ECLI:NL:RBDHA:2026:13113

ECLI:NL:RBDHA:2026:13113

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer AWB 26/517
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Plakvovo.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/517

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. van Koesveld),

en

(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

1. De minister heeft het verblijfsrecht van eiseres bij besluit van 14 november 2024 beëindigd met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2023. Met het bestreden besluit van 19 december 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister hierbij gebleven.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep, op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster, de (gestelde) zus van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een verzoekschrift heeft ingediend. De voorzieningenrechter wijst erop dat in de uitspraak op het beroep de proceskosten voor het deelnemen aan de zitting zijn vergoed.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.R. Nortier, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.R. Nortier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand