ECLI:NL:RBDHA:2026:13152

ECLI:NL:RBDHA:2026:13152

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer NL26.1190
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Syrië, druus, druzen, motiveringsgebrek, beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.1190

(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),

en

(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 16 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 6 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

3. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

4. De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J. Dawie als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser gegrond is. In de rest van de uitspraak zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het asielrelaas

6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft de Syrische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1991. Hij behoort tot de Arabische bevolkingsgroep en is druus. Eiser is afkomstig uit [plaats] , een gebied met veel druzen en christenen. Hij heeft in het verleden in Syrië problemen ondervonden bij controleposten omdat hij druus is. Ook is eiser op straat aangesproken over zijn religie en is hij een paar keer vastgehouden om werkzaamheden uit te voeren. Hij is uit Syrië vertrokken vanwege de oorlog en de ongunstige omstandigheden voor druzen. Het nieuwe regime ziet druzen als ongelovigen. Bij terugkeer vreest eiser te worden vermoord door het nieuwe regime.

Het bestreden besluit

7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister alleen het asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst. Overige door eiser beschreven incidenten leveren geen concrete dan wel relevante problemen op die direct aanleiding waren voor het vertrek van eiser.

8. De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. Dit geloofwaardig geachte asielmotief maakt volgens de minister niet dat eiser als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan worden aangemerkt. Druzen behoren namelijk niet tot een risicoprofiel zoals aangemerkt in de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat er aanknopingspunten bestaan om aan te nemen dat hij gegronde vrees heeft voor vervolging. De minister overweegt dat hoewel druzen “niet door iedereen even vriendelijk worden bejegend” in Syrië, eiser zijn vrees niet heeft geïndividualiseerd. De minister verwijst hierbij naar een rapport van de European Union Agency for Asylum van 1 oktober 2025 (EUAA-rapport) waaruit volgt dat geen sprake is van vervolging op zodanige schaal dat dit voor alle druzen geldt. Gelet op het voorgaande concludeert de minister dat eiser geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) krijgt.

9. Ten aanzien van de vrees van eiser voor de algemene veiligheidssituatie in Syrië overweegt de minister dat uit het landenbeleid Syrië volgt dat voor heel Syrië sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Dat volgt uit paragraaf C7/33.4.2 van de Vc, zoals deze luidde ten tijde van het bestreden besluit. Eiser heeft volgens de minister geen individuele omstandigheden aangedragen die aannemelijk maken dat hij een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De minister concludeert daarom dat eiser ook geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw krijgt. Dit besluit geldt ook als terugkeerbesluit.

Heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eiser geen vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag?

10. Eiser voert aan dat het beleid van de minister ten aanzien van Syrië en druzen onrechtmatig is. Volgens eiser is dit beleid niet gebaseerd op de juiste feiten en omstandigheden, maar op politieke overwegingen. Zo is er nog steeds sprake van oorlog in Noord- en Oost Syrië tussen de radicale groeperingen en de Koerdische milities, terwijl aan de kust gewapende aanhangers van het oude regime actief zijn. In het zuiden is de situatie volgens eiser nog gevaarlijker door de strijd tussen de bedoeïenenstammen en druzen en tussen druzen en radicale groeperingen, wat dagelijks leidt tot aanzienlijke aantallen dodelijke slachtoffers. Van landelijke controle door het nieuwe regime is dan ook geen sprake.

11. Tijdens de zitting heeft eiser hieraan toegevoegd dat uit het Algemeen Ambtsbericht Syrië van januari 2026 blijkt dat in een periode van zes maanden 404 geweldsincidenten tegen druzen in de provincie [naam] hebben plaatsgevonden. Eiser betwist het standpunt van de minister dat alleen [naam] gevaarlijk is voor druzen, omdat het geweld zich richt tegen druzen in het algemeen en niet beperkt is tot een geografisch gebied. Volgens eiser is de situatie in [plaats] zelfs ernstiger, aangezien druzen daar als minderheid zonder bescherming verkeren, terwijl in [naam] sprake is van een meerderheid en enige bescherming van Israël. De minister heeft dit volgens eiser onvoldoende betrokken in zijn besluitvorming.

12. De rechtbank is met eiser van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser als druus afkomstig uit [plaats] in Syrië geen gegronde vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. De minister heeft aan zijn beoordeling ten grondslag gelegd dat druzen volgens het landgebonden beleid Syrië niet als risicoprofiel worden aangemerkt. Daarbij verwijst de minister naar het Algemeen Ambtsbericht Syrië van 2026, waaruit volgens hem volgt dat slechts sprake is van incidentele gevechten tussen druzische strijders en onder meer het Syrische leger. Eiser stelt daartegenover dat in een periode van zes maanden, 404 geweldsincidenten tegen druzen hebben plaatsgevonden. Tijdens de zitting heeft de minister hierop gereageerd dat er één geweldsincident heeft plaatsgevonden met 404 slachtoffers. De rechtbank overweegt dat deze weergave feitelijk onjuist is. Naar het oordeel van de rechtbank kan, in het licht van de recente geweldsincidenten tegen druzen, niet worden volstaan met het volstaan met het verwijzen naar landgebonden beleid zoals neergelegd in paragraaf C7 van de Vc. De beleidswijziging van juni 2025 is gebaseerd op het Algemeen Ambtsbericht Syrië van mei 2025 waarin geen rekening is gehouden met de recentere geweldsincidenten tegen druzen in Syrië.

13. De minister heeft verder aan zijn beoordeling verder ten grondslag gelegd dat uit het Algemeen Ambtsbericht Syrië van januari 2026 blijkt dat het staakt-het-vuren van juli 2025 grotendeels heeft standgehouden. De rechtbank constateert dat de minister daarbij niet alle relevante informatie lijkt te hebben betrokken. In dezelfde passage uit het Algemeen Ambtsbericht wordt namelijk vermeld dat, ondanks het grotendeels standhouden van het staakt-het-vuren, meerdere incidenten hebben plaatsgevonden waarbij druzische burgers om het leven zijn gekomen. Vervolgens is een niet-limitatieve opsomming gegeven van incidenten waarbij druzen om het leven zijn gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister selectief verwezen naar passages uit het Algemeen Ambtsbericht Syrië van januari 2026 die zijn standpunt ondersteunen.

14. De minister heeft zijn standpunt dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege zijn druzische afkomst, ook gebaseerd op informatie uit het EUAA-rapport van oktober 2025. In het voornemen is daaraan de conclusie verbonden dat, hoewel druzen problemen ervaren vanwege de omstandigheid dat ze druus zijn, dit niet op zo’n schaal is dat op voorhand aangenomen moet worden dat druzen in het algemeen vervolgd worden. Tijdens de zitting heeft de minister toegelicht dat dit een conclusie is die hij zelf uit het rapport heeft getrokken. De rechtbank is van oordeel dat die conclusie te stellig en mogelijk te positief is. Zo wijzen VN-deskundigen erop dat de omvang van het geweld, alsmede grootschalige plunderingen en afpersing, duiden op een gerichte campagne tegen druzische minderheden. Overigens vermeldt het rapport, naast mensenrechtenschendingen jegens druzen in andere gebieden van Syrië, ook incidenten in de regio [plaats] . Daarnaast heeft Human Rights Watch geconcludeerd dat confrontaties tussen druzen en de bedoeïenen-gewapende groeperingen het risico op represailles tegen de druzengemeenschappen in het hele land vergroten., De rechtbank oordeelt dat ook hier de selectieve lezing van het EUAA-rapport, waarbij relevante passages buiten beschouwing zijn gelaten, onvoldoende is om tot de conclusie te komen dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft.

15. De rechtbank heeft ambtshalve kennisgenomen van de beleidswijziging waarmee druzen vanaf 25 april 2026 als risicoprofiel worden aangemerkt. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding het onderzoek te heropenen. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat onvoldoende is gemotiveerd dat eiser geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag is en de minister daar een nieuw besluit over moet nemen, komt de rechtbank niet toe aan bespreking van de overige beroepsgronden.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten, om zelf in de zaak te voorzien of om een bestuurlijke lus toe te passen.

17. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

18. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 6 januari 2026;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 22 mei 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O. Veldman

Griffier

  • mr. N.B. Tool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand