Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 14 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T.Y. Tsang in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M.C. Wittens in ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 8 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoek van de man, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert – onder referte ten aanzien van de echtscheiding en de hoofdverblijfplaats – verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw, zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van partijen ten tijde van de indiening van het verzoekschrift in Nederland was, is de Nederlandse rechter bevoegd om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot echtscheiding.
Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan
De vrouw stelt zich op het standpunt dat het onder andere door de houding van de man niet gelukt is om een ondertekend ouderschapsplan op te stellen. De man heeft bevestigd dat het inderdaad niet gelukt is om onderling overleg afspraken te maken, maar stelt dat dit ook door de vrouw komt.
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. Partijen hebben dat niet gedaan. De rechtbank stelt vast dat het partijen tot nu niet gelukt is om tot overeenstemming te komen, maar allebei wel baat hebben bij het uitspreken van de echtscheiding. De rechtbank zal daarom partijen ontvangen in hun verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw betreurt dat het huwelijk tussen partijen tot dit punt is gekomen en had het graag anders gezien. Zij realiseert zich tegelijkertijd dat – gelet op de Nederlandse wetgeving – de echtscheiding uitgesproken zal worden.
De rechtbank overweegt dat indien één van beide echtgenoten het huwelijk niet wenst voort te zetten, dit voldoende is om de duurzame ontwrichting van het huwelijk aan te nemen. Nu de man de echtscheiding verzoekt stelt de rechtbank vast dat er sprake is van een duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank zal daarom de verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond toewijzen.
Nevenvoorzieningen
Op de zitting is met partijen uitgebreid stilgestaan hoe het verder moet na de echtscheiding met het contact tussen [minderjarige] en de man en het huurrecht van de echtelijke woning, temeer nu partijen het erover eens zijn dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw is. Gelet hierop, hebben partijen aangegeven dat zij zich tot een mediator willen wenden om te proberen een oplossing te vinden. De rechtbank gaat ervan uit dat beide partijen zich zullen inspannen om onder leiding van de mediator met elkaar in gesprek te gaan over voorliggende onderwerpen.
In afwachting van de mediation zal de rechtbank de beslissingen ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling, de vakanties en feestdagen, de kinderalimentatie, de partneralimentatie, het huurrecht van de echtelijke woning en de verdeling van de huwelijksgemeenschap pro forma aanhouden tot 1 augustus 2026. Partijen dienen de rechtbank in ieder geval voor die datum ervan op de hoogte te stellen of de mediation tot overeenstemming heeft geleid of niet, onder de mededeling of de zaak op de stukken kan worden afgedaan of dat zij een nadere mondelinge behandeling wensen. De rechtbank zal daarover dan vervolgens een beslissing nemen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag 1] 2019 in [plaats] , Burundi;
*
verwijst partijen naar een mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
*
bepaalt dat partijen zich uiterlijk veertien dagen voor voornoemde pro forma datum schriftelijk dienen uit te laten over het resultaat van de mediation en de voortgang van deze procedure;
*
houdt iedere beslissing ten aanzien van de verzochte nevenvoorzieningen tot 1 augustus 2026 pro forma in afwachting van de resultaten van de mediation.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 april 2026.