ECLI:NL:RBDHA:2026:12838

ECLI:NL:RBDHA:2026:12838

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer NL25.59284
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Terugkeerbesluit Brazilië is voldoende gemotiveerd. Eiser heeft zijn zienswijze gegeven. Er is geen reden om risico op strijd met non-refoulement beginsel aan te nemen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59284

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

(gemachtigde: mr. N. Joseph).

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser moet terugkeren naar Brazilië.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering kort voorafgaand aan de zitting, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Braziliaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2007.

2. Eiser voert aan dat het terugkeerbesluit onvoldoende is gemotiveerd. Eiser heeft wel voldoende middelen van bestaan omdat hij zijn ticket kan betalen. Verder is eiser ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze bekend te maken. Bij het opleggen van het terugkeerbesluit heeft de minister ten onrechte ook niet beoordeeld in hoeverre het refoulementverbod van artikel 3 van het EVRM wordt geschonden bij terugkeer naar Brazilië. In dit verband verwijst eiser naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 10 april 2025.

3. In het verweerschrift heeft de minister het volgende overwogen. Het terugkeerbesluit is een vaststelling van het onrechtmatige verblijf van eiser, waarbij een terugkeerverplichting wordt opgelegd. Het terugkeerbesluit bevat de vaststelling van het illegaal verblijf, de terugkeerverplichting, de termijn voor vertrek en het land waarnaar de vreemdeling moet terugkeren. Het bestreden besluit is daarom voldoende gemotiveerd, zo stelt de minister. Voor zover eiser heeft gesteld dat hij wel over voldoende middelen van bestaan beschikt, volgt de minister eiser niet. De omstandigheden dat eiser geen woonadres heeft en niet zeker weet of hij voldoende geld heeft om een ticket te kopen, zijn voor de minister indicaties dat eiser onvoldoende middelen van bestaan heeft. Verder heeft de minister toegelicht dat in het gehoor aan eiser is gevraagd of hij naar Brazilië kan terugkeren, waarop eiser bevestigend heeft geantwoord. Hij heeft geen redenen gegeven waarom hij niet terug zou kunnen keren naar Brazilië. Daarom concludeert de minister dat eiser bij terugkeer geen risico op een behandeling in strijd met het beginsel van non-refoulement.

4. Hetgeen de minister in het verweerschrift heeft gesteld heeft eiser, nu hij en zijn gemachtigde niet op zitting zijn verschenen, niet weersproken. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het terugkeerbesluit voldoende is gemotiveerd en dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat het terugkeerbesluit in strijd is met het beginsel van non-refoulement. Ook is niet gebleken dat eiser geen zienswijze heeft kunnen geven. De beroepsgronden slagen niet.

5. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de minister het terugkeerbesluit terecht heeft opgelegd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. Loman

Griffier

  • mr. A. Wilpstra - Foppen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand