ECLI:NL:RBDHA:2026:13073

ECLI:NL:RBDHA:2026:13073

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer C/09/679745 / FA RK 25-850
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

scheiding met nevenvoorzieningen

Uitspraak

Scheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 4 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[verzoekster] ,

hierna te noemen [verzoekster] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.E.M. Beijersbergen te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende] ,

hierna te noemen [belanghebbende] ,

met een bij de rechtbank bekend briefadres,

advocaat: nu zonder advocaat, daarvoor mr. R. Shahbazi te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

Op 17 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat. [belanghebbende] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2017 te [plaats] , [land] .

- Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende de uitsluiting van elke gemeenschap van goederen.

Verzoek en verweer

Het verzoek zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met een nevenvoorziening tot afwikkeling van de huwelijksgemeenschap in die zin dat de inboedelgoederen die zich bevinden in de woning aan de [adres] als gezamenlijk eigendom dienen te worden beschouwd, de in productie 8 genoemde inboedelgoederen aan [verzoekster] dan wel [belanghebbende] worden toegedeeld, zonder nadere verrekening van de waarde;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

[belanghebbende] voert – onder referte voor het overige –op dit moment nog verweer tegen de verzochte afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Bovendien heeft [belanghebbende] , zelfstandig verzocht om de echtscheiding en te bepalen dat:

- de inboedel aan [belanghebbende] wordt toegedeeld, voor zover [verzoekster] deze niet wenst over te kopen;

- dat [verzoekster] een deel van de aanbetaling van de woning in Spanje aan [belanghebbende] zal vergoeden, waarvan minimaal de helft, te weten € 20.000,-;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.

Echtscheiding

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu beide echtgenoten de Nederlandse nationaliteit hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.

De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

[verzoekster] heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. [belanghebbende] heeft dit niet betwist en zelfstandig ook om de echtscheiding verzocht, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).

Krachtens artikel 3 van het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130, wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het Nederlandse recht, nu de echtgenoten dat interne recht vóór het huwelijk hebben aangewezen als het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht.

Inhoudelijke beoordeling

Partijen hebben op 26 mei 2017 huwelijkse voorwaarden opgemaakt. In artikel 1 van deze huwelijkse voorwaarden zijn partijen overeengekomen dat zij elke gemeenschap van goederen hebben uitgesloten. In de huwelijkse voorwaarden hebben partijen verklaard dat de vermogensrechtelijke gevolgen van hun huwelijk zullen worden beheerst door het Nederlandse recht.

Artikel 2 bepaalt dat:

“1. De roerende zaken en rechten aan toonder die behoren tot het beroeps- of bedrijfsvermogen van een echtgenoot worden geacht eigendom te zijn van die echtgenoot, behoudens tegenbewijs.

2. de bij het einde van het huwelijk aanwezige kleding en lijfsieraden zijn eigendom van de echtgenoot bij wie deze in gebruik zijn of tot wiens gebruik deze zijn bestemd, zonder enige verrekening, en worden voor zover nodig nu voor alsdan door de ene echtgenoot aan de andere geleverd, welke levering wordt aanvaard, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen. Het voorgaande geldt niet voor de sieraden die krachtens erfrecht, door schenking of reeds voor het huwelijk door een van beiden zijn verkregen. Deze sieraden worden geacht eigendom te zijn van degene die ze verkreeg.

3. Registergoederen, effecten en vorderingen behoren toe aan de echtgenoot op wiens naam zij staan.

4. Van alle overige goederen zullen partijen ten opzichte van elkaar de verkrijging met alle middelen kunnen bewijzen. Tegenover derden echter zullen de eventuele aanbrengensten ten huwelijk van rechten aan toonder en zaken die geen registergoederen zin, slechts bewezen kunnen worden door vermelding in deze akte van huwelijkse voorwaarden of op een daaraan gehechte beschrijving.

5. In alle gevallen waarin geschil bestaat aan wie van partijen een recht aan toonder, of een zaak die geen registergoed is, toebehoort en waarin geen van beiden zijn recht op dit goed kan bewijzen, wordt dat goed als gemeenschapsgoed aangemerkt, in het geval dat tussen de echtgenoten een gemeenschap bestaat, zal het goed geacht worden aan beiden gezamenlijk, ieder voor de helft, toe te behoren. Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers van de echtgenoten.

6. Een echtgenoot die opzettelijk een tot het eventueel te verrekenen vermogen gehorend goed verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt waardoor de waarde daarvan niet in enige verrekening krachtens deze huwelijksvoorwaarden of krachtens de wet is betrokken, dient de waarde daarvan niet te verrekenen, maar geheel aan de andere echtgenoot te vergoeden.”

In artikel 12 is bepaald dat:

“door de comparante [belanghebbende] worden ten huwelijk aangebracht:

De comparanten verklaren geen prijs te stellen op enige nadere specificatie van hun aanbrengsten bij het begin van het huwelijk.”

Inhoudelijke beoordeling

Partijen hebben naar voren gebracht dat de inboedel uit de echtelijke woning verdeeld moet worden. Daarnaast stelt [belanghebbende] een tweetal vorderingen te hebben op [verzoekster] .

Inboedel

[belanghebbende] stelt dat de inboedel aan haar toekomt nu zij alles heeft bekostigd. Nu [verzoekster] betwist dat [belanghebbende] de inboedel heeft aangeschaft en dat het aan haar toekomt en [belanghebbende] heeft nagelaten dit te bewijzen, zal de rechtbank conform de huwelijkse voorwaarden oordelen dat de inboedel aan partijen gezamenlijk, ieder voor de helft, toebehoort. De rechtbank zal in dat kader bepalen dat partijen om en om de inboedelgoederen mogen kiezen die zij wensen te behouden, waarbij [verzoekster] de eerste keuze heeft. De rechtbank merkt in dat kader nog op dat de inboedel enkel ziet op alles wat geen onderdeel van de woning is, dat wil zeggen alles wat niet aard- en nagelvast is. Ook vallen de twee schilderijen, te weten een schilderij voorstellende Adele en een schilderij voorstellende een lotusbloem door Annie Bridges hier niet onder. Deze schilderen komen toe aan [belanghebbende] zoals vastgelegd in artikel 12 van de huwelijkse voorwaarden.

Vorderingen

[belanghebbende] stelt te hebben betaald voor de verbouwing van de keuken en zij vordert nu dat [verzoekster] de helft van het bedrag aan haar vergoed. Daarnaast stelt [belanghebbende] dat partijen voornemens waren te verhuizen naar Spanje. In dat kader is een aanbetaling gedaan van € 40.000,- voor de aanschaf van een woning. Deze aanbetaling is door [belanghebbende] betaalt en [verzoekster] dient de helft ervan te vergoeden.

[verzoekster] betwist dat [belanghebbende] de verbouwing dan wel de aanschaf van de keuken heeft betaald. Ook betwist [verzoekster] dat [belanghebbende] een aanbetaling heeft gedaan voor een woning in Spanje. Het is juist dat partijen voornemens waren te verhuizen naar Spanje, maar het is niet tot een aanbetaling gekomen.

De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank zal de verzoeken van [belanghebbende] afwijzen. [belanghebbende] heeft haar stellingen niet of onvoldoende met stukken onderbouwd, zodat niet is komen vast te staan dat [belanghebbende] de verbouwing van de keuken heeft betaald dan wel sprake is van een aanbetaling voor een woning in Spanje.

Beslissing

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2017 te [plaats] , [land] ;

*

stelt de verdeling van de eenvoudige gemeenschap(pen) als volgt vast:

- de inboedel komt aan partijen ieder voor de helft toe, waarbij zij om en om de inboedelgoederen die zij wensen te behouden zullen kiezen en waarbij [verzoekster] mag beginnen en verklaart deze vaststelling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

*

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.F. Baaij

Griffier

  • mr. N.C. Gantenbein

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand