ECLI:NL:RBDHA:2026:12700

ECLI:NL:RBDHA:2026:12700

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 20-05-2026
Zaaknummer NL26.8903
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Vw 2000, Dublinverordening. De minister mag voor Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.8903

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.L.A. Berkelmans).

Inleiding

1. Eiser is van Syrische afkomst. De minister heeft de asielaanvraag van eiser in Nederland met het bestreden besluit van 16 februari 2026 niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de aanvraag. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening gevraagd. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

De rechtbank heeft het beroep op 2 april 2026 op zitting behandeld, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL26.8904). Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regels over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staan in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Nederland heeft Bulgarije verzocht om eiser terug te nemen.1 Bulgarije heeft dit verzoek aanvaard.2 Dat betekent dat

1. Op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening.

2 Op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening.

Bulgarije in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.

Mag voor Bulgarije nog van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan?

4. In zijn eerste beroepsgrond voert eiser aan dat de minister voor Bulgarije niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit mag gaan wegens systeemfouten.3 Eiser voert aan dat hij in Bulgarije is opgesloten, bedreigd en mishandeld, dat de opvangfaciliteiten mensonwaardig zijn en dat de leefomstandigheden erbarmelijk zijn. Ook voert eiser aan dat Bulgarije zich schuldig maakt aan pushbacks.

De rechtbank stelt voorop dat de minister moet uitgaan van het vermoeden dat de behandeling van eiser in Bulgarije in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Dat heet het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om dat vermoeden te weerleggen. Als eiser zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat de minister niet of niet zonder meer van dit vermoeden kan uitgaan, dan dient de minister gemotiveerd aannemelijk te maken dat hij nog altijd van dat vermoeden mag uitgaan.4

Met de minister is de rechtbank van oordeel dat de minister voor Bulgarije nog altijd mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling5 heeft geoordeeld dat de situatie in Bulgarije niet zodanig is dat dit niet langer kan. Daarbij heeft de Afdeling de omstandigheden in de opvangcentra en detentiecentra, de toegang tot rechtsbijstand en de mogelijkheid om een rechtsmiddel in te stellen tegen uitsluiting van opvang beoordeeld.6 Ook heeft de Afdeling geoordeeld dat er geen aanknopingspunten zijn dat Dublinclaimanten een reëel risico lopen om slachtoffer te worden van pushbacks.7 De Afdeling heeft hierbij onder meer informatie uit de rapporten van Asylum Information Database (AIDA) over 2021 (verschenen in februari 2022),8 2022 (verschenen in maart 2023),9 2023 (verschenen in april 2024)10 en 2024 (verschenen in maart 2025)11 beoordeeld. Ook heeft de Afdeling het rapport van Lighthouse Reports, ‘Europe’s Black Sites’ van 8 december 2022 meegewogen.12 Eiser heeft ook verwezen naar deze stukken.13 Hij heeft echter niet concreet gemaakt waarom het oordeel voor hem anders zou moeten zijn.

Eiser heeft daarnaast verwezen naar het rapport van Matteo.14 Volgens hem blijkt hieruit dat alleenstaande mannen in Bulgarije geen opvang wordt geboden en dat hiertegen

3 Artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening.

4 ECLI:NL:RVS:2024:3455, r.o. 4.1-4.4.

5 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6 ECLI:NL:RVS:2025:2387, r.o. 1, met verwijzing naar ECLI:NL:RBDHA:2025:17552, r.o.

8.2.

7 ECLI:NL:RVS:2023:3133, r.o. 4.4-4.10.

8 ECLI:NL:RVS:2023:3806.

9 ECLI:NL:RVS:2023:3133. In deze uitspraak is vermeld dat het AIDA-rapport in maart 2022

is verschenen, maar dat is een vergissing (zie ECLI:NL:RVS:2024:870, r.o. 5).

10 ECLI:NL:RVS:2024:2647.

11 ECLI:NL:RVS:2025:5536.

12 ECLI:NL:RVS:2023:3133.

13 Met uitzondering van het AIDA-rapport over 2022.

14 Ökumenisches Netzwerk Asyl in der Kirche NRW Asyl in der Kirche Berlin-Brandenburg matteo – Kirche und Asyl, ‘Abgeschoben aus Deutschland nach Bulgarien: Systematische Verelendung im Transitland – kein Bett, kein Brot, keine Seife’, 29 januari 2025.

geen effectief rechtsmiddel openstaat. De rechtbank leest die conclusie niet terug op pagina 3 en 4 van het rapport, waar eiser naar heeft verwezen. Bovendien heeft de Afdeling geoordeeld dat er een effectief rechtsmiddel openstaat tegen een weigering om opvang te bieden.15 Eiser heeft verder aangevoerd dat uit het Matteo-rapport volgt dat de detentieomstandigheden in Bulgarije erbarmelijk zijn. Met de minister is de rechtbank van oordeel dat van eiser mag worden verwacht dat hij hierover klaagt bij de Bulgaarse autoriteiten.16 Eiser heeft niet gesteld dat hij dat niet kan doen.

Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat hij van mening verschilt met de Afdeling over Bulgarije. Volgens hem is de Afdelingsjurisprudentie gebaseerd op de theorie, maar zakt de situatie in de praktijk door de ondergrens. Volgens eiser wordt de situatie sinds 2015 elk jaar slechter. De rechtbank volgt eiser daarin niet. De Afdeling heeft immers de situatie voor vreemdelingen in Bulgarije beoordeeld aan de hand van de meest recente rapporten over de situatie daar. Eiser heeft geen informatie in het geding gebracht waaruit volgt dat deze rapporten een onjuist beeld schetsen van de situatie of dat de situatie inmiddels wezenlijk is veranderd.

Eiser heeft tot slot aangevoerd dat de minister de geloofwaardigheid van zijn verklaringen over de situatie in Bulgarije had moeten beoordelen. Met de minister is de rechtbank van oordeel dat een geloofwaardigheidsbeoordeling niet aan de orde is in een Dublinprocedure.17 De minister moet wel beoordelen of eiser met zijn verklaringen aannemelijk heeft gemaakt dat er systeemfouten zijn die voor de overdracht relevant zijn. De minister heeft in het bestreden besluit geoordeeld dat de verklaringen van eiser over wat hij heeft meegemaakt in Bulgarije niet tot de conclusie leiden dat de asielprocedure in Bulgarije structurele tekortkomingen kent. De rechtbank volgt de minister daarin. Zo heeft de minister erop gewezen dat eiser bij de Bulgaarse autoriteiten had moeten klagen over zijn behandeling. Dat eiser in het verleden als illegale grensoverschrijder een inhumane behandeling zou hebben gekregen, betekent ook niet dat hij in de toekomst als Dublinclaimant een groter risico op een inhumane behandeling loopt.18 Eiser is immers niet eerder als Dublinclaimant aan Bulgarije overgedragen, zodat zijn verklaringen niets over die situatie zeggen.

Is overdracht van eiser aan Bulgarije onevenredig hard?

5. Eiser voert als tweede beroepsgrond aan dat overdracht aan Bulgarije in zijn geval onevenredig hard is. Hij wijst daarbij op zijn verklaringen over wat hem in Bulgarije is overkomen.

De minister zou kunnen besluiten om het asielverzoek van eiser te behandelen, ook al is hij daartoe niet verplicht op grond van de criteria in de Dublinverordening.19 De minister gebruikt deze bevoegdheid in elk geval als bijzondere, individuele omstandigheden

15 ECLI:NL:RVS:2025:1080, r.o. 1.1.

16 ECLI:NL:RVS:2025:2387, r.o. 1, met verwijzing naar ECLI:NL:RBDHA:2025:17552, r.o.

8.5.

17 ECLI:NL:RVS:2024:3455, r.o. 5.2.

18 ECLI:EU:C:2024:195, punt 64.

19 Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.

maken dat de overdracht van eiser aan Bulgarije onevenredig hard is.20 Het is aan eiser om dit aannemelijk te maken.21

De minister heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat er geen aanleiding bestaat om eisers asielaanvraag inhoudelijk in behandeling te nemen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiser geen (medische) stukken heeft ingebracht om zijn standpunt te onderbouwen dat hij ernstig heeft geleden door wat hem in Bulgarije is overkomen. Eiser heeft daarmee zijn standpunt niet aannemelijk gemaakt.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser kan worden overgedragen aan Bulgarije. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

20 Paragraaf C2/5, tweede bolletje, van de Vreemdelingencirculaire 2000.

21 ECLI:NL:RVS:2025:2745, r.o. 1, met verwijzing naar ECLI:NL:RBDHA:2025:12868, r.o. 9.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Wilts, rechter, in aanwezigheid van J.M. van der Stouwe, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.J. Wilts

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand