ECLI:NL:RBDHA:2026:12691

ECLI:NL:RBDHA:2026:12691

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 20-05-2026
Zaaknummer SGR 25/8679
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wet compensatie wegens selectie aan de poort, opname in Fraude Signalering Voorziening (FSV), hoogte toegekende compensatie. De toegekende financiële compensatie is conform de wettelijke bepalingen vastgesteld. Eiseres heeft geen recht op een hogere financiële compensatie. Er bestaat in ieder geval geen recht op compensatie voor de jaren waarbij het verzamelinkomen door verweerder niet hoger is vastgesteld dan door eiseres is aangegeven.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

13 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 29 oktober 2025 op het bezwaar van eiseres tegen de beschikking aangifte-selectie (lees: toegekende compensatie) op grond van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2026.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr [medewerker belastingdienst 1] en [medewerker belastingdienst 2].

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

Juridisch kader

1. De inspecteur kent op grond van artikel 2 van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort (de Wet) ambtshalve een compensatie toe aan een belanghebbende, indien hij vaststelt dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

2. Bovengenoemde compensatie wordt vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.

3. In artikel 4, tweede lid, van de Wet is bepaald dat bij het vaststellen van de compensatie rekening wordt gehouden met een bijstelling van het verzamelinkomen naar aanleiding van een verzoek om ambtshalve vermindering, bezwaar dan wel een daaropvolgend beroep tegen de aanslag of navorderingsaanslag.

4. In artikel 5 van de Wet is bepaald dat de inspecteur een aanvullende compensatie toekent indien belanghebbende aannemelijk maakt dat de toegekende compensatie niet toereikend is om het directe nadeel te compenseren dat het gevolg is van de doorwerking van het door de inspecteur gecorrigeerde verzamelinkomen met betrekking tot de verschuldigde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de te ontvangen bedragen inzake inkomensafhankelijke regelingen.

Feiten en overwegingen

5. Eiseres is opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Blijkens de brief van 30 april 2022 van de Belastingdienst /Centrale administratieve processen is aangegeven dat in de situatie van eiseres in de FSV stond dat dit betrekking had op: “

 Belastingjaar 2010, 2011

Inkomstenbelasting

Kosten levensonderhoud, zorgkosten

 Belastingjaar 2012

Inkomstenbelasting

Kosten levensonderhoud, zorgkosten

Uw aangifte was betrokken in project 1043. In dit project werden aangiften gecontroleerd op mogelijke onjuistheden. Op belastingdienst.nl/projectcode1043 vindt u hierover meer informatie.

 Belastingjaar 2013, 2014

Inkomstenbelasting

Uw aangifte was betrokken in project 1043. In dit project werden aangiften gecontroleerd op mogelijke onjuistheden. Op belastingdienst.nl/projectcode1043 vindt u hierover meer informatie.

 Belastingjaar 2016

Inkomstenbelasting

Een nadere specificatie, bijvoorbeeld om welke aftrekpost het ging, ontbreekt omdat deze niet bij de registratie in de FSV stond vermeld.”

6. Eiseres heeft voor de jaren 2012 tot en met 2019 aangiften IB/PVV ingediend.

7. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de aangifte-selectie.

8. Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek heeft met dagtekening 1 juli 2024 verweerder aan eiseres een beschikking aangifte-selectie afgegeven. Daarin is neergelegd dat de Belastingdienst niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen dat de aangifte van eiseres terecht was geselecteerd voor een extra controle en dat, nu wel het verzamelinkomen uit de aangifte is verhoogd door de controle, eiseres daarom een financiële compensatie wordt toegekend van € 665,04, te weten € 489 wegens de wijziging van de aangifte 2014 voor dat bedrag plus een rentevergoeding van € 176,04.

Aan belanghebbende is daarna nog aanvullende compensatie toegekend van € 2.749,92, bestaande uit een verlies/vermindering huurtoeslag over 2014 ten bedrage van

€ 2.022 en een rentevergoeding van € 727,92 (de aanvullende compensatie).

9. In geschil is of de beschikking aangifte-selectie (lees: financiële compensatie) niet juist (te laag) is vastgesteld en of eiseres recht heeft op een hogere financiële compensatie, meer specifiek of zij ook recht heeft op compensatie voor de jaren 2012, 2013 en 2015 tot en met 2019.

De toegekende aanvullende compensatie is hier niet in geschil; die staat na de daartegen gevoerde bezwaarprocedure inmiddels onherroepelijk vast en maakt geen deel uit van de deze beroepsprocedure.

De jaren 2013 en 2015 tot en met 2019

10. De rechtbank stelt voorop dat op grond van de Wet alleen recht op compensatie bestaat indien in de belastingjaren 2012 tot en met 2019 het verzamelinkomen door verweerder hoger is vastgesteld dan door eiseres is aangegeven. Vaststaat dat daarvan voor de jaren 2013 en 2015 tot en met 2019 geen sprake is, zodat eiseres voor die jaren in ieder geval geen recht op financiële compensatie op grond van de Wet.

Aan het verzoek van eiseres om ook voor deze jaren een vergoeding toe te kennen – eiseres bepleit een vergoeding van € 500 per jaar – omdat zij stelt ook in die jaren last te hebben gehad van de opname in de FSV kan dus niet worden tegemoet gekomen. Daarvoor biedt de wettelijke regeling geen ruimte.

Het jaar 2012

11. Voor 2012 is het verzamelinkomen wel hoger vastgesteld. Dat betekent dat voor dat jaar recht op compensatie kan bestaan, en wel indien voor dat jaar dan tevens is voldaan aan het gestelde in artikel 2 van de Wet, waarin de overige voorwaarden zijn neergelegd (zoals hiervoor onder 1 vermeld). Dat betekent dat het daarbij moet gaan om een aangifte die, na een geautomatiseerde zoekopdracht naar uitgaven voor specifieke zorgkosten

als bedoeld in artikel 6.17 van de Wet IB 2001 of aftrekbare giften als bedoeld in artikel 6.32 van de Wet IB 2001, is geselecteerd voor een handmatige beoordeling. Verweerder heeft onweersproken aangevoerd dat na intern onderzoek is vastgesteld dat voor het

belastingjaar 2012 hiervan geen sprake is, en ook uit de gedingstukken en de daarin weergegeven uitworpgegevens van de aangifte over 2012 blijkt niet dat daarvan sprake is. Dat betekent dat de opname in de FSV (de projectcode 1043) niet samenhangt met de selectienorm op grond waarvan de aangifte is gecontroleerd. Dit betekent dat voor het jaar 2012 niet is voldaan aan alle vereisten om voor financiële compensatie op grond van de Wet in aanmerking te komen.

12. Eiseres heeft voor het jaar 2012 dus geen recht op de financiële compensatie. Dat het verzamelinkomen over dat jaar wel is verhoogd, maakt dus niet dat zij daar wel recht op heeft, omdat niet aan alle andere voorwaarden voor de compensatie is voldaan. Verweerder heeft voor ook voor het jaar 2012 dus terecht geen compensatie toegekend.

13. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat zij meent dat uit de brief van 1 juli 2024 betreffende de beschikking aangifte-selectie volgt dat zij ook voor het jaar 2012 recht heeft op de compensatie, omdat ook in dat jaar het verzamelinkomen hoger is vastgesteld door verweerder. Volgens eiseres blijkt uit die brief niet, althans in ieder geval niet duidelijk, dat die enkel betrekking heeft op (de aanslag IB/PVV over) het jaar 2014. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. In die brief is namelijk specifiek opgenomen de passage: “Wilt u bekijken om welke aangifte het gaat en hoe de compensatie is berekend? Lees dan de bijlage bij deze brief. De bijlage maakt onderdeel uit van de beschikking.” In de bewuste bijlage is vervolgens duidelijk weergegeven en uiteengezet dat de toegekende compensatie enkel en geheel is gekoppeld aan de aangifte inkomstenbelasting 2014, waarbij ook cijfermatig inzichtelijk is gemaakt dat de toegekende compensatie volledig samenhangt met de extra controle van die aangifte. Het is daarmee duidelijk dat in die brief enkel compensatie wordt toegekend in verband met de aangifte inkomstenbelasting 2014. Daarmee is impliciet gelijk ook beslist dat voor de andere jaren – waaronder 2012 – geen recht bestaat op de compensatie, hetgeen ook terecht is (zie hiervoor). Eiseres heeft de brief van 1 juli 2024 redelijkerwijs ook niet ruimer mogen uitleggen en heeft daaruit dus ook niet kunnen en mogen afleiden dat ook voor 2012 recht bestaat op de compensatie. Voor zover eiseres in zoverre een beroep doet op het vertrouwensbeginsel, slaagt dit niet.

Het jaar 2014

14. Voor het jaar 2014 heeft verweerder geconstateerd dat wel is voldaan aan de voorwaarden en dat eiseres voor dat jaar in aanmerking komt voor de compensatie. Overeenkomstig het bepaalde in de Wet heeft verweerder de compensatie vastgesteld op € 489, zijnde het verschil tussen het -uiteindelijk- in de (navorderings)aanslag vastgestelde verzamelinkomen ( € 8.080) en het door eiseres in de aangifte aangegeven verzamelkinkomen ( € 7.591), te vermeerderen met de forfaitaire rentevergoeding van in dit

geval € 176,04 en dus in totaal neerkomend op € 665,04. De aldus vastgestelde en toegekende financiële compensatie is conform de wettelijke bepalingen vastgesteld en daarom terecht en juist.

15. Uit alles wat hiervoor is overwogen volgt dat eiseres geen recht heeft op een hogere financiële compensatie dan bij de beschikking aangifte-selectie is toegekend. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Sahebali, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.J. Kwestro, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).

Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.

Verder vermeldt u ten minste het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/1145
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand