ECLI:NL:RBDHA:2026:1294

ECLI:NL:RBDHA:2026:1294

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer NL:TZ:2503550:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzing WSNP. Verzoeker is ondernemer. Verzoeker was niet te goeder trouw ten aanzien van het onbetaald laten van de schulden in de afgelopen drie jaar. Ook in de jaren toen de onderneming winstgevend was, zijn de schuldeisers geheel niet betaald of (deels) afgelost, terwijl in die jaren wel aanzienlijke privé onttrekkingen hebben plaatsgevonden. Beroep op de hardheidsclausule slaagt niet. Van een wijziging van omstandigheden is niet gebleken. Bovendien onvoldoende gebleken van een levensvatbare bedrijfsvoering en voldoende kundig ondernemersschap. De benodigde financiele gegevens daarvoor zijn niet verstrekt. Daarmee onvoldoende aannemelijk dat verzoeker de verplichtingen van de WSNP voldoende zal kunnen nakomen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Toezicht

rekestnummer: NL:TZ:2503550:R-RK

uitspraakdatum: 22 januari 2026

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats],

hierna: [verzoeker].

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.

1. De procedure

[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP, waarbij is verzocht om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering eerder in te laten gaan.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 15 januari 2026. Op de zitting verschenen:

 [verzoeker],

 [naam], schuldhulpverlener van [bedrijfsnaam].

De uitspraak is bepaald op vandaag

2. De beoordeling van het verzoek

[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet. Die voorwaarden zijn dat aannemelijk moet zijn dat [verzoeker] in een problematische schuldensituatie verkeert, dat hij in de afgelopen drie jaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden, en dat aannemelijk is dat [verzoeker] de verplichtingen van de WSNP zal nakomen.

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is dat [verzoeker] in de afgelopen drie jaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden en ook niet dat [verzoeker] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Ook is niet aannemelijk dat [verzoeker] als ondernemer de verplichtingen van de WSNP zal nakomen.

[verzoeker] is ondernemer en heeft te kennen gegeven zijn onderneming te willen voortzetten tijdens het WSNP-traject. Uit het schuldenoverzicht van de belastingdienst van 1 december 2025 dat namens [verzoeker] is verstrekt, blijkt dat in 2023, 2024 en 2025 nog aanzienlijke belastingschulden zijn ontstaan. Het betreft loonheffing, omzetbelasting, inkomstenbelasting en motorrijtuigbelasting. [verzoeker] heeft ter zitting toegelicht dat hij dacht dat hij deze belastingschulden niet hoefde te betalen omdat deze in het WSNP traject gesaneerd zouden worden.

Ter zitting is een beroep gedaan op de hardheidsclausule. [verzoeker] heeft inmiddels budgetbegeleiding en daardoor is volgens hem de situatie nu onder controle.

De rechtbank beoordeelt of de schulden die voortkomen uit de bedrijfsvoering of

zelfstandig beroep, te goeder trouw zijn. In principe is er geen sprake van goeder trouw

indien in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend,

de verzoeker schulden heeft aan het UWV of de Belastingdienst die betrekking hebben

op een opgelegde boete, het niet nakomen van aangifteverplichtingen of het niet

nakomen van verplichtingen tot afdracht van (omzet)belasting.

[verzoeker] heeft in de afgelopen 3 jaar en zelfs nog in 2025 (deels) niet voldaan aan

zijn verplichting tot afdracht van loonheffing en omzetbelasting en is daarom niet te

goeder trouw. De schuldeisers zijn ook in de jaren 2023 en 2024 toen de onderneming

blijkens de overgelegde gegevens wel winstgevend was, in het geheel niet betaald of

(deels) afgelost, terwijl in die jaren wel aanzienlijke privé onttrekkingen lijken te

hebben plaatsgevonden. [verzoeker] was daarom ook niet te goeder trouw ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden gedurende die jaren.

Het beroep op de hardheidsclausule slaagt niet. [verzoeker] wil zijn onderneming

voortzetten. Op de zitting is duidelijk geworden dat de budgetbegeleiding van de heer

[verzoeker] de boekhouding van de onderneming niet heeft overgenomen en ook de

belastingaanslagen niet betaalt. [verzoeker] heeft wel een externe boekhouder maar

die had hij de afgelopen jaren ook al. Ondanks deze externe boekhouder zijn de laatste

jaren nog belastingschulden ontstaan en zijn schuldeisers onbetaald gelaten terwijl deze, gezien de winst die werd gemaakt, wel (deels) konden worden afgelost. Van een

wijziging van omstandigheden waardoor dit niet meer kan voorkomen, is niet gebleken.

De rechtbank bepaalt of een schuldenaar tot de WSNP kan worden toegelaten wanneer de onderneming wordt voortgezet. Het uitgangspunt is dat een schuldenaar die wil ondernemen alleen wordt toegelaten als hij een realistische begroting van zijn netto verdiencapaciteit overlegt zodat verantwoord kan worden ingeschat of voortzetting in het belang van de boedel zal zijn. Naast het netto bedrag aan verdiencapaciteit, moet ook het (geprognotiseerde) gemiddelde gerealiseerde netto resultaat per maand van het werken als ondernemer door de schuldenaar aannemelijk worden gemaakt. Voor voortzetting is ook vereist dat aannemelijk is dat aan de zijde van de schuldenaar sprake is van een levensvatbare bedrijfsuitoefening en voldoende kundig ondernemerschap. Het voorgaande is onvoldoende gebleken nu de daarvoor benodigde financiële gegevens (waaronder de actuele cijfers over 2025 en onderbouwde prognoses) niet zijn verstrekt. Daarmee is onvoldoende aannemelijk dat [verzoeker] de verplichtingen van de WSNP zal kunnen nakomen.

3. De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [verzoeker] af.

Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met B.A.H. van der Ven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Mundt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?