ECLI:NL:RBDHA:2026:13164

ECLI:NL:RBDHA:2026:13164

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer NL26.5445
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Turkije, mishandeling en bedreiging door ex-partner, sociale groep, bescherming van de autoriteiten, motiveringsgebrek, beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.5445

mede namens haar minderjarige kinderen:

[minderjarige 1] , V-nummer: [V-nummer]

[minderjarige 2] , V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),

en

(gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft op 6 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

6. De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, E. Battaloglu als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

7. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft de Turkse nationaliteit, is geboren op [geboortedatum] 1987 en behoort tot de Turkse bevolkingsgroep. In Turkije heeft eiseres te maken gehad met huiselijk geweld door haar ex-partner. Hij hield haar constant (via camera’s) in de gaten en mishandelde haar. Eiseres heeft twee kinderen met haar ex-partner gekregen. Eiseres heeft zowel bij de burgemeester als de politie éénmalig per telefoon om hulp proberen te vragen. Uiteindelijk heeft eiseres met hulp van haar moeder, broer en overburen kunnen vluchten en Turkije kunnen verlaten, samen met haar kinderen. In Nederland is eiseres op afstand van haar partner gescheiden. Bij terugkeer vreest eiseres om vermoord te worden door haar ex-partner.

Het bestreden besluit

8. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Mishandeling en doodsbedreiging door ex-partner.

9. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat beide asielmotieven geloofwaardig zijn, maar eiseres kan volgens de minister niet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De problemen met de ex-partner hebben geen raakvlakken met één van de gronden zoals genoemd in het Vluchtelingenverdrag. Eiseres heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat ze tot een specifieke sociale groep behoort die in Turkije te vrezen heeft voor vervolging. Ook stelt de minister zich op het standpunt dat eiseres bij terugkeer naar Turkije geen reëel risico op ernstige schade loopt. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voor haar niet mogelijk zou zijn om bescherming te krijgen in Turkije tegen de mishandelingen en de doodsbedreigingen door haar ex-partner. Nu eiseres, behalve twee telefoontjes, geen verdere pogingen heeft ondernomen om bescherming te krijgen in Turkije is niet vast komen te staan dat de politie of rechtbank geen bescherming zouden kunnen of willen bieden. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen.

Sociale groep

10. Eiseres voert aan dat de minister onterecht heeft gesteld dat de problemen met haar ex-partner geen raakvlakken hebben met één van de gronden zoals genoemd in het Vluchtelingenverdrag. Eiseres is een Turks-Koerdische vrouw die langdurig te maken heeft gehad met zeer ernstig huiselijk geweld en bedreigingen door haar ex-partner, omdat ze bij hem wilde vertrekken. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij daarom behoort tot een sociale groep zoals bedoeld in het arrest W.S. van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 januari 2024. Uit dit arrest blijkt dat vrouwen aangemerkt kunnen worden als sociale groep, en dat hiervan sprake kan zijn als zij te maken krijgen met gender-gerelateerd geweld. Daarnaast voert eiseres aan dat uit het arrest blijkt dat de minister in zijn algemeenheid moet onderzoeken of een dergelijke sociale groep kan worden geïdentificeerd, los van de beoordeling van het individuele relaas. Dit heeft de minister nagelaten.

11. De rechtbank oordeelt als volgt. Uit het voornemen blijkt dat de minister eiseres heeft getoetst aan de ‘sociale groep’ van gescheiden vrouwen die problemen hebben met hun ex-man. De minister stelt dat niet is gebleken dat deze groep in Turkije een eigen identiteit heeft omdat deze groep als afwijkend wordt beschouwd. Volgens de minister komen scheidingen in Turkije namelijk op zekere schaal voor en vormt geweld binnen het huwelijk een legitieme reden voor echtscheiding. Eiseres heeft daartegen ingebracht dat de minister ook had moeten beoordelen of zij als slachtoffer van huiselijk geweld behoort tot een specifieke sociale groep. De minister heeft tijdens de zitting toegelicht dat dit aspect wel is betrokken, omdat specifiek is gekeken naar het profiel van eiseres, waarvan huiselijk geweld onderdeel uitmaakt. De rechtbank is van oordeel dat, voor zover de minister deze beoordeling inderdaad zou hebben uitgevoerd, dat in ieder geval niet kenbaar uit de besluitvorming blijkt. Daarin is niet een afzonderlijke beoordeling opgenomen van de vraag of slachtoffers van huiselijk geweld in Turkije als specifieke sociale groep moeten worden aangemerkt. In zoverre is het besluit onvoldoende gemotiveerd.

12. Dit motiveringsgebrek leidt echter niet tot het oordeel dat eiseres daarom een verblijfsvergunning asiel op grond van het Vluchtelingenverdrag moet krijgen. Ook als eiseres zou moeten worden aangemerkt als behorend tot een dergelijke sociale groep, dan moet namelijk ook nog worden voldaan aan het vereiste dat de leden van die sociale groep geen bescherming van de autoriteiten kunnen krijgen. Dat daarvan sprake is, blijkt niet uit de door eiseres overgelegde informatie. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Bescherming tegen de ex-partner

13. Eiseres voert aan dat ze bij terugkeer naar Turkije een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege geweld en bedreigingen door haar ex-partner. Volgens eiseres werpt de minister haar ten onrechte tegen dat het voor haar mogelijk is om bescherming van de Turkse autoriteiten in te roepen, omdat zij niet langer onder de controle van haar ex-partner zou staan. Hierbij miskent de minister volgens eiseres dat ze vanwege de door de Turkse rechtbank opgelegde omgangsregeling opnieuw zal worden geconfronteerd met haar ex-partner. Ook heeft de minister volgens eiseres onvoldoende rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden waarin zij verkeerde. Zij werd namelijk jarenlang door haar ex-partner in huis opgesloten en permanent gecontroleerd met camera’s en geluidsopnames, waardoor het inroepen van hulp ernstige risico’s met zich meebracht. Eerdere pogingen om hulp in te roepen hebben geleid tot verdere mishandeling en bedreiging met geweld tegen haar en haar kinderen. Uit de beschikbare landeninformatie blijkt bovendien dat de Turkse autoriteiten slechts in beperkte mate in staat zijn om rechtsbescherming te bieden tegen femicide. Daarnaast voert eiseres onder verwijzing naar artikel 3.37c van het Vreemdelingenvoorschrift aan dat de minister heeft nagelaten te beoordelen of de bescherming tegen femicide en huiselijk geweld tegen vrouwen in Turkije in het algemeen doeltreffend en van niet-tijdelijke aard is.

14. De minister stelt dat geen sprake is van een reëel risico op ernstige schade, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het voor haar niet mogelijk zou zijn om bescherming in te roepen van de Turkse autoriteiten. Daarbij vindt de minister van belang dat eiseres slechts éénmaal de burgemeester heeft gebeld en éénmaal contact heeft opgenomen met de politie, waarbij zij het gesprek met de politie zelf heeft beëindigd.

15. Eiseres heeft tijdens zitting hierover toegelicht dat haar ex-partner haar op het moment dat zij de politie belde, direct opbelde en dreigde dat zij haar kinderen zou kwijtraken als zij met de politie zou spreken. Omdat haar ex-partner haar vervolgens herhaaldelijk bleef bellen en zij bovendien wist dat hij via de aanwezige geluidsapparatuur kon meeluisteren, heeft zij het gesprek niet voortgezet.

16. De rechtbank is van oordeel dat de minister eiseres niet mag tegenwerpen dat zij in het verleden geen hulp heeft gezocht bij de Turkse autoriteiten. Eiseres verkeerde namelijk al vijf jaar in de situatie waarin zij onder cameratoezicht stond en werd afgeluisterd. Op het moment dat eiseres hulp zocht, bleek bovendien dat haar ex-partner hier via de afluisterapparatuur direct van op de hoogte was. Dit heeft tot meer geweld en dreigementen geleid. Het risico op verergering van de situatie bij het opnieuw inroepen van hulp was dus groot. De minister heeft zich op de zitting nog op het standpunt gesteld dat niet voorstelbaar is dat de ex-partner haar vierentwintig uur per dag in de gaten hield, maar de rechtbank volgt dit standpunt niet. Gelet op de ervaringen van eiseres, waarbij haar eerdere poging om contact op te nemen met de politie direct werd opgemerkt en werd gevolgd door bedreigingen over haar kinderen, kon van haar niet worden verwacht dat zij het risico zou nemen om nogmaals te bellen. Logischerwijs waren er momenten dat haar ex-partner de camera’s en afluisterapparatuur niet in de gaten hield, maar eiseres kon niet weten op welke momenten dat wel of niet het geval was. De rechtbank kan zich voorstellen dat de stap om nogmaals de politie te benaderen voor eiseres te groot was. Daarbij moeten de psychische omstandigheden van eiseres en de kwetsbaarheid van haar positie op dat moment ook niet over het hoofd worden gezien.

17. Uit het besluit en uit de toelichting op de zitting blijkt dat de tegenwerping dat eiseres in het verleden onvoldoende hulp heeft gezocht een dragend argument vormt voor de conclusie van de minister dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer geen bescherming van de Turkse autoriteiten kan krijgen. Omdat de minister dit niet meer aan eiseres mag tegenwerpen, moet dit punt opnieuw worden beoordeeld.

18. Daarnaast verwijst de minister naar het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025 waarin staat dat de politie en rechtbanken in Turkije in staat zijn om zowel beschermende als preventieve maatregelen te nemen, als het gaat om geweld tegen vrouwen. Ook stelt de minister dat er maatschappelijke organisaties zoals de KCDP zijn die eiseres kunnen helpen en die juridische bijstand kunnen verlenen aan vrouwen die het slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Eiseres heeft tijdens de zitting uitgelegd dat de Turkse rechter ondanks haar onderbouwing van het huiselijk geweld bij de echtscheiding een omgangsregeling heeft opgelegd. Daarin is bepaald dat zij verplicht is de kinderen contact te laten hebben met hun vader. Haar ex-partner komt de kinderen dan ieder weekend ophalen bij haar thuis, met als gevolg dat er direct contact blijft bestaan en dat hij weet waar zij woont. Eiseres heeft op de zitting verder toegelicht dat zij, als zij die omgangsregeling niet naleeft, het risico loopt haar ouderlijk gezag te verliezen. De rechtbank is van oordeel dat dit relevant is voor de beoordeling, omdat eiseres zich hierdoor dus niet kan verschuilen voor haar ex-partner bij terugkeer naar Turkije. De minister moet dit daarom betrekken bij de beoordeling in hoeverre effectieve bescherming in Turkije mogelijk is. Dit geldt ook voor het argument van eiseres dat de Turkse rechter haar ondanks het huiselijk geweld deze omgangsregeling heeft opgelegd en haar daarbij dus geen bescherming heeft geboden.

19. Verder volgt de rechtbank eiseres in haar standpunt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij als gescheiden vrouw minder risico zou lopen omdat zij niet langer onder de controle van haar ex-partner staat en daarom bescherming van de Turkse autoriteiten kan inroepen. Gelet op de opgelegde omgangsregeling blijft eiseres namelijk in contact met haar ex-partner en is sprake van voortdurende betrokkenheid bij haar woon- en leefsituatie. De minister heeft hier in het besluit geen rekening mee gehouden en heeft daarom onvoldoende gemotiveerd dat sprake is van een situatie waarin eiseres zich kan onttrekken aan de invloedsfeer van haar ex-partner. De beroepsgrond slaagt.

20. Gelet op het voorgaande draagt de rechtbank de minister op een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen. Daarbij moet eiseres in de gelegenheid worden gesteld om nog documenten van de procedure bij de Turkse rechtbank over te leggen.

Conclusie en gevolgen

21. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

22. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening moet houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.

23. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 26 januari 2026;

- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 15 mei 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. N.B. Tool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand