heeft gemaakt wat eiseres’ referentiekader is, dat hij hier rekening mee houdt, hoe hij dat doet en wat dat betekent voor de geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielrelaas.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.8618

[eiseres] , V-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. S. de Schutter),

en

(gemachtigde: mr. J.P. Arts).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 februari 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister met dit besluit bepaald dat eiseres geen verblijfsvergunning regulier krijgt. Verder is eiseres 6 maanden uitstel van vertrek om medische redenen verleend.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, V. Duivesteijn als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij is [eiseres], is geboren op [geboortedatum] 1993 en heeft de Colombiaanse nationaliteit. Zij behoort tot de Wayuu bevolkingsgroep. Haar nicht [naam], die een lesbische seksuele gerichtheid heeft, heeft aangifte gedaan van een verkrachting door haar collega’s op de politieacademie. In 2022 is het verhaal van haar nicht gepubliceerd in een krant en op de website van een radiostation. De nicht van eiseres en haar familie (waaronder eiseres dus) zou naar aanleiding van deze publiciteit bedreigd worden. Daarnaast is eiseres transvrouw en stelt zij zich niet vrij te voelen om zich als zodanig te uiten in Colombia. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat zij vanwege haar genderidentiteit problemen heeft ondervonden in Colombia. In het verleden is eiseres onder andere door familieleden meermaals seksueel misbruikt.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

` De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit, herkomst en genderidentiteit geloofwaardig zijn. De problemen naar aanleiding van de aangifte van de nicht van eiseres worden niet geloofwaardig geacht door de minister. Eiseres heeft haar verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Bij de verdere beoordeling of het asielmotief alsnog geloofwaardig is heeft de minister geconcludeerd dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en d, van de Vw. Vervolgens heeft de minister wat hij wel geloofwaardig acht verder getoetst en daarbij gesteld dat eiseres niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij op grond van haar persoonlijke situatie een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Columbia. Om die reden komt eiseres niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond en dat eiseres geen reguliere verblijfsvergunning zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw krijgt, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden. Zij heeft namelijk geen overige bijzondere, individuele omstandigheden aangevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Het referentiekader

5. Eiseres voert in beroep aan dat in het bestreden besluit ten onrechte niet kenbaar is meegewogen wat het referentiekader van eiseres is en op welke manier het is meegewogen in de beoordeling van haar asielrelaas. Eiseres wijst in dit kader erop dat zij hier in de zienswijze al op heeft gewezen. Verder verwijst eiseres naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 25 februari 2026 en 26 april 2023. In het referentiekader moet de volledige persoonlijke en culturele achtergrond meegenomen worden. Om deze reden mocht de minister niet volstaan met de aanname dat de vreemdeling vanwege haar opleiding in staat zou moeten zijn tot diepgaande persoonlijke verklaringen, zonder de invloed van haar culturele en traumatische achtergrond hierbij te wegen. Met name het trauma dat eiseres heeft opgelopen naar aanleiding van het jarenlang seksueel misbruik en het opgroeien als transmeisje en -vrouw in een machocultuur hebben grote invloed gehad op eiseres. Deze factoren dienen kenbaar te worden betrokken in de beoordeling van haar verklaringen. In de beoordeling van eiseres’ relaas is hier volstrekt onvoldoende of niet op ingegaan. Er wordt door de minister weliswaar gesteld dat er wel rekening is gehouden met het referentiekader, maar zonder kenbaar te motiveren welk referentiekader dat is, is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.

De rechtbank overweegt dat uit de door eiseres aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 25 februari 2026 volgt dat de minister inzichtelijk moet maken dat hij rekening houdt met het referentiekader van de vreemdeling, hoe hij dat doet, en wat dat betekent voor de geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielrelaas.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in zijn besluitvorming onvoldoende kenbaar rekening gehouden met eiseres’ referentiekader. Uit de besluitvorming blijkt namelijk niet wat volgens de minister eiseres’ referentiekader is en op welke wijze hij daarmee in de besluitvorming rekening mee heeft gehouden. De enkele opmerking in het bestreden besluit dat bij de beoordeling van de asielmotieven 2 en 3 rekening is gehouden met haar referentiekader maar dat dit eiseres er niet van ontslaat dat zij samenhangende en aannemelijke verklaringen dient af te leggen, volstaat daarvoor niet. Daarmee heeft de minister namelijk niet inzichtelijk gemaakt wat eiseres’ referentiekader is, dat hij hier rekening mee houdt, hoe hij dat doet en wat dat betekent voor de geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielrelaas. Eiseres stelt daarom terecht dat de besluitvorming niet voldoet aan de uitspraken van de Afdeling van 25 februari 2026 en 26 april 2023. Dat het referentiekader uit het gehoor blijkt en vervolgens is meegenomen bij de beoordeling, zoals de minister ter zitting stelt, volgt de rechtbank niet. Dat tijdens de gehoren met eiseres’ (medische) situatie rekening is gehouden en haar meermalen is gevraagd hoe het met haar ging en haar pauzes zijn aangeboden maakt dit oordeel niet anders. Dit betekent namelijk niet dat de minister in de besluitvorming inzichtelijk heeft gemaakt wat eiseres’ referentiekader is en dat en hoe hij daarmee rekening heeft gehouden. Zoals ook volgt uit de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling, rechtvaardigt het in acht nemen van voornoemde waarborgen tijdens de gehoren niet zonder meer de conclusie dat bij de besluitvorming voldoende rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres.

De beroepsgrond slaagt. Het betreden besluit is op dit punt een onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank zal het bestreden besluit daarom vernietigen wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand kunnen worden gelaten. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister ondanks dat hij daar ter zitting naar is gevraagd nog steeds niet kenbaar en niet deugdelijk onderbouwd wat eiseres’ referentiekader is en op welke wijze daarmee rekening is gehouden in de besluitvorming. De minister heeft op de zitting enkel gesteld dat bij het gehoor en de bestreden besluitvorming rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres. Dat is onvoldoende inzichtelijk zoals de rechtbank reeds hiervoor heeft overwogen. De minister heeft namelijk bij de beoordeling van de verklaringen van eiseres niet kenbaar rekening gehouden met onder andere het van jongs af aan anders zijn en het opgroeien als transmeisje of -vrouw in een machocultuur en onveilige situatie. Ook heeft de minister geen rekening gehouden met het trauma dat eiseres heeft opgelopen doordat zij slachtoffer is geweest van jarenlang en stelselmatig seksueel geweld in haar jeugd door bekenden (broer, ooms en neven) en als volwassene door onbekenden na een Grindr-afspraak.

Omdat de minister het besluit op dit punt niet alsnog van een deugdelijke motivering heeft voorzien, zal de rechtbank de andere beroepsgronden van eiseres niet verder beoordelen. Het beroep is gegrond. Zoals reeds hiervoor overwogen vernietigt de rechtbank het besluit van 17 februari 2025. De minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. De minister moet daarbij inzichtelijk maken hoe hij rekening houdt met eiseres’ referentiekader en wat dat betekent voor de geloofwaardigheid van haar asielrelaas. Ook moet de minister bij een nieuw besluit motiveren of eiseres als transvrouw al dan niet heeft te vrezen voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer in Columbia en zo ja, daarbij aangeven wat dit betekent in het kader van artikel 31, vijfde lid, van de Vw. Verder moet de minister bij een nieuw besluit, indien hij het seksueel misbruik en de behandeling van eiseres als transvrouw in Columbia niet als asielmotief aanmerkt, deze omstandigheden betrekken bij de beoordeling van het risico op refoulement bij terugkeer.

Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze kosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,00 bij een wegingsfactor 1).

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het besluit van 17 februari 2025. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. Eiseres krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze proceskosten betalen.

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt het bestreden besluit van 17 februari 2025;

-draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;

-veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,00 aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Geuze, rechter, in aanwezigheid van mr.E.C.M. Boerboom, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Geuze

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand