ECLI:NL:RBDHA:2026:12621

ECLI:NL:RBDHA:2026:12621

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer NL25.29878
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

beroep, artikel 64 Vw, geen medische noodsituatie, vrees bij terugkeer als gevolg van een mogelijke hogere stem kan in deze procedure geen rol spelen, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.29878

geboren op [datum] ,

van Somalische nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),

en

(gemachtigde: mr. D. Post).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om uitstel van vertrek op grond van medische redenen als bedoeld in artikel 64 van de Vw. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag heeft mogen afwijzen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend om toepassing van artikel 64 van de Vw. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 16 februari 2024 buitenbehandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 4 juli 2025 op het bezwaar van eiser heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en heeft hij overwogen dat eiser geen uitstel van vertrek krijgt.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep, gelijktijdig met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

5. Eiser heeft de minister vanwege zijn medische situatie gevraagd om uitstel van vertrek. De minister heeft dit verzoek, onder verwijzing naar adviezen van het BMA van 5 december 2024 en van 9 mei 2025, afgewezen. Uit beide adviezen volgt dat er geen risico bestaat op een medische noodsituatie.

Mocht de minister afgaan op de BMA-adviezen?

6. Volgens vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter is een advies van het BMA een deskundigenadvies. De minister mag in principe uitgaan van dit advies, tenzij eiser concrete aanknopingspunten aanvoert waarom het advies niet zou kloppen of onvolledig is. Het is aan eiser om die punten naar voren te brengen.

Eiser stelt dat de risico’s op het krijgen van kanker en de gevolgen van een tekort aan testosteron onvoldoende zijn meegewogen. Eiser wijst op de verklaringen in de hoorzitting. Het BMA-advies is daarom onvolledig. Eiser stelt dat in het geval hij geconfronteerd zal worden met een tekort aan testosteron, hij een vrouwelijk voorkomen en een verhoogde stem zal krijgen. Gelet op de maatschappelijke context in Somalië zal hij voor homoseksueel worden aangezien met alle risico’s van dien. Eiser heeft het niet in zijn macht om deze gevolgen te beïnvloeden of te beperken. Het risico op het krijgen van kanker is onaanvaardbaar voor hem. Daarom betoogt eiser dat aan hem uitstel van vertrek had moeten worden verleend.

7. De rechtbank stelt vast dat uit het BMA-advies van 4 december 2024 volgt dat eiser voor het tekort aan testosteron wordt behandeld door een uroloog, dat de behandeling bestaat uit medicatie en periodieke controles en dat deze behandeling van blijvende aard is. Verder blijkt uit dit advies dat bij een achterwege blijven van de behandeling een licht verhoogde kans op het ontwikkelen van zaadbalkanker bestaat, maar dat bij uitblijven van de behandeling geen medische noodsituatie binnen een termijn van drie tot zes maanden wordt verwacht omdat er geen levensbedreigende situatie verwacht wordt. De juistheid van deze conclusie heeft eiser niet met stukken betwist. Dat sprake zou zijn van een onvolledig BMA-advies, omdat de gevolgen van een tekort aan testosteron onvoldoende zouden zijn betrokken en meegewogen, volgt de rechtbank niet. De mogelijke omstandigheden waarop eiser heeft gewezen, dat een tekort aan testosteron er volgens hem voor zal zorgen dat zijn stem hoger wordt, hij zal vervrouwelijken, hij hierdoor in Somalië mogelijk als homoseksueel zal worden aangezien en hij daarom vreest voor de gevolgen daarvan bij terugkeer, spelen in deze procedure die gaat over uitstel van vertrek geen rol. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dit omstandigheden die eiser naar voren kan brengen in een eventueel op te starten asielprocedure. Omdat het BMA geen medische noodsituatie aanneemt bij het achterwege laten van de behandeling en eiser geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid en juistheid van de BMA-adviezen van 5 december 2024 en 9 mei 2025 naar voren heeft gebracht, blijft de afgewezen aanvraag van eiser in stand. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van

A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. van Waterschoot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand