ECLI:NL:RBDHA:2026:13147

ECLI:NL:RBDHA:2026:13147

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-03-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer NL24.9494
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Derdelander Oekraïne, facultatieve tijdelijke bescherming, prematuur terugkeerbesluit, evenredigheidsbeginsel. Het beroep tegen het besluit van februari 2024 is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 2025 is ongegrond

Uitspraak

8. ECLI:NL:RVS:2024:32.

9 Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32, r.o. 10 tot en met 10.3.

beroepsgrond slaagt niet.

13. Tot slot ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de minister de zienswijze onvoldoende heeft betrokken bij zijn beoordeling, nu in het bestreden besluit is ingegaan op hetgeen is aangevoerd in de zienswijze en eiser in beroep niet heeft aangegeven waarom dit onvoldoende zou zijn. Ook deze grond treft geen doel.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 7 februari 2024, is niet-ontvankelijk. Het beroep gericht tegen het besluit van 30 juli 2025 is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de minister het terugkeerbesluit terecht heeft opgelegd. Eiser moet daarom binnen de in het terugkeerbesluit gestelde termijn terugkeren naar India.

15. Omdat de niet-ontvankelijkheidverklaring van het beroep gericht tegen het besluit van 7 februari 2024 het gevolg is van de intrekking van dat besluit, ziet de rechtbank reden om de minister te veroordelen in de proceskosten die eiser heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, met een waarde van € 934,- per punt en een wegingsfactor 1).

16. Bij uitspraak van 29 maart 2024 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank in (onder andere) de zaak NL24.9495 de voorziening getroffen dat het verboden is om eiser uit te zetten.10 Met deze uitspraak vervalt die voorziening van rechtswege op grond van artikel 8:85, tweede lid, onder sub c, van de Awb.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Durdabak, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.T. Twijnstra, griffier.

10. ECLI:NL:RBDHA:2024:4508.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

06 maart 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand