ECLI:NL:RBDHA:2026:13150

ECLI:NL:RBDHA:2026:13150

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer NL25.19761
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Aanvraag tot het opheffen van een ongewenstverklaring, eiser heeft niet aangetoond dat hij tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven, beroep op bewijsnood slaagt niet, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.19761

(gemachtigde: mr. P.G.M. Lodder),

en

(gemachtigde: mr. J.M. Sanchez Rhemrev).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser tot het opheffen van zijn ongewenstverklaring. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 28 mei 2024 een aanvraag ingediend om opheffing van zijn ongewenstverklaring. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 30 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 april 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en omstandigheden

6. Eiser heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1986. Op elfjarige leeftijd is hij met zijn gezin uit Irak gevlucht. Op basis van de pardonregeling heeft het gezin verblijf in Nederland verkregen. Eiser is op 20 maart 2013 in Zweden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar en zes maanden vanwege bedreiging en een poging tot moord, gepleegd op 15 oktober 2012. Eiser stelt na zijn gevangenisstraf in Zweden via Irak naar Turkije te zijn gegaan en nu aldaar te verblijven.

7. Bij besluit van 8 mei 2014 heeft de minister eiser ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Hiertegen heeft eiser bezwaar, beroep en hoger beroep aangetekend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft het hoger beroep bij uitspraak van 16 juni 2016 ongegrond verklaard. Het besluit van 8 mei 2014 staat daardoor in rechte vast.

8. Op 20 februari 2018 heeft eiser verzocht om opheffing van de ongewenstverklaring. De minister heeft deze aanvraag bij besluit van 28 februari 2018 afgewezen. Het daartegen ingestelde beroep wordt op 18 december 2018 gegrond verklaard, maar met instandhouding van de rechtsgevolgen. Het hoger beroep bij uitspraak van de Afdeling van 19 augustus 2019 ongegrond verklaard. Het besluit van 28 februari 2018 staat daardoor in rechte vast.

9. Op 5 oktober 2022 heeft eiser opnieuw een aanvraag tot opheffing van zijn ongewenstverklaring ingediend. Bij besluit van 29 december 2022 is de aanvraag afgewezen. Eiser is hierop in bezwaar gegaan. Bij besluit van 26 mei 2023 heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en het eerdere besluit gehandhaafd. Hiertegen is eiser niet in beroep gegaan.

10. Op 28 mei 2024 heeft eiser nogmaals verzocht om opheffing van de ongewenstverklaring. Deze aanvraag ligt in de onderhavige procedure ter beoordeling voor. Aan de aanvraag heeft eiser het volgende ten grondslag gelegd: verklaringen van de Turkse autoriteiten over strafrechtelijke registraties van 14 mei 2024 en van 7 augustus 2024, een bewijs van verzekering in het kader van werknemerschap, een kopie van zijn familieboekje, een kopie van zijn paspoort, verslagen van de penitentiaire instelling (PI) daterend van 9 december 2016 en 19 oktober 2017, en een bewijs van de Turkse autoriteiten van zijn adresregistratie.

Het bestreden besluit

11. De minister heeft de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring afgewezen, omdat de aanvraag niet voldoet aan alle voorwaarden van artikel 6.6 Vreemdelingenbesluit (Vb). Volgens de minister ontbreken in de aanvraag van eiser de volgende stukken: documenten omtrent zijn ontslag uit de gevangenis in Zweden, bewijs van uitzetting of uitreis uit Zweden en verklaringen van de Zweedse en Iraakse autoriteiten dat eiser geen nieuwe misdrijven heeft gepleegd tijdens zijn verblijf. Nu eiser deze stukken niet heeft overgelegd, heeft hij niet aangetoond dat hij na de ongewenstverklaring tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven. Ook heeft eiser niet aangetoond dat hij na de ongewenstverklaring geen nieuwe misdrijven heeft gepleegd. Daarnaast is er volgens de minister geen sprake van bewijsnood en geen sprake van bijzondere omstandigheden waardoor ondanks dat niet aan de voorwaarden is voldaan, de ongewenstverklaring toch moet worden opgeheven.Over het herhaald en ingelast beschouwen van wat eerder is aangevoerd

12. De rechtbank overweegt dat voor zover eiser stelt dat hetgeen in bezwaar en in eerdere procedures naar voren is gebracht als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, dit niet kan leiden tot een gegrond beroep. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op het bezwaar. Het is aan eiser om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op het bezwaar volgens hem niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook alleen richten op wat eiser in beroep daarover heeft aangevoerd. De rechtbank verwijst ter onderbouwing hiervan naar uitspraken van de Afdeling.

Missende documenten en bewijsnood

13. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven en in die periode geen misdrijven heeft gepleegd. Hierbij wijst eiser op het dossier, waaruit blijkt dat eiser van 15 oktober 2012 tot maart 2019 in Zweden gedetineerd is geweest. Na zijn detentie heeft eiser ingestemd met zijn verwijdering uit Zweden en is hij vervolgens verwijderd naar Irak. Eiser voert verder aan dat het onmogelijk is gebleken om in bezit te komen van stukken van de Zweedse autoriteiten. Volgens eiser is het voor de minister eenvoudiger om via de Zweedse autoriteiten te achterhalen dat hij is verwijderd naar Irak en dat hij verder niet in contact is geweest met politie en justitie. Nu eiser in Zweden enkel in detentie heeft gezeten en niet in vrijheid is geweest, heeft hij daar geen verdere strafbare feiten kunnen plegen. Ten slotte stelt eiser dat hij veel moeite heeft gedaan om stukken te verzamelen die zijn verblijf buiten Nederland aantonen, onder meer door documenten te overleggen waaruit zijn verblijf in Turkije blijkt.

14. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 67 van de Vw kan de minister een vreemdeling ongewenst verklaren, onder andere als deze vreemdeling veroordeeld is voor strafbare feiten of wanneer deze vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De ongewenstverklaring kan op grond van artikel 68 van de Vw op aanvraag worden opgeheven, indien de vreemdeling voor een periode van tien jaar of meer onafgebroken buiten Nederland verblijf heeft gehad en geen van de gronden als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Vw zich hebben voorgedaan. De voorwaarden voor opheffing van de ongewenstverklaring en welke stukken in ieder geval in dat kader moeten worden verstrekt zijn verder uitgewerkt in artikel 6.6 van het Vb.

15. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor het opheffen van de ongewenstverklaring. Niet in geschil is dat er geen bewijsstukken in het dossier zitten ten aanzien van het ontslag van eiser uit de gevangenis in Zweden, de uitzetting of uitreis uit Zweden en dat eiser in Zweden en Irak geen nieuwe misdrijven heeft gepleegd tijdens zijn verblijf aldaar. Uit de door eiser wel overgelegde stukken volgt niet dat evident is dat er geen nieuwe strafbare feiten zijn gepleegd. De minister heeft tijdens de zitting toegelicht dat ondanks het feit dat eiser in Zweden gedetineerd is geweest, dit niet uitsluit dat zich in die periode strafbare feiten kunnen hebben voorgedaan, nu ook binnen een detentiecentrum misdrijven kunnen worden gepleegd. De rechtbank volgt dit standpunt. Hierbij merkt de rechtbank op dat de verslagen van de PI in Zweden dateren van december 2016 en oktober 2017. Hoe eiser zich heeft gedragen tussen november 2017 en maart 2019 is niet inzichtelijk geworden. Verder kan door het ontbreken van een document omtrent het ontslag van eiser uit de gevangenis in Zweden niet worden vastgesteld wanneer eiser feitelijk in vrijheid is gesteld. Gelet op het voorgaande heeft eiser onvoldoende aangetoond dat hij na de ongewenstverklaring tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven en dat hij aldaar geen nieuwe misdrijven heeft gepleegd. De beroepsgrond slaagt niet.

16. Ook het beroep op bewijsnood slaagt niet. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat de bewijslast bij eiser ligt. Eiser verzoekt namelijk zelf om opheffing van de ongewenstverklaring en moet daarom aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden voor opheffing. De minister is niet gehouden om zelf achter missende stukken aan te gaan. De enkele stelling dat het voor eiser niet mogelijk is om deze informatie te verkrijgen, is niet voldoende om aan te tonen dat hij in bewijsnood verkeert. Van eiser mag worden verwacht dat hij kan aantonen dat hij moeite heeft gedaan om aan de documenten te komen en uitleggen waarom dit niet gelukt is. Er is in dit geval niet gebleken van pogingen van eiser om de missende stukken te verkrijgen en evenmin is voldoende uitgelegd waarom eiser niet aan deze stukken kan komen. Met name geldt dat geen bewijs is overgelegd dat de Zweedse autoriteiten desgevraagd geen stukken zouden willen of kunnen verstrekken met een overzicht van de strafrechtelijke antecedenten van eiser en de duur van zijn verblijf aldaar. Reeds hierom kan bewijsnood naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet worden aangenomen.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de minister het verzoek tot het opheffen van de ongewenstverklaring op goede gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 15 mei 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M. den Dulk

Griffier

  • mr. N.B. Tool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand