ECLI:NL:RBDHA:2026:1325

ECLI:NL:RBDHA:2026:1325

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 11922962 RP VERZ 25-50778
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

In deze zaak verzoekt Dunea om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder]. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten disfunctioneren. Omdat de arbeidsovereenkomst op verzoek van Dunea wordt ontbonden, moet zij aan [verweerder] een transitievergoeding betalen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

br/c

Zaaknummer / rekestnummer: 11922962 \ RP VERZ 25-50778

Beschikking van 22 januari 2026

in de zaak van

DUNEA N.V.,

te Zoetermeer,

verzoekende partij,

hierna te noemen: Dunea,

gemachtigde: mr. M.M.S. Meinhardt,

tegen

[verweerder] ,

te [woonplaats] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder] ,

gemachtigde: [gemachtigde].

De zaak in het kort

In deze zaak verzoekt Dunea om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] . De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten disfunctioneren. Omdat de arbeidsovereenkomst op verzoek van Dunea wordt ontbonden, moet zij aan [verweerder] een transitievergoeding betalen.

1. De procedure

Dunea heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift met een voorwaardelijk tegenverzoek ingediend.

Op 11 december 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. De gemachtigden van Dunea en [verweerder] hebben ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Op de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Dunea nog aanvullende stukken overgelegd. Die stukken hadden [verweerder] al eerder bereikt. De beschikking is vervolgens bepaald op vandaag.

2. De feiten

Dunea is actief in de branche waterwinnen en zuivering. [verweerder] , geboren [geboortedatum] 1991, is sinds 1 augustus 2019 in dienst bij Dunea. De arbeidsovereenkomst was aanvankelijk voor bepaalde tijd, maar is omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

De functie van [verweerder] is Allround Operationeel Technicus 3 (hierna: AOT3) met een loon van € 3.563,57 bruto per maand, exclusief 22,11 % Flexibel Arbeidsvoorwaarden Budget (hierna: FAB) en € 45,10 consignatie. Op de arbeidsovereenkomst van [verweerder] is de Cao Waterbedrijven (hierna: de Cao) van toepassing.

In zijn rol als AOT3 werkt [verweerder] aan installaties van Dunea conform veiligheidsinstructies en (on)geschreven werkafspraken. Voor de functie van [verweerder] worden de volgende competenties verlangd: communicatie en het vermogen tot begrijpen en begrepen te worden (afstemming, schriftelijk en verbaal), bewust van veiligheid, planmatig en gestructureerd werken, voorspelbaarheid en lerend en corrigerend vermogen.

[verweerder] heeft in 2019 en 2020 naar behoren gefunctioneerd. In 2021 heeft Dunea het functioneren van [verweerder] als “onder de norm” beoordeeld, waarna in maart 2022 met een verbetertraject is gestart. In dit verbeterplan staat onder meer het volgende vermeld:

“Verbeterplan nav beoordeling 2021;

Doel; [verweerder] is voorspelbaar/alert en bedachtzaam op;

a. Veiligheid;

b. Digitale aansturing/hulpmiddelen;

c. Infomeren en afronding van jobs/rollen naar belanghebbende;

d. Bijdragen aan een onverstoorde procesvoering (kwaliteit en kwantiteit);

Bijdrage leidinggevende; indien er signalen/meldingen zijn, zal [naam] samen met de melder en [verweerder] melding bespreken om verbetering toe te kunnen passen.

Resultaat eind 2022; Geen (zwevende) meldingen/signalen/incidenten/beeldvorming, maar een breed vertrouwen dat [verweerder] voorspelbaar, alert/beheerst en bedachtzaam handelt bij regulier/gepland werk en onverwachte omstandigheden.

Concreet gedrag in regulier/gepland werk;

[verweerder] ….

- werkt volgens planbord en jobs vanuit Ultimo;

- anticipeert op komende jobs/rollen (deze week/volgende week/weken), neemt het door en zoekt werkvoorbereider (of andere collega’s) op als er onduidelijkheden zijn;

- neemt de job/opdracht kort voorafgaand aan de start door (wat, hoe, wie helpt/informeren, risico’s/maatregelen);

- hanteert de werkvergunning;

- hanteert LMRA;

- start en stopt job (en tijdregistratie) via UltimoGo;

- laat zich niet afleiden tijdens de uitvoering van gepland werk, tot deze beheerst is afgerond;

- rondt werkzaamheden/jobs zodanig administratief af dat voor de voorbereider of andere belanghebbende duidelijk is wat er is gedaan, en of/welk vervolg er nodig is.

Concreet gedrag in onverwachtse omstandigheden zoals storingen of losse verzoeken;

- beoordeelt wat er aan de hand is/wat de vraag is;

- bepaalt wat hij doet/hoe hij het wil aanpakken;

- bepaalt wie of wat hem kan helpen of wie hij moet informeren. En blijft in contact met deze persoon/personen tot de situatie beheerst/overgedragen is. Bij twijfel zal [verweerder] contact opnemen met [naam] .

- Bepaalt welke risico’s er zijn, en neemt deze weg via maatregelen;

- Hanteert LMRA;

- Voert storing in, in Ultimo en informeert belanghebbenden over afhandelding/vervolg;

Algemeen gedrag;

[verweerder] vraagt op bepaalde momenten aan zijn collega’s feedback op het bovenstaande concrete gedrag. Dit ter bevestiging van voorspelbaarheid/alertheid en bedachtzaamheid.”

Dunea heeft het verbetertraject op 25 mei, 27 juli en 28 september 2022 tussentijds geëvalueerd en heeft daarvan verslag gedaan. In het beoordelingsgesprek van 14 november 2022 is besproken dat [verweerder] de gewenste verbetering heeft laten zien, waarna Dunea het functioneren van [verweerder] als “op de norm” heeft beoordeeld.

Dunea heeft in 2023 meerdere meldingen over [verweerder] ontvangen. Zo heeft een collega van [verweerder] op 3 maart 2023 aan Dunea gemeld dat bijna sprake was van een ongeval, omdat [verweerder] bij het bedienen van een hydraulische afsluiter het draaiboek niet heeft gevolgd en de vergrendeling niet heeft gedemonteerd, waardoor spanning ontstond op de borgbout en deze is afgebroken en omhoog geschoten. Na evaluatie van deze melding heeft Dunea bij brief van 15 maart 2023 een officiële waarschuwing aan [verweerder] gegeven, omdat hij bij het incident het planbord niet heeft gevolgd, zich niet tijdig heeft voorbereid dan wel zich heeft ingelezen, de last minute risico analyse (hierna: LMRA) niet heeft uitgevoerd, geen gevolg heeft gegeven aan mondelinge signalen en opdrachten van collega’s en zijn inschatting van de adhoc-situatie niet met collega’s heeft gecheckt. In deze brief schrijft Dunea ook dat een volgend verbetertraject zal worden ingezet, die zich onder andere zal richten op de houding en het gedrag van [verweerder] .

Tussen Dunea en [verweerder] heeft op 24 maart 2023 een gesprek plaatsgevonden, waarin [verweerder] heeft aangegeven niet in te willen stemmen met een nieuw verbetertraject. Dunea heeft [verweerder] daarna vrijgesteld van werk en heeft dit bij brief aan [verweerder] bevestigd. Nadat [verweerder] onder protest op 12 april 2023 alsnog heeft ingestemd met een verbetertraject, is een nieuw verbetertraject voor de duur van zes maanden gestart. De in dit verbetertraject gemaakte afspraken komen grotendeels overeen met de afspraken uit het verbetertraject in 2022. Wel wordt in het verbetertraject van 2023 meer de nadruk gelegd op het opvolgen van mondelinge instructies.

Dunea heeft dit nieuwe verbetertraject tussentijds geëvalueerd op 10 mei, 7 juni, 13 juli en 20 september 2023 en heeft daarvan verslag gedaan. In het eindbeoordelingsgesprek van 12 oktober 2023 is besproken dat [verweerder] voldoende verbetering heeft laten zien, waarna Dunea het functioneren van [verweerder] in zijn beoordelingsgesprek op 14 december 2023 daarom als “op de norm” heeft beoordeeld.

Dunea heeft het functioneren van [verweerder] in 2024, hoewel er wel enkele incidenten waren, als “goed” beoordeeld.

Dunea heeft in 2025 wederom meldingen ontvangen over incidenten waarbij [verweerder] was betrokken. Zo heeft zich tijdens werkzaamheden op 1 en 3 april 2025 een incident voorgedaan, waarover Dunea en [verweerder] op 30 april 2025 met elkaar hebben gesproken. De inhoud van dit gesprek is dezelfde dag bij brief aan [verweerder] bevestigd, waarin Dunea onder meer het volgende schrijft:

“De aanleiding voor dit gesprek is aan aantal constateringen tijdens het evalueren van de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden ‘verzamelput PS55’ op 1 en 3 april 2025. Welke betrekking hebben op jouw taken en verantwoordelijkheden als AOT3, jouw houding en gedrag in het uitvoeren van de werkzaamheden, de veiligheid voor jouzelf, jouw collega’s en de bedrijfsvoering van Dunea.

In de naar voren gekomen constateringen zien we vergelijkbare voorvallen als waar eerder met jou over is gesproken, jij een officiële waarschuwing voor hebt ontvangen (2023) en verbetertrajecten voor zijn geweest met jou (2022, 2023). (…)

Tijdens ons gesprek valt op dat je de oorzaak of oplossing zoekt bij anderen. Terwijl we jou vragen te kijken naar jouw rol en verantwoordelijkheden. Verder is het soms lastig jou te kunnen volgen tijdens het gesprek. Jouw verhaallijn verloopt dan warrig en details worden door elkaar gehaald. En dat ziet Dunea op vergelijkbare wijze in de manier van het uitvoeren van jouw werk, resulterend onvoorspelbare en ondoordachte werkhouding of handelingen tot gevolg. Als verweer geef je aan dat zaken op de tweede dag (3 april) wel in orde waren. Een deel van de essentie is dat het werk door jou goed voorbereid had moeten zijn voor aanvang van de werkzaamheden op de eerste dag (1 april).

Door jouw houding en gedrag is Dunea genoodzaakt jou een officiële waarschuwing te geven. We sluiten niet uit dat hier arbeidsrechtelijke consequenties aan worden verbonden. Na het gesprek hebben we jou gevraagd om naar huis te gaan. Met de opdracht om zelf na te denken over een mogelijke oplossing.”

Nadat [verweerder] per e-mail meermaals heeft aangegeven het oneens te zijn met de hierboven geschetste gang van zaken, heeft op 6 mei 2025 een vervolggesprek plaatsgevonden tussen Dunea en [verweerder] . In dat gesprek heeft Dunea besloten toch geen officiële waarschuwing aan [verweerder] te geven. Wel heeft Dunea haar zorgen geuit over een mogelijke terugval van [verweerder] in oud gedrag, zoals onvoldoende voorbereid zijn, onvoldoende communiceren en het niet opvolgen van gemaakte afspraken.

Tussen Dunea en [verweerder] heeft op 14 mei en op 10 juni 2025 een regulier voortgangsgesprek plaatsgevonden. In deze gesprekken heeft Dunea [verweerder] gewezen op eerder gemaakte afspraken over voorspelbaarheid en duidelijkheid in samenwerking en afstemming. In het gesprek van 14 mei 2025 is door Dunea ook aangedrongen op coaching. Nadat door Dunea een coach is benaderd, heeft [verweerder] op 25 juni 2025 aan Dunea geschreven dat hij zich afvraagt of coaching noodzakelijk is en wat de aanleiding voor een dergelijk traject is. Het coachingstraject is vervolgens niet van de grond gekomen.

Dunea heeft op 4 juli 2025 een melding ontvangen over een nieuw incident waarbij [verweerder] betrokken was en waarbij [verweerder] handelingen zou hebben verricht aan een chemische installatie zonder daartoe bevoegd te zijn (de juiste aanwijzing te hebben). Dunea heeft [verweerder] op 5 juli 2025 uit het werkrooster gehaald. Op 8 juli 2025 hebben Dunea en [verweerder] over deze melding een gesprek gehad, waarin [verweerder] heeft aangegeven dat hij van mening is dat hij wel bevoegd was de handelingen te verrichten.

Dunea heeft vervolgens een mediator ingeschakeld, waarna op 30 juli 2025 een mediationgesprek heeft plaatsgevonden tussen [verweerder] en zijn leidinggevende. Op 15 augustus 2025 is een vervolggesprek gevoerd. Op 22 september 2025 is het mediationtraject door Dunea beëindigd.

Dunea heeft [verweerder] op 23 september 2025 uitgenodigd voor een gesprek op 26 september 2025. [verweerder] heeft niet op deze uitnodiging gereageerd en is ook niet op het gesprek verschenen.

3. Het verzoek en het verweer

Dunea verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub d BW, subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub g BW en meer subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub i BW. Het voorgaande met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.

Dunea legt (kort gezegd) aan het verzoek ten grondslag dat de arbeidsovereenkomst met [verweerder] dient te eindigen omdat er sprake is van een voldragen ontslaggrond, bestaande uit disfunctioneren (d-grond), een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond), dan wel een combinatie van deze ontslaggronden (i-grond).

[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij betwist dat sprake is van een voldragen ontslaggrond, dan wel van een combinatie van op zichzelf genomen onvoldragen ontslaggronden die gezamenlijk wel een voldragen ontslaggrond opleveren.

Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een transitievergoeding, een cumulatievergoeding in geval van ontbinding op de i-grond, en veroordeling van Dunea in de kosten van deze procedure.

4. De beoordeling

De e-mail van [verweerder] van 12 december 2025 wordt buiten beschouwing gelaten

[verweerder] heeft op 12 december 2025 een e-mail met bijlage aan de kantonrechter gestuurd, waarin hij reageert op een stelling die Dunea op de mondelinge behandeling van 11 december 2025 heeft ingenomen. Deze e-mail van [verweerder] wordt buiten beschouwing gelaten, omdat het debat tussen partijen na afloop van de mondelinge behandeling is gesloten.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In artikel 7:699 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt (artikel 7:699 lid 1 BW).

Er is geen opzegverbod van toepassing

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:671b lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is onderzocht of een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670 BW of enig ander opzegverbod geldt. Dat is niet het geval.

Er is sprake van disfunctioneren door [verweerder]

Uit artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW volgt dat van een redelijke grond sprake is als de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van de overeengekomen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werknemer voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer.

Vooropgesteld wordt dat de wet niet bepaalt op welke wijze de werkgever de werknemer in de gelegenheid moet hebben gesteld zijn functioneren te verbeteren. Gelet op de ingrijpende gevolgen die een ontbinding op grond van disfunctioneren voor een werknemer kan hebben, moet worden aangenomen, mede gelet op de eisen van goed werkgeverschap, dat de werkgever aan de werknemer serieus en reëel gelegenheid tot verbetering moet hebben geboden. Welke hulp, ondersteuning en begeleiding in een concreet geval van de werkgever mag worden verwacht ter verbetering van het functioneren van de werknemer, alsmede op welke wijze een en ander moet worden vastgelegd, hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen onder meer een rol spelen de aard, de inhoud en het niveau van de functie, de bij de werknemer aanwezige opleiding en ervaring, de aard en mate van ongeschiktheid van de werknemer, de duur van het onvoldoende functioneren vanaf het moment dat de werknemer daarvan op de hoogte is gesteld, de duur van het dienstverband, wat er in het verleden reeds is ondernomen ter verbetering van het functioneren, de mate waarin de werknemer openstaat voor kritiek en zich inzet voor verbetering, en de aard en omvang van het bedrijf van de werkgever (ECLI:NL:HR:2019:933).

De kantonrechter overweegt als volgt. Dunea heeft voldoende onderbouwd dat [verweerder] niet alle competenties in huis heeft waarover een werknemer in de functie van [verweerder] dient te beschikken, zoals duidelijk communiceren, veilig, planmatig en gestructureerd werken en het vermogen om te leren en te corrigeren. Hoewel niet in geschil is dat [verweerder] in 2019 en 2020 voldoende heeft gefunctioneerd, volgt uit de processtukken dat Dunea al sinds 2021 kanttekeningen plaatst bij het functioneren van [verweerder] . Dat heeft Dunea er ook toe aangezet om in 2022 een verbetertraject aan [verweerder] aan te bieden. Hoewel dit verbetertraject eerst zijn vruchten leek af te werpen, was het functioneren van [verweerder] volgens Dunea in 2023 wederom onder de norm. Daarnaast heeft zich in 2023 een incident voorgedaan, waarvoor Dunea een officiële waarschuwing aan [verweerder] heeft gegeven. Ook heeft Dunea de noodzaak gezien om een nieuw verbetertraject aan [verweerder] aan te bieden, dat grotendeels op dezelfde verbeterpunten zag als het verbetertraject van 2022. Hoewel [verweerder] na dit tweede verbetertraject weer op de norm functioneerde en dat in 2024 ook is blijven doen, heeft Dunea in 2025 wederom meldingen over incidenten ontvangen waarbij [verweerder] was betrokken en waarbij [verweerder] onvoldoende duidelijk zou hebben gecommuniceerd en de veiligheid onvoldoende in acht zou hebben genomen.

Op deze manier van handelen is [verweerder] al meerdere keren door Dunea aangesproken. Ook zijn ‘duidelijke communicatie’ en ‘veilig werken’ in beide verbetertrajecten als aandachtspunten voor [verweerder] genoemd. [verweerder] is het weliswaar niet eens met de verwijten die Dunea hem maakt en dat staat hem ook vrij, maar uiteindelijk is het oordeel over hoe [verweerder] zijn functie vervult aan Dunea voorbehouden. Dit betekent dat mits voldoende onderbouwd, het oordeel van Dunea over het functioneren van [verweerder] doorslaggevend is. Omdat Dunea voldoende heeft onderbouwd dat zij de meldingen over incidenten met [verweerder] , onder meer die op 3 maart 2023, 1 en 3 april 2025 en 4 juli 2025, intern heeft geëvalueerd en met [verweerder] heeft besproken, staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat het voor [verweerder] kenbaar was dat hij onvoldoende functioneerde en dat daar uiteindelijk onvoldoende verbetering is gekomen.

Dunea heeft ook voldoende gedaan om het functioneren van [verweerder] te verbeteren. Zij heeft twee keer een uitgebreid verbetertraject aangeboden, waarin concrete en haalbare verbeterpunten zijn genoemd. Ook zijn de verbetertrajecten tussentijds geëvalueerd en is aan [verweerder] coaching en mediation aangeboden. Een derde verbetertraject lijkt de kantonrechter weinig zinvol, aangezien [verweerder] ter zitting geen zelfreflectie heeft getoond en zich niet bereid heeft getoond om zich aan te passen. Anders dan [verweerder] , is de kantonrechter van oordeel dat de ongeschiktheid van [verweerder] niet het gevolg is van onvoldoende zorg van Dunea voor scholing van [verweerder] . Dunea heeft toegelicht dat [verweerder] in 2022 niet met de door hem gewenste scholing voor de functie van AOT4 mocht starten, omdat AOT4 een hogere functie is en [verweerder] nou juist in een verbetertraject zat voor de functie van AOT3. Wel heeft [verweerder] de mogelijkheid gekregen om na het afronden van het verbetertraject in 2023 de aanwijzing chemie te behalen. Dat [verweerder] nog andere verzoeken om scholing heeft gedaan is gesteld noch gebleken. Naar het oordeel van de kantonrechter is de ongeschiktheid van [verweerder] ook niet het gevolg van “niet ideale arbeidsomstandigheden”, zoals [verweerder] stelt. [verweerder] heeft deze stelling namelijk onvoldoende onderbouwd, door slechts te verwijzen naar een melding die hij zonder resultaat heeft gedaan bij de Arbeidsinspectie.

Omdat de kantonrechter van oordeel is dat sprake is van een redelijke grond om tot ontbinding over te gaan, namelijk disfunctioneren, hoeven de andere gronden die Dunea aan haar ontbindingsverzoek ten grondslag heeft gelegd niet meer besproken te worden.

Herplaatsing van [verweerder] is niet mogelijk

Herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn is niet mogelijk. Daarvoor is van belang dat Dunea naar voren heeft gebracht dat er geen passende functies zijn die aansluiten bij de opleiding van [verweerder] en dat [verweerder] dit ter zitting ook heeft erkend.

De arbeidsovereenkomst wordt per 22 februari 2026 ontbonden

De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Met toepassing van artikel 7:671b lid 9 sub a BW wordt het einde van de arbeidsovereenkomst bepaald op 22 februari 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, waarbij ten minste één maand dient te resteren. Omdat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, behoeft het tegenverzoek van [verweerder] tot wedertewerkstelling geen bespreking meer.

Dunea moet een transitievergoeding aan [verweerder] betalen

Uit artikel 7:673 lid 1 BW volgt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding is verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever is ontbonden. Aan deze voorwaarde is voldaan. Partijen zijn het erover eens dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding. De kantonrechter zal Dunea daarom veroordelen om de per 22 februari 2026 verschenen transitievergoeding aan [verweerder] te betalen. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt ook toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 22 maart 2026.

[verweerder] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat [verweerder] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van Dunea worden begroot op € 1.084,00 (€ 135,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 22 februari 2026,

veroordeelt Dunea om aan [verweerder] de per 22 februari 2026 verschenen transitievergoeding te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 maart 2026, tot aan de dag van de gehele betaling,

veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 1.084,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,

verklaart deze beschikking wat betreft de onder 5.2. en 5.3. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. D. Jongsma en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?