RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59246
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
(gemachtigde: mr. N. Joseph).
Procesverloop
Bij besluit van 10 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister een terugkeerbesluit op grond van artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiseres moet terugkeren naar Brazilië.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2026 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering kort voorafgaand aan de zitting, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres stelt van Braziliaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1975.
Gronden beroep
2. Eiseres heeft aangevoerd dat het opleggen van het terugkeerbesluit in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Eind november 2025 is een vuurwerkbom in de woning gegooid waar eiseres verbleef. De politie kwam en gaf aan dat het geen gevolgen zou hebben voor de verblijfsstatus van eiseres. De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) stond uiteindelijk wel binnen vier dagen op de stoep en heeft een terugkeerbesluit opgelegd. De minister heeft ten onrechte niet onderzocht of eiseres wel veilig terug kan keren naar Brazilië. Verder zijn de zienswijze en de persoonlijke omstandigheden van eiseres onvoldoende meegewogen. Het terugkeerbesluit is ook in strijd met artikel 8 van het EVRM en het belang van het kind [naam] , de kleinzoon van eiseres. Verder is de termijn voor vrijwillig vertrek te kort en is de meldplicht onevenredig belastend. Tot slot heeft eiseres aangevoerd dat het onevenredig is om voor drie van de gezinsleden een bevel om te vertrekken op te leggen en voor de andere drie gezinsleden een terugkeerbesluit.
Verweerschrift
3. In het verweerschrift heeft de minister het volgende overwogen. Het terugkeerbesluit is een vaststelling van het onrechtmatige verblijf van eiseres, waarbij een terugkeerverplichting wordt opgelegd. Het terugkeerbesluit bevat de vaststelling van het illegaal verblijf, de terugkeerverplichting, de termijn voor vertrek en het land waarnaar de vreemdeling moet terugkeren. Het bestreden besluit is daarom voldoende gemotiveerd, zo stelt de minister. Verder heeft de minister toegelicht dat in het gehoor aan eiseres is gevraagd of zij naar Brazilië kan terugkeren. De verklaring van eiseres heeft niet geleid tot zwaarwegende en gegronde redenen om af te zien van het terugkeerbesluit. Voor zover eiseres stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van het kind, overweegt de minister dat het in het belang van het kleinkind is om bij zijn ouders te blijven. Daar wordt aan voldaan omdat de kleinzoon en diens moeder ook moeten terugkeren naar Brazilië. De minister heeft hierover ter zitting nog toegelicht dat inmiddels ook de kleinzoon van eiseres en de moeder van de kleinzoon een terugkeerbesluit hebben gekregen voor Brazilië omdat zij zich niet hebben gehouden aan het eerder opgelegde bevel om te vertrekken naar Portugal. Ook heeft de minister ter zitting toegelicht dat er geen reden is geweest om een langere termijn voor vertrek aan te bieden.
4. Over het beroep op het vertrouwensbeginsel heeft de minister gemotiveerd dat de procedure voorafgaand aan het nemen van een terugkeerbesluit geen afbreuk doet aan de vaststelling dat het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal is en een terugkeerverplichting wordt opgelegd. Daarom treft de beroepsgrond volgens de minister al geen doel.
5. Tot slot heeft de minister aangegeven dat een meldplicht een aparte maatregel is, waarover eiseres kan procederen bij de AVIM.
Oordeel van de rechtbank
6. Hetgeen de minister in het verweerschrift en op de zitting heeft gesteld heeft eiseres, nu zij en haar gemachtigde niet op zitting zijn verschenen, niet weersproken. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het terugkeerbesluit voldoende is gemotiveerd en dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat het terugkeerbesluit in strijd is met het beginsel van non-refoulement. Ook is de zienswijze die eiseres heeft gegeven tijdens het gehoor bij de politie op 10 november 2025 betrokken bij het opleggen van het terugkeerbesluit. Een beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin, alleen al omdat niet is komen vast te staan dat namens de minister een toezegging is gedaan. De minister hoefde ook geen langere vertrektermijn op te leggen, omdat eiseres daartoe geen feiten en omstandigheden heeft gesteld. Over het beroep op artikel 8 van het EVRM overweegt de rechtbank dat de minister bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit niet hoeft te beoordelen of terugkeer in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Daarvoor kan eiseres een aparte aanvraag indienen. Uit het dossier blijkt ook dat eiseres dat heeft gedaan. De beroepsgronden slagen niet.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.