ECLI:NL:RBDHA:2026:13196

ECLI:NL:RBDHA:2026:13196

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer NL25.59932
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beroep – asiel – LHBTI – ongegrond – geen proceskostenveroordeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59932

(gemachtigde: mr. K.S. Kort),

en

(gemachtigde: mr. N. Joseph).

Procesverloop

Bij besluit van 28 november (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

3. Eiser voert tegen het bestreden besluit het volgende aan. Verweerder heeft ten onrechte niet aantoonbaar rekening gehouden met het referentiekader van eiser, door geen referentiekader vast te stellen. Ook heeft verweerder bij het horen en beslissen onvoldoende rekening gehouden met eisers medische problematiek, namelijk zijn neurocognitieve stoornis en psychiatrische problematiek. De verklaringen van de afdeling neurologie van het UMCG zijn door verweerder niet kenbaar betrokken bij de beoordeling van eisers asielaanvraag. Verder zijn eisers medische problemen onvoldoende betrokken bij de tegenwerping dat hij geen bewijsstukken van zijn contact met de politie heeft verstrekt en dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Verweerder stelt ten onrechte dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, omdat deze oppervlakkig zijn en gericht zijn op seksuele handelingen. Ook werpt verweerder ten onrechte tegen dat eiser weinig concreet en zonder diepgang verklaart over zijn seksuele gerichtheid. Verweerder heeft ten onrechte de toegedichte homo- of biseksualiteit niet meegenomen in de beoordeling van eisers gevaar bij terugkeer. Verweerder heeft onvoldoende deugdelijk gemotiveerd waarom de te late indiening van het asielverzoek – gelet op eisers aangevoerde omstandigheden – afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Verweerder heeft ten onrechte zonder nader onderzoek besloten dat uitstel van vertrek aan eiser niet wordt verleend. Tot slot heeft verweerder geen actuele toets uitgevoerd van de in artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn genoemde factoren, waarmee het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank oordeelt als volgt. Referentiekader en medische problematiek

4. Het is geen vereiste dat verweerder het referentiekader van een vreemdeling expliciet uiteenzet in het bestreden besluit. Het gaat erom dat verweerder bij de beoordeling van de verklaringen van een vreemdeling rekening houdt met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn leeftijd, achtergrond, ervaringen en overtuigingen. In het bestreden besluit heeft verweerder betrokken dat eiser één jaar een universitaire opleiding heeft gevolgd en een volwassen man is die meerdere relaties heeft gehad met zowel mannen als vrouwen. Tijdens de gehoren is eiser meermaals in de gelegenheid gesteld om zijn gevoelens kenbaar uiteen te zetten en zijn verklaringen persoonlijk te maken. Eiser heeft onvoldoende duidelijk gemaakt wat verweerder hierdoor zou hebben gemist. Eiser heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat verweerder, gelet op zijn referentiekader, het relaas onjuist heeft beoordeeld.

5. De rechtbank stelt vast dat, anders dan eiser in beroep aanvoert, verweerder in het bestreden besluit eisers medische problematiek voldoende heeft betrokken in de besluitvorming. Het ligt dan op de weg van eiser aannemelijk te maken dat zijn medische problematiek daadwerkelijk invloed heeft gehad op wat hij tijdens het horen heeft verklaard en in de weg heeft gestaan aan het verstrekken van bewijsstukken van zijn contacten met de politie alsmede aan het tijdig indienen van zijn asielaanvraag. De verklaringen van het UMCG bieden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten, zodat eiser niet is geslaagd in zijn bewijslast.

Documenten

6. Anders dan eiser stelt heeft verweerder voldoende gemotiveerd tegengeworpen dat eiser geen documenten heeft overgelegd die zijn asielmotieven (volledig) onderbouwen. Ten aanzien van de door eiser overgelegde schermafbeeldingen van zijn Grindr-profiel onderkent verweerder ter zitting dat deze ondersteunend zijn aan eisers verklaringen over zijn biseksualiteit. Verweerder stelt zich evenwel niet ten onrechte op het standpunt dat deze schermafbeeldingen geen inzicht geven in eisers gevoel bij – en zijn gedachten over – zijn seksuele gerichtheid. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat van eiser mag worden verwacht dat hij het proces-verbaal van de aangifte van het seksueel misbruik kan overleggen, dan wel dat hij het belang van een concrete onderbouwing hiervoor erkent. Samenhangende en aannemelijke verklaringen van eiser

7. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit en ter zitting voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat van eiser mag worden verwacht dat hij meer persoonlijk en gedetailleerd over zijn gevoelens kan praten. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser een volwassen man is die meerdere relaties heeft gehad met zowel man als vrouw, dus dat daarom mag worden verwacht dat hij in diepgang kan vertellen waarom hij zich tot een persoon aangetrokken voelt. Ter zitting trekt verweerder de tegenwerping in dat eiser ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn gevoelens ten tijde van het eerste seksuele contact. Verweerder erkent in dit kader dat, gelet op eisers geheugenverlies, hij mogelijk niet herinnert hoe hij zich tijdens zijn eerste seksuele contact heeft gevoeld. Verweerder stelt ter zitting niet ten onrechte dat het aangenomen geheugenverlies niet zonder meer betekent dat eiser ook op dit moment niet kan verklaren over zijn huidige gevoelens rondom zijn biseksualiteit. Het is aan eiser om aannemelijk te maken waarom in zijn specifieke geval anders moet worden verwacht. Daar is eiser – mede gelet op zijn overgelegde medische stukken – niet in geslaagd. Verweerder heeft kunnen concluderen dat eisers geheugenklachten geen verschoonbare reden zijn voor het niet kunnen verklaren over zijn gevoelens.

8. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd wat van eiser mag worden verwacht gelet op zijn verklaringen. Zo overweegt verweerder niet ten onrechte dat – gelet op het feit dat eiser afkomstig is uit een land waar seksuele interactie met hetzelfde geslacht niet wordt geaccepteerd – mag worden verwacht dat hij meer kan verklaren over wat het voor hem betekent om biseksuele gevoelens te hebben binnen die maatschappij. Ook eisers standpunt dat verweerder er ten onrechte van uit gaat dat sprake moet zijn van een romantische of inhoudelijke relatie en dat andere uitingen gericht op seksueel genot en het vieren van persoonlijke vrijheid ten onrechte niet in het voordeel van eiser worden meegewogen, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft hierover in het bestreden besluit kunnen overwegen dat ook zonder amoureuze relatie van eiser mag worden verwacht dat hij inzichtelijk maakt hoe het is om seksuele contacten met mannen te hebben, te meer omdat dit in zijn land van herkomst niet de norm is. Ook heeft verweerder – in het kader van eisers verklaringen over de vrijheid en innerlijke rust die hij in Nederland stelt te ervaren – kunnen overwegen dat mag worden verwacht dat eiser een mening heeft over en gevoelens heeft bij de beperking van zijn vrijheid in Egypte. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende toegelicht dat eiser niet heeft gemotiveerd wat hij voelt en denkt bij een homo- of biseksuele relatie, dan wel hoe het is om af te wijken van de norm in Egypte. Verweerder overweegt niet ten onrechte dat van eiser mag worden verwacht dat hij meer kan vertellen over waarom voor hem genot en vrijheid zo belangrijk zijn, vooral omdat hij dit meermaals zelf benoemt als belangrijke factoren voor hem. Toegedichte homoseksualiteit

9. Anders dan eiser aanvoert heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om – ondanks de ongeloofwaardig geachte biseksuele gerichtheid van eiser – over te gaan tot een beoordeling van het mogelijke risico op ernstige schade wegens een toegedichte homo- of biseksualiteit. Verweerder stelt ter zitting terecht dat hij – gelet op het ongeloofwaardige asielmotief – niet toekomt aan de beoordeling van eisers vrees bij terugkeer naar Egypte. Ook overweegt verweerder ter zitting niet ten onrechte dat uit eisers dossier geen aanknopingspunten volgen dat iemand op de hoogte is van eisers gestelde biseksualiteit, waardoor hij gevaar zou lopen bij terugkeer naar Egypte. Voor zover eiser met de overgelegde transcripten van de telefoongesprekken met zijn moeder beoogt aan te tonen dat zijn moeder op de hoogte is van zijn biseksualiteit, heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat zijn moeder hem hierdoor schade wenst te berokkenen.

Artikel 5 Terugkeerrichtlijn

10. Uit het arrest van het Hof van 17 oktober 2024 in de zaak Ararat volgt dat verweerder op grond van artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn, verplicht is om vóór de uitvoering van het terugkeerbesluit een geactualiseerde refoulementbeoordeling te maken. De rechtbank oordeelt dat verweerder met het voornemen en het bestreden besluit voldoende heeft getoetst of in het geval van eiser sprake is van een actueel risico op refoulement bij terugkeer naar Egypte. Nu de rechtbank van oordeel is dat de ongeloofwaardig geachte asielmotieven niet leiden tot een verdere toets aan de vrees van eiser bij terugkeer naar Egypte, en eiser geen andere feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waarin verweerder een risico op schending van het refoulementbeginsel heeft hoeven zien, is het besluit op dit punt voldoende zorgvuldig opgesteld.

Uitstel van vertrek

11. Een vreemdeling kan uitstel van vertrek krijgen op grond van artikel 64 van de Vw als de uitzetting leidt tot een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM om medische redenen. Uit vaste jurisprudentie volgt dat verweerder in beginsel mag uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om, als hij zich op medische belemmeringen beroept, zijn gestelde klachten ook met medische documenten te onderbouwen. Pas indien uit de door de vreemdeling overgelegde stukken of uit andere concrete aanwijzingen in het dossier blijkt van mogelijke ernstige medische problematiek, rust op verweerder een verdere onderzoeksplicht en kan aanleiding bestaan om een BMA-advies op te vragen.

12. De rechtbank stelt vast dat eiser bij het rapport van het nader gehoor van 19 en 20 november 2025 voor het eerst zijn gestelde medische problematiek met medische documenten heeft onderbouwd, waarna de stukken ook bij de beroepsgronden opnieuw zijn overgelegd. Zo heeft eiser stukken overgelegd van het UMCG van 2 oktober 2025. Uit deze stukken volgt dat bij eiser voor het opleggen van het bestreden besluit een uitgebreide neurocognitieve stoornis door traumatische hersenletsel met gedragsstoornissen is geconstateerd. Ook volgt uit deze stukken dat bij eiser op 1 augustus 2025 een MRI-scan van zijn hersens is afgenomen en dat hij is doorverwezen naar het [ziekenhuis] in Utrecht voor een vervolg op zijn mogelijke cognitieve revalidatiebehandeling. Verder volgt uit de door eiser overgelegde stukken van het UMCG dat hij verschillende medicatie krijgt. Verweerder heeft zowel in het voornemen als in het bestreden besluit eisers geheugenproblematiek aangenomen en betrokken bij de beoordeling van eisers asielaanvraag. Echter heeft verweerder ten aanzien van de motivering van het uitstel van vertrek om medische redenen slechts volstaan met het ongemotiveerde standpunt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden in paragraaf A3/7 van de Vc. De rechtbank stelt vast dat verweerder de door eiser overgelegde medische stukken, dan wel de door eiser aangevoerde medische problematiek, niet kenbaar heeft betrokken bij de beoordeling van het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw. Dit leidt tot een motiveringsgebrek. De rechtbank ziet aanleiding om dit gebrek te passeren. Zoals uit de vaste jurisprudentie volgt mag in beginsel worden uitgegaan van eisers eigen verantwoordelijkheid om zijn gestelde medische belemmeringen te onderbouwen. De rechtbank volgt verweerders standpunt ter zitting dat ten tijde van het bestreden besluit geen redenen zijn ingebracht waarom sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 64 van de Vw. In hetgeen eiser in aanloop naar, en ter zitting, heeft aangevoerd, heeft verweerder geen aanwijzingen hoeven zien die blijk geven van mogelijke ernstige medische problematiek. Daarbij heeft eiser niet nader gemotiveerd waarom verweerder aanleiding heeft moeten zien voor het oordeel dat eisers terugkeer naar Egypte zal leiden tot een medische noodsituatie, dan wel voor het verrichten van nader onderzoek. Anders dan eiser stelt, heeft verweerder daarom niet ten onrechte nagelaten nader onderzoek te verrichten. Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

13. In het geconstateerde motiveringsgebrek ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op €1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van €934 en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 20 mei 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.H. Bel

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand