ECLI:NL:RBDHA:2026:1309

ECLI:NL:RBDHA:2026:1309

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 09/198528-25 en 08/161032-21 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd (artikel 285 Sr), mishandeling van een levensgezel (artikel 300 jo. 304 Sr) en wraakporno (artikel 254ba Sr). Gevangenisstraf voor de duur van 94 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur. Bijzonde voorwaarden. Proeftijd 3 jaar. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij. Toewijzing gedeeltelijke TUL met omzetting naar taakstraf.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/198528-25 en 08/161032-21 (tul)

Datum uitspraak: 27 januari 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2002 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

BRP-adres: [adres 1] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 13 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N. Snoep en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R.J.E. Berfelo naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2025 tot en met 29 juni 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door die [naam] (al dan niet schriftelijk) dreigend de woorden toe te voegen:- "Heb afgeteld. Dusss je bent fucked. Ik hoef jou geen rede te geven. En ik wil je zien rotten",- "Jij gaat. diid. Jij gaat kamkenr dooidoddf",- "Het is officieel klaar. En ik ga vandaag levenslang pakken. Heb echt geprobeerd in te houden. Tijd van praten is voorbij. Ik ben klaar met dreigen dreigen nu ga je voelen",- "schreeuw nog 1 keer en ik maak je dood. Je gaat door. Nu zal je zien. Ik ga jou dood maken. En als ik ooit vrij kom. Neuk ik zoveel wijfen als het maar kan",- "Isgoed nu zal je zien. Jij je moeder. Je zusje. Haar vriend. Je kk oma. Letop ik ben er echt klaar mee. Spelletjes spelen met mij. Ik ga je dood maken. Laatste keer dat ik het zeg. Heledag probeer ik mij in te houden. Jij gaat dood. Let op", en/of- "Je gaat zien ik ga niet eens meer tegen je praten. Je gaat dit niet overleven geloof me. Je gaat vandaag je laatste adem uitblazen." althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of door die [naam] een schaar te tonen en/of deze op haar buik te zetten/ tedrukken;

2hij op of omstreeks 22 juni 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, [naam] heeft mishandeld, door die [naam]-(met een vuist) tegen haar hoofd, armen en/of benen, althans tegen het lichaam te slaan/stompen,- tegen haar benen te schoppen en/of- met een schaar tegen haar arm te krassenterwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

3hij in of omstreeks de periode 25 juni 2025 tot en met 29 juni 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, een of meerdere visuele weergave(n) van seksuele aard, te weten een of meerdere foto's van een persoon, te weten [naam] , waarop die [naam] te zien was met ontblote borsten en/of billen en/of in lingerie, openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [naam] kon zijn.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van al hetgeen ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweren gevoerd, met uitzondering van hetgeen onder feit 1 en 2 ten laste is gelegd met betrekking tot de handelingen met de schaar. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ten aanzien van de bedreiging en de mishandeling met die schaar moet worden vrijgesproken onder beide feiten.

Op specifieke standpunten wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de aangifte, het uitgewerkte spraakbericht en de chatberichten in het procesdossier en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting wettig en overtuigend worden bewezen dat de in die berichten geuite bedreigingen zoals die zijn ten laste gelegd van de verdachte afkomstig zijn. Ten aanzien van de ten laste gelegde bedreiging door de schaar te tonen en tegen de buik van de aangeefster te zetten, overweegt de rechtbank dat er voor de verklaring van de aangeefster op dat punt geen ondersteunend bewijs is, zodat dat deel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Ten aanzien van feit 2

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de aangifte, de foto’s van het letsel, de medische beschrijving van het letsel en de eigen verklaringen van de verdachte wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte de aangeefster in het gezicht heeft geslagen en tegen de benen heeft geschopt.

Hoewel de verdachte heeft ontkend dat hij aangeefster tegen de armen heeft geslagen, acht de rechtbank ook dit onderdeel van de tenlastelegging bewezen. De rechtbank acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar, nu zij consistent en gedetailleerd heeft verklaard. Bovendien vindt haar verklaring in grote mate steun in andere bewijsmiddelen, zoals de chatberichten. Het dossier bevat voorts foto’s van het letsel en een medische letselbeschrijving, die passend zijn bij de verklaring van de aangeefster, zodat dit in een nauw verband staat. Tot slot heeft de verdachte verklaard dat hij ruzie met de aangeefster had, dat hij boos was en dat hij (ander) agressief gedrag heeft vertoond, zoals het slaan in haar gezicht en het schoppen tegen de benen. Dat de aangeefster zichzelf op de armen zou hebben geslagen, zoals door de verdachte ter terechtzitting geopperd, acht de rechtbank onaannemelijk. Het dossier bevat ook geen aanknopingspunten voor deze stelling.

De verdachte en de aangeefster hadden ten tijde van dit feit een relatie, zodat eveneens sprake is van de strafverzwarende omstandigheid dat het geweld is begaan tegen zijn levensgezel.

Ten aanzien van de ten laste gelegde mishandeling door met een schaar tegen de arm van de aangeefster te krassen, overweegt de rechtbank dat er voor de verklaring van de aangeefster op dat punt onvoldoende ondersteunend bewijs is, zodat dat deel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank stelt vast dat de verdachte heeft erkend seksueel getinte foto’s van de aangeefster op een Instagram profiel te hebben geplaatst. De rechtbank heeft op screenshots van dat Instagram profiel waargenomen dat daarop afbeeldingen van de aangeefster in lingerie en met ontblote borsten en billen te zien waren. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het afbeeldingen die een zodanig intiem en seksueel karakter hebben dat die door ieder redelijk denkend mens als privé zouden worden beschouwd. Gelet hierop zijn die afbeeldingen aan te merken als afbeeldingen van seksuele aard.

Voor openbaarmaking is vereist dat iemand zich wendt tot één of meer personen en dat diegene moet hebben gewild de afbeeldingen openbaar te maken. Dit kan zowel fysiek als online plaatsvinden. De verdachte heeft verklaard dat hij de afbeeldingen op Instagram heeft geplaatst om de aangeefster te waarschuwen en haar schrik aan te jagen. Het plaatsen van de afbeeldingen was dus ook zijn bedoeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft hij door zo te handelen de afbeeldingen openbaar gemaakt. De rechtbank merkt op dat het daarvoor niet van belang is of het Instagram profiel openbaar was of op privé stond. Het profiel had meerdere volgers en de afbeeldingen waren daarom in ieder geval voor die volgers zichtbaar. Bovendien waren de verschillende profielfoto’s, waarop de aangeefster met ontblote borsten te zien was, zichtbaar voor eenieder die het profiel bezocht.

Dat de openbaarmaking van dergelijke afbeeldingen nadelige gevolgen kan hebben voor de aangeefster behoeft naar het oordeel van de rechtbank weinig onderbouwing. Het account had volgers; na plaatsing is er geen enkele controle meer mogelijk over die afbeeldingen. Zo ontbreekt ook elk zicht op bij wie die afbeeldingen terecht komen en wat die personen daarmee doen. Dit kan allerlei nadelige gevolgen hebben voor de aangeefster, zowel voor haar eigen psychische gesteldheid vanwege mogelijke angst- en schaamtegevoelens, als voor het beeld wat anderen mogelijk van haar zullen hebben als zij die afbeeldingen onder ogen krijgen. Dit geldt te meer nu in de beschrijving van het profiel, voor iedereen zichtbaar, de naam en het adres van de aangeefster te zien waren .

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot alle ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1hij in de periode van 19 juni 2025 tot en met 29 juni 2025 in Nederland, [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [naam] (al dan niet schriftelijk) dreigend de woorden toe te voegen:- "Heb afgeteld. Dusss je bent fucked. Ik hoef jou geen rede te geven. En ik wil je zien rotten",- "Jij gaat. diid. Jij gaat kamkenr dooidoddf",- "Het is officieel klaar. En ik ga vandaag levenslang pakken. Heb echt geprobeerd in te houden. Tijd van praten is voorbij. Ik ben klaar met dreigen dreigen nu ga je voelen",- "schreeuw nog 1 keer en ik maak je dood. Je gaat door. Nu zal je zien. Ik ga jou dood maken. En als ik ooit vrij kom. Neuk ik zoveel wijfen als het maar kan",- "Isgoed nu zal je zien. Jij je moeder. Je zusje. Haar vriend. Je kk oma. Letop ik ben er echt klaar mee. Spelletjes spelen met mij. Ik ga je dood maken. Laatste keer dat ik het zeg. Heledag probeer ik mij in te houden. Jij gaat dood. Let op", en - "Je gaat zien ik ga niet eens meer tegen je praten. Je gaat dit niet overleven geloof me. Je gaat vandaag je laatste adem uitblazen." althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2hij op 22 juni 2025 te 's-Gravenhage [naam] heeft mishandeld, door die [naam] tegen haar hoofd en armen te slaan en tegen haar benen te schoppen terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

3hij in de periode 25 juni 2025 tot en met 29 juni 2025 in Nederland, meerdere visuele weergaven van seksuele aard, te weten meerdere foto's van een persoon, te weten [naam] , waarop die [naam] te zien was met ontblote borsten en billen en in lingerie, openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [naam] kon zijn.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 94 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd, en een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat hij zich kan vinden in de strafeis van de officier van justitie. Hij verzoekt aan de verdachte een onvoorwaardelijke straf op te leggen conform het voorarrest, met daarbij een voorwaardelijk strafdeel en een taakstraf.

De raadsman heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de context van het feit zeer belangrijk is voor de hoogte van de op te leggen straf. Immers was er sprake van een stormachtige relatie waarbinnen er, van beide kanten, sprake was eindeloos getouwtrek. Het was volgens de raadsman geen eenrichtingsverkeer waarbij de verdachte als enige het conflict zocht. Bovendien heeft de verdachte vanaf het begin verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen door direct bij de politie eerlijk te verklaren over wat hij wél heeft gedaan.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn toenmalige vriendin in haar eigen woning, vele (doods)bedreigingen en het openbaar maken van seksueel getinte foto’s van zijn toenmalige vriendin op een Instagram pagina met meerdere volgers. Door zo te handelen heeft de verdachte haar niet alleen angst aangejaagd, maar ook heeft hij een grove inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit en ook op haar persoonlijke en seksuele integriteit. De verdachte handelde puur uit frustratie en uit wraakgevoelens en heeft hierbij geenszins rekening gehouden met de gevolgen die deze daden voor zijn toenmalige vriendin zouden hebben en de impact die het op haar maakte. Dat deze gebeurtenissen een grote impact hebben op zijn toenmalige vriendin, blijkt ook uit de toelichting op het verzoek tot schadevergoeding dat namens haar is ingediend. Zij heeft nog altijd last van angst- en schaamtegevoelens en is het vertrouwen in de mensen om haar heen voor een groot deel kwijtgeraakt. Dat heeft de verdachte veroorzaakt. Dat rekent de rechtbank de verdachte aan. Dat zijn toenmalige vriendin wellicht ook een aandeel heeft gehad in het creëren van de bij de verdachte bestaande frustraties, maakt dat geenszins anders.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 15 december 2025. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij in de vijf jaar voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten meerdere malen is veroordeeld voor bedreiging en ook voor openlijke geweldpleging en een poging tot zware mishandeling. Voor die laatste twee feiten liep de verdachte bovendien nog in een proeftijd. De verdachte was dus een gewaarschuwd mens, maar heeft zich daar niet door laten weerhouden. Dat rekent de rechtbank hem aan.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 7 augustus 2025, waaruit volgt dat sprake is van problematiek op het gebied van emotie- en agressieregulatie en van een hoog recidiverisico.

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat de verdachte bij [instelling] een stabiele woonomgeving heeft, gemotiveerd is om te veranderen, zich openstelt in gesprekken, goed aanspreekbaar is op zijn gedrag, zich houdt aan zijn afspraken en meewerkt aan het toezicht. De reclassering acht voortzetting van de begeleiding en behandeling noodzakelijk, met bijzondere voorwaarden die zijn gericht op het aanbrengen van structuur, gedragsverandering en het voorkomen van recidive. De reclassering adviseert daarom om de verdachte, bij veroordeling, een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, meewerken aan (en voortzetten van) ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod met de aangeefster, een locatieverbod voor de woning van aangeefster en inspannen voor dagbesteding.

Op 9 januari 2026 heeft de reclassering in een update per e-mail laten weten de positieve houding van de verdachte nog steeds te onderschrijven. Hij woont nog steeds onder begeleiding bij [instelling] , wat goed verloopt. In augustus 2025 is de verdachte begonnen aan een traject bij [zorgverlener] , een ambulant multidisciplinair team dat zorg, begeleiding en behandeling biedt aan forensisch psychiatrische patiënten. Hoewel het behandelplan nog niet is afgerond, is hij al wel gestart met agressieregulatie. De verdachte heeft ter terechtzitting gezegd blij te zijn met deze hulp en daar nu ook de noodzaak van in te zien. Tevens is de verdachte begonnen met de uitvoering van zijn taakstraf, wat in het begin moeizaam verliep vanwege de zorg voor zijn zieke vader, maar inmiddels binnen de gestelde eindtermijn afgerond lijkt te gaan worden.

De op te leggen straf

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt voor een losse bedreiging vermeld een geldboete van € 350,00 en voor een eenvoudige mishandeling met lichamelijk letsel ten gevolge een geldboete van € 700,00. Daarbij wordt de opmerking gemaakt dat voor huiselijk geweld in beginsel geen geldboetes worden opgelegd, maar taakstraffen. Voor het openbaar maken van afbeeldingen van seksuele aard met nadelige gevolgen voor het slachtoffer bestaat geen landelijk oriëntatiepunt. Dit feit weegt voor de strafmaat zwaar mee, nu het rondgaan van deze afbeeldingen op internet nog lange tijd kan voortduren en het daarbij steeds opnieuw gaat om een inbreuk op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer en van aantasting in haar eer en goede naam. Verdachte heeft voorts een groot aantal hele ernstige bedreigingen binnen een korte periode geuit. Tot slot weegt mee dat het slachtoffer als gevolg van de mishandeling letsel heeft opgelopen.

Wel kan aan de verdediging worden toegegeven dat betekenis toekomt aan de omstandigheid dat sprake was van een toxische relatie tussen de verdachte en de aangeefster. Beide partners waren niet in staat om elkaar los te laten, terwijl zij voortdurend met elkaar in conflict kwamen. Hoewel dat onverlet laat dat de verdachte alle grenzen van het betamelijke heeft overschreden, onderkent de rechtbank de complexiteit van die situatie. Daarnaast heeft de verdachte zijn spijt betuigd en al in een vroeg stadium verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. De rechtbank ziet ook de positieve ontwikkeling van de verdachte en zijn meewerkende houding ten opzichte van zijn reeds gestarte behandeling. Dat weegt de rechtbank in het voordeel van de verdachte mee.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

De rechtbank zal een deel van die straf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaren en daaraan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbinden, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 94 dagen passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd, en een taakstraf voor de duur van 120 uur te vervangen door 60 dagen hechtenis wanneer die taakstraf niet, niet geheel of niet naar behoren wordt uitgevoerd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, te weten [naam] . Gelet op het feit dat de verdachte nog in het beginstadium van zijn behandeling voor agressie- en emotieregulatie zit en deze problematiek dus nog niet duurzaam is aangepakt en opgelost, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van art. 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van art. 14c Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

7. De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering

[naam] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.600,00 aan immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij met minimaal de helft moet worden gematigd. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat hoewel de verdachte te ver is gegaan, de benadeelde partij zelf ook een aandeel heeft gehad in het voortduren van de toxische relatie die zij hadden en de manier waarop zij met elkaar omgingen.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank overweegt dat door de benadeelde partij voor alle drie de feiten losse bedragen zijn gevorderd die bij elkaar zijn opgeteld. De rechtbank beschouwt het bewezenverklaarde echter als één samenhangende context waarbinnen de feiten zich hebben voorgedaan. Gelet daarop en op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd en wat in soortgelijke uitspraken is toegekend, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 1.500,00. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.500,00 aan immateriële schade.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 29 juni 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor de bewezenverklaarde strafbare feiten worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door deze feiten aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 1.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 29 juni 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald ten behoeve van [naam] .

8. De vordering tot tenuitvoerlegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering van 8 december 2025 gevorderd dat de bij parketnummer 08/161032-21 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 18 juli 2024 voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van 90 dagen, ten uitvoer wordt gelegd wegens niet naleven van de algemene voorwaarden.

De officier van justitie heeft de vordering tot tenuitvoerlegging ter terechtzitting van 13 januari 2025 gewijzigd in die zin dat de vordering wordt gematigd tot tenuitvoerlegging van 75 dagen gevangenisstraf en dat in plaats van een last tot tenuitvoerlegging ten aanzien van die gevangenisstraf, een taakstraf voor de duur van 170 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis, zal worden gelast.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de ontwikkeling die de verdachte heeft doorgemaakt, goede redenen zijn om de ten uitvoer te leggen gevangenisstraf om te zetten naar een taakstraf van 170 uur.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de – gewijzigde – vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Met de officier en de verdediging ziet de rechtbank voorts aanleiding om de gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf van 170 uur

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 285, 300, 304 en 254ba van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel;

ten aanzien van feit 3:

het openbaar maken van een visuele weergave van seksuele aard van een persoon, terwijl diegene weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 94 (vierennegentig) DAGEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 90 dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- gedurende de proeftijd geen contact legt of laat leggen – direct of indirect – met [naam] , geboren op [geboortedatum 2] 1995, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd niet bevindt bij de woning van aangeefster, [adres 2] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Tactus Reclassering, [adres 3] , op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht. De reclassering neemt contact op met de veroordeelde voor een afspraak;

- zich gedurende de proeftijd of zo veel korter als de reclassering noodzakelijk acht onder behandeling blijft stellen van [zorgverlener] of een soortgelijke zorgverlener, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor agressie- en emotieregulatieproblematiek;

- gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten [instelling] of een soortgelijke instelling, en zich houdt aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

- zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur, die bijdraagt aan het voorkomen van delictgedrag;

geeft opdracht aan Tactus Reclassering Flevoland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

beveelt dat bovengenoemde bijzondere voorwaarden en het – op grond van artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht – uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de tijd van 120 (honderdtwintig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 60 (zestig) DAGEN;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toe tot een bedrag van € 1.500,00 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 29 juni 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [naam] ;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 29 juni 2025 tot de dag waarop dit bedrag is betaald ten behoeve van [naam] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

bepaalt dat als de verdachte de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel te betalen aan de Staat en dat als de verdachte het toegewezen bedrag deels of geheel aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel aan de benadeelde partij te betalen;

gelast, in plaats van een last tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging te geven van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 18 juli 2024, gewezen onder parketnummer 08/161032-21, te weten gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 170 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R. Wieringa, voorzitter,

mr. M. Rootring, rechter,

mr. J. Schaaf, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. Stevers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Wieringa
  • mr. M. Rootring
  • mr. J. Schaaf

Griffier

  • mr. J.E. Stevers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?