ECLI:NL:RBDHA:2026:12844

ECLI:NL:RBDHA:2026:12844

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer NL25.18095
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Afwijzing aanvraag om een verblijfsvergunning op grond van wedertoelating

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.18095

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. S. Benayad),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van wedertoelating. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een beroepsgrond aan. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van wedertoelating.

De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 20 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 maart 2025 is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 4 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiser heeft zich afgemeld voorafgaand aan de zitting. Eiser zelf was ook niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser is geboren op [geboortedag] 1952 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Hij is in de periode rondom 1981 naar Nederland gekomen als arbeidsmigrant. Eiser voert aan dat hij lang in Nederland heeft gewoond en gewerkt, maar in 2002/2003 de dupe is geworden van onrechtmatig handelen van het UWV. Als gevolg hiervan is hij teruggekeerd naar Marokko en heeft hij zijn verblijf niet op tijd verlengd. Eiser voelt zich niet thuis in Marokko en wil graag terugkeren naar Nederland.

4. Op grond van artikel 3.92, eerste lid, van het Vb 2000 kan de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die:

5. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser niet aan de voorwaarden voldoet van artikel 3.92, eerste lid, van het Vb 2000. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister zijn belangen onvoldoende heeft meegenomen in de afweging. Er is sprake van een zeer schrijnende situatie die hem onevenredig hard treft.

6. De rechtbank overweegt dat uit eisers brief duidelijk naar voren komt dat zijn vertrek uit Nederland hem zwaar is gevallen, en dat hij graag weer in Nederland zou verblijven. Eiser heeft zijn aanvraag op grond van artikel 3.92, eerste lid van het Vb 2000 ingediend. Nu hij niet aan de voorwaarden van dit artikel voldoet, kan zijn beroep (om op grond hiervan een verblijfsvergunning te verkrijgen) niet slagen. Wat betreft de (belangen)afweging, overweegt de rechtbank dat de minister op de zitting terecht heeft toegelicht dat binnen artikel 3.92, eerste lid, van het Vb 2000 geen ruimte bestaat voor een belangenafweging. Dit betekent dat de minister de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van artikel 3.92, eerste lid, aanhef en onder a of b, van het Vb 2000 terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van

mr. W.L. van der Pijl, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B. de Boer

Griffier

  • mr. W.L. van der Pijl

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand