[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres,
mede namens haar minderjarige zoon:
[minderjarige] , V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. S. Aboulouafa).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
Eiseres heeft op 3 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 5 november 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, D.P. Navarete als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eisers legt aan haar asielaanvraag, samengevat weergegeven, het volgende ten grondslag. Eiseres heeft de Venezolaanse nationaliteit. Zij heeft in Venezuela deelgenomen aan demonstraties tegen de regering. Zij wilde ook geen zogenoemde ‘carnet de la patria’ (carnet) aanvragen, wat gevolgen had voor de toegang tot bepaalde voorzieningen. Daarnaast maakte eiseres in haar naaiatelier T-shirts, petten en vlaggen met de Venezolaanse vlag met zeven sterren. Dat is een verboden symbool. De autoriteiten hebben dit materiaal in beslag genomen. De autoriteiten hebben ook herhaaldelijk en tegen de wil van eiseres gebruik gemaakt van haar woning. Op 16 september 2023 zijn militairen haar woning binnengevallen. Daarbij hebben zij een wapen op eiseres gericht, in bijzijn van haar zoontje. De militairen hebben bij die gelegenheid wederom verschillende spullen van eiseres meegenomen, waaronder haar telefoon en laptop. Eiseres heeft zich ook in Nederland politiek geuit op sociale media en door deel te nemen aan demonstraties. Bij terugkeer naar Venezuela vreest zij wederom problemen te krijgen met de autoriteiten vanwege haar politieke overtuiging.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- politieke overtuiging en daaruit volgende problemen.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De politieke overtuiging en de daaruit volgende problemen acht de minister gedeeltelijk geloofwaardig. De minister neemt aan dat eiseres een politieke overtuiging heeft, dat zij heeft deelgenomen aan demonstraties en dat de autoriteiten spullen uit haar naaiatelier hebben meegenomen. De minister volgt echter niet dat eiseres vanwege het ontbreken van een carnet helemaal geen toegang had tot bepaalde voorzieningen.
Volgens de minister betekenen de geloofwaardige asielmotieven niet dat eiseres bij terugkeer een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarbij is van belang dat de werkzaamheden in het naaiatelier en de inbeslagname van spullen van eiseres niet tot strafvervolging hebben geleid. Dat militairen de woning van eiseres zijn binnengedrongen en spullen hebben meegenomen en dat de autoriteiten diverse keren de woning van eiseres hebben gebruikt zonder haar toestemming, is vervelend, maar betekent niet dat haar huis haar is ontnomen. Dat een militair een wapen op haar heeft gericht in bijzijn van haar zoontje, levert geen vervolging of een onmenselijke of vernederende behandeling op. Verder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de autoriteiten op de hoogte zijn van haar uitingen op sociale media en de deelname aan demonstraties, of daarvan op de hoogte zullen raken. Uit de verklaringen van eiseres blijkt verder niet dat zij zich bij terugkeer méér wil uiten. De minister gaat er dus van uit dat eiseres zich vergelijkbaar zou uiten, en dat zij – gezien haar eerdere ervaringen die onvoldoende zwaarwegend zijn – niet te maken krijgt met vervolging.
Standpunt eiseres
6. Eiseres voert aan, kort weergegeven, dat de problemen die zij in Venezuela heeft gehad wel degelijk neerkomen op vervolging, of een rechtstreekse bedreiging met vervolging vormen zoals bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister betwist niet dat zij bij terugkeer dezelfde problemen zal ondervinden. Deze problemen, in combinatie met haar eerdere terughoudendheid, de politieke uitingen in Nederland en de verhoogde aandacht voor terugkeerders, maken dat zij bij terugkeer een gegronde vrees heeft voor vervolging.
Beoordeling
7. De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van vervolging en dat, gelet hierop, de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging. De rechtbank licht dit als volgt toe.
De minister heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat de volgende gebeurtenissen niet in geschil zijn:- de autoriteiten hebben de spullen meegenomen die eiseres in haar naaiatelier had gemaakt;- de autoriteiten hebben de telefoon en laptop van eiseres in beslag genomen;- de autoriteiten hebben de woning van eiseres herhaaldelijk gebruikt zonder haar toestemming;- militairen zijn het huis van eiseres binnengevallen, waarbij zij een wapen op eiseres hebben gericht in bijzijn van haar zoontje;- eiseres had lastig toegang tot bepaalde voorzieningen omdat zij geen carnet had.
Wat betreft de carnet heeft de minister ter zitting het standpunt ingenomen dat het een eigen keuze is van eiseres om deze niet aan te vragen en dat dus geen sprake is van een discriminatoire behandeling. Van eiseres mag verwacht worden dat zij een carnet aanvraagt en dan heeft zij op dezelfde manier toegang tot voorzieningen als anderen, aldus de minister.
De rechtbank volgt de minister hierin niet. De verklaring van eiseres dat de carnet een middel van de autoriteiten is om burgers in de gaten te houden, vindt namelijk steun in het Algemeen Ambtsbericht Venezuela van juni 2020 (AAB). Onder deze omstandigheden mag van eiseres, een tegenstander van het regime, niet worden verwacht dat zij een carnet aanvraagt. De rechtbank stelt verder vast dat niet in geschil is dat eiseres zonder een carnet veel moeilijker toegang heeft tot bepaalde voorzieningen. In het AAB worden in dit verband onder meer voedselpakketten, medicijnen, pensioenen en benzine genoemd. De problemen die eiseres heeft ondervonden vanwege het niet hebben van een carnet, moeten naar het oordeel van de rechtbank worden betrokken bij het beantwoorden van de vraag of sprake is geweest van vervolging.
De rechtbank is op grond van de hiervoor in 7.1 vermelde omstandigheden, in samenhang bezien, van oordeel dat sprake is geweest van vervolging. De autoriteiten hebben over een langere periode op vele momenten grondrechten van eiseres geschonden. De inval in haar woning waarbij een wapen op eiseres is gericht in bijzijn van haar zoontje, vormt bovendien een ernstige schending van haar grondrechten.
Uit artikel 31, vijfde lid, van de Vw volgt dat het feit dat een vreemdeling in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of ernstige schade, of hiermee rechtstreeks is bedreigd, een duidelijke aanwijzing is dat sprake is van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. De bewijslast om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen ligt bij de minister.
De minister heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat de vervolging zich niet opnieuw zal voordoen.
De beroepsgrond slaagt.
8. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van zes weken.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 5 november 2025;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 16 april 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.