Beschikking op het op 12 juli 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.J.M. Hamers in Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.S. Dijkstra in ‘s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
Op 24 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 16 september 2022, in die zin dat de moeder verzoekt om met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te worden belast.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad:
- primair:
- subsidiair: een zorgregeling vast te stellen die de rechtbank juist acht.
Beoordeling
Eenhoofdig gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, hierop ook van toepassing. Het gezamenlijk
gezag kan daarom worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt eenhoofdig gezag, omdat er een risico is dat [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders en dit niet binnen afzienbare tijd zal veranderen. Daartoe voert de moeder aan dat er geen contact is tussen de ouders en de moeder niet weet waar de vader verblijft. De vader wordt verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder bedreiging van de moeder. De voorlopige hechtenis van de vader is geschorst onder verschillende voorwaarden, waaronder een contactverbod met de moeder en [minderjarige] . Daarnaast heeft Veilig Thuis geadviseerd dat de moeder geen contact met de vader moet opnemen wegens veiligheidsredenen. De moeder stelt dat de ouders praktisch gezien niet met elkaar kunnen communiceren omtrent [minderjarige] en dat [minderjarige] door voortzetting van het gezamenlijk gezag klem en verloren tussen beide ouders zal raken.
De vader stelt daarentegen dat er geen wijziging van het gezamenlijk gezag dient te volgen, omdat er niet wordt voldaan aan het klemcriterium. Hoewel er inderdaad geen communicatie tussen partijen mogelijk was in de afgelopen periode, was dit om andere reden dan de moeder doet vermoeden. Aan de zijde van de vader is geen onwil tot het onderhouden van het contact met de moeder aangaande gezagsbeslissingen over [minderjarige] . Afgezien van de eerste maanden van 2025 waarin de vader psychisch ontregeld raakte voorafgaand aan zijn aanhouding, is de vader de gehele detentieperiode gewoon bereikbaar geweest. Op dit moment mag de vader geen rechtstreeks contact met de moeder opnemen, maar kan hij medewerking verlenen aan gezagsbeslissingen door tussenkomst van een professional. Daarnaast stelt de vader dat eenhoofdig gezag van de moeder zal leiden tot een nog grotere afstand tussen de vader en [minderjarige] .
De rechtbank overweegt als volgt. Uit alle feiten en omstandigheden volgt dat het noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] is dat de moeder eenhoofdig gezag krijgt. Ten eerste is gezamenlijk gezag praktisch gezien niet uitvoerbaar, omdat er voor de vader een contactverbod geldt ten opzichte van de moeder en [minderjarige] . Daarnaast heeft Veilig Thuis om veiligheidsredenen aan de moeder geadviseerd om alle contacten met de vader te verbreken. Daarnaast hebben de bedreigingen bij de moeder veel angst en trauma teweeg gebracht. De moeder moet hiervoor nog in therapie zal gaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet van de moeder verwacht kan worden dat zij in overleg zal treedt met de vader over [minderjarige] , ook niet als dat per mail gaat en/of via de advocaten. De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag dan ook toewijzen.
Omgangsbegeleiding
Nu de rechtbank het verzoek tot eenhoofdig gezag van de moeder zal toewijzen, wordt in het vervolg van deze beschikking gesproken over ‘omgang’ in plaats van ‘contact’.
De vader wenst de omgangsregeling met [minderjarige] te hervatten, ook al kan de omgang met [minderjarige] vanwege het nu nog geldende contactverbod slechts begeleid plaatsvinden. Tot nu toe werd nog geen hervatting van de zorgregeling geïnitieerd door de reclassering, jeugdzorg of Veilig Thuis. De vader vindt het belangrijk om een goede vader te zijn voor [minderjarige] en wil dan ook graag omgang met hem. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat [minderjarige] de vader ook graag wil zien. De moeder vindt het ook belangrijk dat er omgang is tussen de vader en [minderjarige] . De moeder is, net als de vader, van mening dat deze omgangsmomenten begeleid dienen te worden door een professionele instantie. De Raad heeft op de zitting aangegeven dat de professionele instantie ook contact kan leggen met de hulpverleningsinstantie van [minderjarige] , zodat kan worden afgestemd hoe de omgang op een goede manier kan worden opgebouwd.
Op de zitting hebben partijen de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Omgangsbegeleiding, waarbij de uitvoerende hulpverleningsinstantie de omgang tussen [minderjarige] en de vader zal begeleiden. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan het traject Omgangsbegeleiding, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 25 maart 2026 al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking ook per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
BeslissingDe rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 16 september 2022 –:
*
bepaalt dat voortaan aan de moeder het eenhoofdig gezag zal toekomen over de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ;
*
stelt vast dat de partijen, te weten:
[de moeder]
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de vader]
wonende op [adres] in [plaats] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
bepaalt dat de griffier na ontvangst van de rapportage van een niet positief verlopen traject een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren
en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.