[naam eiser]
[geboortedatum eiser],
[V-nummer eiser],
van Ethiopische nationaliteit,
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van 9 januari 2026.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Verweerder heeft bij brief van 4 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 11 maart 2026 aangegeven dat hij geen contact heeft kunnen krijgen met eiser en dat eiser ook niet op een afspraak is verschenen. De gemachtigde heeft verzocht om de zaak schriftelijk af te doen.
Beoordeling door de rechtbank
Nu eiser is vertrokken met onbekende bestemming en er geen contact meer is met zijn gemachtigde is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake meer is van procesbelang.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
M.S.G. van der Werf, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.