RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.L.A. Berkelmans).
uitspraak
Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.8904
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [vestigingsplaats], verzoeker (gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
Procesverloop
Bij besluit van 16 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 april 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep (NL26.8903). Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.8903, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Wilts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
J.M. van der Stouwe, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: