ECLI:NL:RBDHA:2026:1321

ECLI:NL:RBDHA:2026:1321

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 09/311004-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling voor winkeldiefstal. Geen oplegging ISD-maatregel om verdachte kans te geven terug te keren naar Polen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/311004-25

Datum uitspraak: 27 januari 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ( [land] ),

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 13 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.J. Algera en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. H.L. Hendriks naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 november 2025 te Gouda één of meer winkelgoederen/levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich namens de verdediging met betrekking tot het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot het ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 17 november 2025 te Gouda winkelgoederen die aan [supermarkt] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair verzet tegen oplegging van de ISD-maatregel en subsidiair heeft zij verzocht de ISD-maatregel voorwaardelijk op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Dat is een hinderlijk feit, waarvan winkeliers en de maatschappij schade en overlast ondervinden. Met het plegen van dit feit heeft de verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van anderen.

Strafblad

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van de verdachte van 10 december 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte in twee jaar tijd veelvuldig voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Kennelijk hebben deze eerdere veroordelingen de verdachte er niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 24 november 2025. De reclassering vermoedt dat het alcoholgebruik in ieder geval bij eerdere veroordelingen een rol heeft gespeeld. Uit navraag bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst blijkt dat de verdachte geen verblijfsrecht meer in Nederland heeft, en verwijderbaar is. Om die reden heeft de verdachte geen recht op nazorg en kan de reclassering geen interventies inzetten om tot een gedragsverandering te komen. De instabiliteit op diverse leefgebieden en het alcoholgebruik van de verdachte maken echter wel dat de reclassering het recidiverisico op hoog inschat. Om die reden adviseert de reclassering om de verdachte bij veroordeling de onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.

De straf

Hoewel is voldaan aan de wettelijke vereisten om een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen aan de verdachte, zal de rechtbank daartoe niet overgaan. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende.

Het reclasseringsrapport waarin wordt geadviseerd de ISD-maatregel op te leggen, is tot stand gekomen zonder dat de reclassering de verdachte heeft gesproken en zonder dat de verdachte zich heeft kunnen uitlaten over de inhoud van het rapport. Verder volgt uit het reclasseringsrapport niet wat het concrete doel van het opleggen van de ISD-maatregel in het geval van de verdachte zou zijn en hoe dat doel zou kunnen worden bereikt. De reclasseringsmedewerker die het rapport heeft opgesteld is niet verschenen ter zitting zodat ook geen nadere vragen hierover konden worden gesteld.

De verdachte heeft tijdens de terechtzitting stellig laten weten dat hij direct terug zal keren naar [land] zodra hij vrijkomt. Hij zou zijn familie over dit voornemen hebben geïnformeerd en zijn familie wil ook dat hij terugkomt. Verder zou de verdachte vermogen apart hebben gezet om zijn reis naar [land] daadwerkelijk te kunnen realiseren.

Gelet op al het voorgaande wil de rechtbank de verdachte een kans geven om zijn voornemen om terug te keren naar [land] te realiseren. De verdachte is zich inmiddels doordrongen van de betekenis en omvang van de ISD-maatregel.

De rechtbank is gelet op wat hiervoor is overwogen echter ook van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

Alles afwegende zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf opleggen van 60 dagen. De tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering worden gebracht. Bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 16 januari 2026; het daartoe strekkende bevel is apart opgemaakt.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit voorschrift is toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens geldt.

8. De beslissing

1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 17 november 2025, voor zover inhoudende (p. 5-7):

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 november 2025, voor zover inhoudende (p. 16):

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

diefstal;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 60 (ZESTIG) DAGEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 16 januari 2026, het daartoe strekkende bevel is apart opgemaakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.A. van Essen, voorzitter,

mr. E.C. Kole, rechter,

mr. I. Jadib, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.A. Duijm, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 januari 2026.

Bijlage I

Bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025390283, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 38).

[aangever] deed aangifte namens slachtoffer [supermarkt] , gevestigd op [adres] te GOUDA en verklaarde het volgende.

"Ik heb de diefstal zelf gezien.

De verdachte passeerde de kassa zonder de goederen ter betaling aan te bieden. Ik zag dat de verdachte een kipfilet en een roomkaas had gepakt. Ik zag dat de verdachte de verpakking in zijn broekzak deed en ik zag daarna dat de

roomkaas in zijn binnenzak van zijn grijze jas ging. Het leek erop dat de verdachte richting de kassa ging, echter had de verdachte geen goederen meer om op de kassaband te leggen.

Ik zei u bent staande gehouden en loop maar mee. Boven haalde de verdachte 4 flesjes wijn en nog een aantal spullen uit zijn zakken.

Ik heb de verdachte aangehouden op 17-11-2025 om 16:20 uur

De volgende goederen zijn bij de diefstal weggenomen: kipfilet

filet american

3x huiswijn wit

1 x huiswijn rose

vegan paturain roomkaas"

Ik haalde de camerabeelden op bij het slachtoffer [supermarkt] op de [straatnaam] te Gouda.

Na het uitkijken van de bestanden herken ik de man als zijnde verdachte. Ik kan u het volgende signalement van de verdachte geven.

Signalement verdachte:

-Man;

-lichte huidskleur;

-leeftijd tussen de 40 en 55 jaar oud;

-lengte tussen de 175 en 190 centimeter;

-gezet postuur;

-kaal hoofd en geen gezichtsbeharing;

-voller gezicht bij wangen;

-donkerblauwe/ grijze jas met ribbels in de voering vanaf borsthoogte tot onderzijde jas;

-rood onder shirt, mogelijk trui of t-shirt;

-blauwe spijkerbroek;

-sneakers, bovenzijde grijs met witte veters, zool/ rand wit met zwart. Lipje sneakers boven de veters, grijs van kleur met een zwart verticaal balkje, oplopend tot tegen de broekspijp aan.

Ik zag dat de verdachte een vrij "bijzonder" loopje heeft. Ik zag dat de verdachte namelijk moeizaam/ mank loopt.

16:04:15 Ik zag dat de verdachte het flesje in zijn jaszak stopte met zijn rechterhand. Ik zag dat de verdachte met beide handen flesjes vastpakte. ik zag dat de verdachte in zijn linkerhand 2 flesjes vasthield en in zijn rechterhand 1 flesje vasthield. Ik zag dat de verdachte het flesje in zijn rechterhand ook wegstopte in de jaszak aan de rechterzijde. Ik zag dat de verdachte vervolgens met zijn rechterhand het ritsje van zijn jaszak vastpakte en dit vervolgens probeerde dicht te ritsen.

16:06:12 Zag ik dat de verdachte in iedere hand nog steeds een flesje vasthield. Ik zag dat de linkerhand van de verdachte ter hoogte van de Heineken koeling nog steeds een flesje vasthad, maar zijn linker jaszak inging. Ik zag dat de linkerhand van de verdachte enige tijd in de linker jaszak bleef zitten. Ik zag dat de linkerhand van de verdachte vlak voordat de verdachte uit beeld ging weer uit de jaszak ging.

16:13:31 Ik zag dat de verdachte in beide handen producten vasthield.

16:14:42 Zag ik de verdachte weer in het gangpad van de chips en de alcoholische dranken. Ik zag dat de verdachte niets vasthield in zijn linkerhand, maar ik zag dat zijn rechterhand in zijn rechter broekzak zat. Ik zag dat de verdachte aan het einde van het gangpad stil ging staan. Ik zag dat de verdachte zijn beide handen voor zijn borst deed. Ik zag dat de verdachte weer verder liep en weer een product vasthield in zijn linkerhand.

(Bestand 3) OVZ._Achter_Kassa's_NVR_1_20251117160258_20251117161934_1_4G.mp4;

16:15:03 Zag ik de verdachte bovenin beeld weer aan komen wandelen in de richting van de kassa's. Ik zag dat de verdachte alleen iets vasthield in zijn linkerhand. Het leek op een mobiele telefoon. Ik zag dat de verdachte liep in de richting van de kassa met kassamedewerker en kassaband. Ik zag dat de verdachte hier langsliep. Ik zag dat de medewerker ging lopen op het moment dat de verdachte voorbij de kassa's was.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. G.A. van Essen
  • mr. E.C. Kole
  • mr. I. Jadib

Griffier

  • mr. L.A. Duijm

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?