ECLI:NL:RBDHA:2026:13119

ECLI:NL:RBDHA:2026:13119

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer NL26.122
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Syrië, familieproblemen en problemen met vader, Aleppo, beoordeling niveau van willekeurig geweld, artikel 15c, individuele omstandigheden, motiveringsgebrek, beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.122

(gemachtigde: mr. D.J. Keiman),

en

(gemachtigde: mr. H.M.M. van Doorn).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de laagste gradatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in Syrië van toepassing is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 11 december 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 31 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De minister heeft op het beroep gereageerd met twee verweerschriften.

6. De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, T. Sharaf als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft de minister de persoonlijke omstandigheden voldoende betrokken?

Het asielrelaas

7. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft de Syrische nationaliteit, is geboren op [geboortedatum] 2005 en behoort tot de Arabische bevolkingsgroep. Eiser heeft Syrië verlaten vanwege problemen binnen zijn gezinssituatie. Eiser is meermaals bedreigd met de dood door zijn vader omdat hij het opnam voor zijn moeder. Zijn vader is gehuwd met twee vrouwen en behandelde zijn moeder slecht. Eiser heeft veel angst voor zijn vader. Eiser is met zijn moeder bij zijn grootvader gaan wonen. Ook hier is eiser door zijn vader bedreigd met de dood en heeft vader geëist dat ze zouden terugkeren. Eiser heeft het vermoeden dat zijn vader voor de Syrische autoriteiten werkt. Dit vermoeden is gebaseerd op foto’s die eiser tijdens zijn verblijf in Turkije op facebook heeft gezien, hierop is zijn vader te zien met een wapen en een vlag die wordt gebruikt door de huidige Syrische autoriteiten. Bij terugkeer naar Syrië vreest eiser om te worden vermoord door zijn vader.

Het bestreden besluit

8. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Familieproblemen en de daaruit voortvloeiende bedreigingen door vader.

9. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat het eerste asielmotief geloofwaardig is. De geloofwaardigheid van de familieproblemen en de daaruit voortvloeiende bedreigingen door vader, is in het midden gelaten. De asielmotieven worden door de minister niet zwaarwegend genoeg bevonden. Volgens de minister is eiser geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Dit omdat de geloofwaardig geachte asielmotieven niet zijn te herleiden tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Verder loopt eiser bij terugkeer naar Syrië geen reëel risico op ernstige schade. De minister neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Eiser heeft onvoldoende individuele en persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht die aannemelijk maken dat eiser een verhoogd risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Ook heeft eiser de vrees om vermoord te worden door zijn vader niet aannemelijk gemaakt. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen.

Heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Syrië geen reëel risico loopt op ernstige schade?

Standpunt eiser

10. Eiser voert aan dat de minister zich onterecht op het standpunt heeft gesteld dat in Aleppo sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld, als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de kwalificatierichtlijn. Dit standpunt berust op een onjuiste feitelijke grondslag en is onvoldoende gemotiveerd. Het landenbeleid is te generiek geformuleerd en ontslaat niet van de verplichting om recente, concrete en regio specifieke ontwikkelingen te betrekken bij de beoordeling.

11. In de aanvullende gronden van 10 januari 2026 vult eiser aan dat in januari 2026 de mate van willekeurig geweld in Aleppo ernstig is toegenomen. Hierbij verwijst eiser naar informatie van Aljazeera waarin staat dat het Syrische leger verwikkeld is geraakt in gevechten nadat strijders van de Syrian Democratic Forces (SDF) zich hebben terug getrokken uit een staakt-het-vuren. Hierdoor zijn 180.000 personen op de vlucht geslagen. Uit informatie van UN News en Daily Sabah volgt dat ziekenhuizen zijn bezet door Koerdische troepen en dat medewerkers hun werkzaamheden in de ziekenhuizen hebben neergelegd. Verder verwijst eiser naar informatie van de NOS waarin staat dat het Syrische leger zeven gebieden heeft gemarkeerd als plekken waar zij luchtaanvallen zullen gaan uitvoeren. Ook de Verenigde Naties hebben ernstige zorgen over de veiligheid van burgers in Aleppo geuit.

12. Op 5 maart 2026 heeft eiser opnieuw aanvullende gronden ingediend. Daarin voert hij aan dat in het bestreden besluit, bij de beoordeling van de veiligheidssituatie, geen beoordeling van de humanitaire situatie in Aleppo is betrokken. Volgens eiser levert dit een motiveringsgebrek op.

Standpunt minister

13. De minister stelt zich in zijn verweerschriften op het standpunt dat in de regio Aleppo, waar eiser vandaan komt, sprake is van de laagste gradatie van willekeurig geweld. Daarbij verwijst de minister naar de brief van de Tweede Kamer van 10 juni 2025 waarin dit nader is toegelicht. Ook verwijst de minister in aanvulling op het bestreden besluit naar het rapport van de European Union Agency for Asylum van 2 december 2025 (EUAA-rapport). Volgens dit rapport is het aantal is het burgerslachtoffers in Aleppo sinds december 2024 significant gedaald, evenals het aantal slachtoffers door ontplofbare oorlogsresten. Ook zijn de geweldsincidenten in Aleppo relatief beperkt en nemen steeds verder af. Verder merkt de minister op dat het geweld tegen burgers in Aleppo zich vooral richtte op personen die in verband worden gebracht met het regime van Assad, zodat sprake is van gericht geweld en niet van willekeurig geweld.

Oordeel rechtbank

14. Ten aanzien van de verwijzing van de minister naar het EUAA-rapport, overweegt de rechtbank als volgt. In dit rapport concludeert de EUAA dat in Aleppo geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Echter, de rechtbank vindt de verwijzing naar dit rapport in dit concrete geval onvoldoende, aangezien dit rapport dateert van 2 december 2025 en daarmee vóór de geweldsuitbarsting in Aleppo in januari 2026. Het zijn juist deze recente ontwikkelingen die eiser aan zijn beroep ten grondslag heeft gelegd. Van de minister had mogen worden verwacht dat hij deze recente ontwikkelingen kenbaar in zijn beoordeling zou betrekken en daarop in deze beroepsprocedure zou reageren. Dit heeft de minister niet gedaan; in beide verweerschriften is niet ingegaan op de door eiser overgelegde informatie van de NOS, Aljazeera, Daily Sabah en UN News over deze geweldsuitbarsting. Ook tijdens de zitting heeft de minister geen duidelijkheid kunnen verschaffen over de vraag of deze informatie in de besluitvorming is betrokken en wat deze recente ontwikkelingen betekenen voor de beoordeling van eisers asielaanvraag. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister de geweldsuitbarsting in Aleppo van januari 2026 onvoldoende in zijn beoordeling heeft betrokken, en dat daarmee de afwijzing van de asielaanvraag van eiser onvoldoende gemotiveerd is afgewezen.

15. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om zich te onthouden van een inhoudelijk oordeel over de humanitaire omstandigheden in Aleppo. Het ligt op de weg van de minister om bij een nieuw te nemen besluit opnieuw, en deugdelijk gemotiveerd, de situatie in Aleppo te beoordelen, waarbij tevens de actuele humanitaire omstandigheden kenbaar dienen te worden betrokken.

16. Eiser voert aan dat hij, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, een verhoogd individueel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Eiser geeft aan dat zijn vader militair is en dat een dergelijke familieband een reëel risico meebrengt op repercussies, intimidatie en vormen van collectieve bestraffing. Familieleden van militairen vormen volgens eiser een herkenbare en kwetsbare groep, die onevenredig vaak geraakt wordt door willekeurig geweld.

17. In de aanvullende gronden van 10 januari 2026 voert eiser aan dat de minister een suïcidedreiging kenbaar heeft gemaakt aan de gemachtigde. Het is volgens eiser onbegrijpelijk dat de minister zelf waarschuwt voor kwetsbaarheid maar hierover niets opneemt in de besluitvorming. Verder voert eiser aan dat door zijn kwetsbaarheid de kans wordt vergroot dat hij wordt getroffen door willekeurig geweld. De mogelijkheid om dekking te zoeken, zich te onttrekken aan gevaarlijke situaties of aanwijzingen van autoriteiten of omstanders op te volgen, is voor eiser aantoonbaar verminderd. Eiser voert aan dat hiermee sprake is van een individuele risicofactor die maakt dat het algemene geweldsniveau voor hem een zwaardere en concrete dreiging vormt dan voor de gemiddelde burger.

18. In de aanvullende gronden van 5 maart 2026 heeft eiser nadere informatie verstrekt over de foto waarop zijn vader in militair uniform staat afgebeeld. Volgens eiser is de man met wie zijn vader op deze foto te zien is geïdentificeerd als een prominente en invloedrijke commandant binnen de gewapende Sultan Suleiman Shah Brigade, die actief is in Syrië. De aanwezigheid van een dergelijk figuur wijst er volgens eiser op dat zijn vader zich in een omgeving bevond waarin invloedrijke militaire actoren een rol speelden. Volgens eiser vormt dit een risico verhogende omstandigheid, die aannemelijk maakt dat eiser meer risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld dan anderen. Met betrekking tot de suïcidedreiging verwijst eiser naar een rapport van de EUAA, waarin staat dat personen met mentale gezondheidsproblematiek een groter risico lopen op blootstelling aan willekeurig geweld.

Suïcide dreiging

19. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat niet valt in te zien dat de gestelde suïcidaliteit van eiser kan worden aangemerkt als een individuele risicofactor die de kans vergroot dat hij slachtoffer wordt van willekeurig geweld. De minister heeft tijdens de zitting toegelicht dat bij iedere indicatie van suïcidedreiging uit zorgvuldigheidsoverwegingen een melding wordt gemaakt bij de gemachtigde, en dat dit op zichzelf niets zegt over de daadwerkelijke psychische gesteldheid van eiser. De rechtbank leidt hieruit af dat deze handelswijze een standaardprocedure betreft, waaraan geen doorslaggevend gewicht kan worden toegekend. Daarbij komt dat eiser zijn gestelde psychische klachten niet heeft onderbouwd met medische stukken. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de psychische gesteldheid van eiser als individuele risicofactor aan te merken. De beroepsgrond slaagt niet.

Foto van vader met bekende militair

20. De minister heeft zich in het verweerschrift van 9 maart 2026 primair op het standpunt gesteld dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat sprake is van een authentieke foto. Subsidiair heeft de minister gesteld dat, zelfs indien van de authenticiteit van de foto moet worden uitgegaan, hieruit niet volgt dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder b, van de Kwalificatierichtlijn, en evenmin in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, nu deze bepaling ziet op willekeurig geweld.

21. De rechtbank stelt vast dat de door eiser overgelegde foto, waarop zijn vader is te zien met een bekende militair, is ingebracht ter onderbouwing van zijn stelling dat hij, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, een groter risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld dan andere personen. Dat eiser deze grond heeft aangevoerd in het kader van de ‘individualisering 15c’, zoals blijkt uit de aanvullende gronden van 5 maart 2026, bevestigt dit. De rechtbank concludeert uit het standpunt van de minister dat de betekenis van deze foto uitsluitend is beoordeeld in het kader van de door eiser gestelde vrees voor zijn vader en de problemen die hij met hem heeft ondervonden, en niet in het kader van ‘15c’.

22. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarmee een te beperkte uitleg gegeven aan de relevantie van de foto. De minister heeft namelijk, zowel in het verweerschrift van 9 maart 2026 als ter zitting, onvoldoende gemotiveerd waarom deze foto geen aanknopingspunt vormt voor het aannemen van een persoonlijke omstandigheid als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Daarbij betrekt de rechtbank dat de minister niet heeft ontkend dat familieleden van militairen kunnen worden aangemerkt als een herkenbare en kwetsbare groep, die in situaties van willekeurig geweld een verhoogd risico kan lopen. Dit heeft de minister onvoldoende kenbaar in zijn beoordeling betrokken. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

23. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

24. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

25. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 31 december 2025;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 20 april 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand