ECLI:NL:RBDHA:2026:13490

ECLI:NL:RBDHA:2026:13490

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer NL25.59209
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Samenvatting: asiel Marokko, homoseksualiteit, verweerder heeft geaardheid niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59209

(gemachtigde: mr. I.M. Hidding),

en

(gemachtigde: mr. J.P. Arts).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1971. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 december 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij afkomstig is uit Marokko en dat hij homoseksueel is. Vanwege zijn geaardheid werd hij gepest en geslagen door mensen in de maatschappij. De politie wilde eiser niet helpen, ze sloegen hem en gooiden koud water over hem heen. Eiser verklaart dat hij in 1983 verkracht is door twee oudere jongens. Hij heeft in Marokko een relatie gehad met [persoon1] . Nadat zijn ouders zijn overledenheeft eiser besloten om Marokko te verlaten. Vervolgens heeft hij tot 2022 in Italië gewoond. Hier had eiser van 1997 tot 2017 een werkvergunning. Eiser voelde zich herboren en vrij in Italië als homoseksueel. In Italië heeft hij een lange relatie van drie à vier jaar gehad met [persoon2] , maar zij zijn op een gegeven moment uit elkaar gegroeid. Verder heeft eiser alleen kortstondige relaties gehad. Hij bezocht in Italië geregeld feesten en discotheken met zijn homo-vriendengroep. In Nederland is eiser nog niet buiten het AZC geweest, maar hij heeft wel behoefte aan contact met andere homoseksuele mensen.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:1. Identiteit, nationaliteit en herkomst2. Seksuele gerichtheid (homoseksueel) en de daaruit voortvloeiende problemen.

De minister volgt de nationaliteit en herkomst van eiser, maar vindt zijn identiteit niet geloofwaardig. Zijn naam en geboortedatum zijn namelijk niet met documenten onderbouwd en de verklaringen van eiser daarover vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Verder vindt de minister dat eiser ook in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Eiser heeft in Europa verschillende aliassen gebruikt en uit het feit dat hij in diverse Europese landen heeft gewoond zonder asiel aan te vragen blijkt niet dat hij bescherming nodig heeft.

Verder vindt de minister het niet geloofwaardig dat eiser homoseksueel is en dat hij daardoor problemen heeft ondervonden of zal ondervinden bij terugkeer naar Marokko. Eiser heeft dit asielmotief niet onderbouwd met stukken en zijn verklaringen erover vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Hij heeft namelijk vaag en oppervlakkig verklaard over zijn gedachten en gevoelens, en onvoldoende inzicht gegeven in zijn persoonlijke beleving met betrekking tot acceptatie van zijn homoseksualiteit in Marokko. Daarnaast heeft eiser tegenstrijdig verklaard over wie er allemaal op de hoogte waren van zijn geaardheid. Verder verklaart hij volgens de minister oppervlakkig en vaag over zijn relatie met [persoon2] en over hoe zijn geloof in verhouding staat met zijn geaardheid. Uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij weinig kennis heeft van de situatie van homoseksuelen in Italië en Nederland en ook over de situatie voor homoseksuelen in Marokko, aldus de minister.

De asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw. Dit omdat eiser volgens de minister met opzet zijn identiteitsdocumenten heeft vernietigd of weggemaakt. Eiser krijgt een terugkeerbesluit voor Marokko en een inreisverbod van 2 jaar opgelegd.

De geloofwaardigheidsbeoordeling

Eisers verblijf in Europa voorafgaand aan zijn asielaanvraag

5. Eiser erkent dat hij niet direct bij aankomst in Europa asiel heeft aangevraagd, maar hij vindt dat de minister onvoldoende heeft uitgelegd waarom dit maakt dat hij geen bescherming nodig zou hebben.

De rechtbank is van oordeel dat uit de besluitvorming onvoldoende duidelijk blijkt hoe, en in het kader van welk asielmotief, de minister de omstandigheid dat eiser voorafgaand aan zijn asielaanvraag reeds lang in Europa heeft verbleven, bij de beoordeling van de asielaanvraag heeft betrokken. De minister heeft op de zitting desgevraagd toegelicht dat het langdurige verblijf in Europa als bevreemdingwekkend is aangemerkt, maar dat het geen op zichzelf staande afwijzingsgrond is. Nu het aldus geen dragende overweging is in de geloofwaardigheidsbeoordeling, zal de rechtbank daarom voorbijgaan aan dit punt en wat daartegen in beroep is ingebracht en beoordelen of de rest van de motivering voldoende is om het besluit te kunnen dragen.

De geloofwaardigheid van de identiteit van eiser

6. Eiser voert aan dat de minister zijn identiteit ten onrechte niet geloofwaardig vindt. Volgens eiser heeft hij driemaal dezelfde naam opgegeven en is deze per land anders gespeld dan wel is er sprake van vertaalfouten die niet aan hem kunnen worden toegerekend. Kennelijk is er éénmaal een verkeerde geboortedatum genoteerd. Eiser betwist dat hij die geboortedatum zelf heeft opgegeven. Gelet op zijn ingediende asielaanvraag in Nederland kan het volgens eiser niet van hem gevergd worden dat hij zich tot de autoriteiten van Marokko wendt om nieuwe documenten aan te vragen.

De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat eisers identiteit niet geloofwaardig is. De minister heeft in dit kader aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij geen documenten heeft overgelegd om zijn identiteit te onderbouwen, te meer omdat hij stelt zijn Italiaanse identiteitskaart onderweg naar Nederland te hebben weggegooid en in Italië ook in het bezit is geweest van andere identiteitspapieren. Daarnaast werpt de minister eiser in dit kader niet ten onrechte tegen dat hij in Europa onder drie aliassen bekend staat, dat daarbij in ieder geval éénmaal een afwijkende geboortedatum is opgegeven en dat hij hiervoor geen bevredigende verklaring heeft gegeven. In de enkele in beroep herhaalde stelling van eiser dat dit het gevolg is van vertaalfouten in die andere landen, heeft de minister geen aanleiding hoeven zien om dit niet ten nadele van eiser te betrekken. De minister heeft alles in samenhang bezien mogen vinden dat aan eisers identiteit geen geloof kan worden gehecht. De beroepsgrond slaagt niet.

De geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen

7. Eiser voert aan dat de minister zijn gestelde geaardheid ten onrechte niet geloofwaardig vindt. Hiertoe voert hij aan dat hij, anders dan de minister stelt, wel degelijk heeft verklaard over zijn gevoelens rondom zelfacceptatie. De minister heeft hierbij volgens eiser onvoldoende betrokken dat uit zijn verklaringen volgt dat hij sombere gevoelens had over zijn geaardheid. Daarnaast valt niet in te zien waarom hij uitgebreider had moeten verklaren over hoe [persoon1] hem heeft geholpen om zijn geaardheid te accepteren dan hij heeft gedaan. Hierbij heeft de minister onvoldoende rekening ermee gehouden dat de relaties met zowel [persoon1] als [persoon2] lang geleden zijn beëindigd. Verder betoogt eiser dat de tegenwerping in het bestreden besluit over eisers gebrekkige kennis van organisaties voor homoseksuelen in Europa, onbegrijpelijk is gezien het voornemen en de daartegen ingebrachte zienswijze, waarin is aangegeven dat eiser nooit geïnteresseerd is geweest in dit soort organisaties.

De rechtbank overweegt dat in LHBTI-zaken het zwaartepunt van de geloofwaardigheidsbeoordeling ligt bij het persoonlijke en authentieke verhaal dat de vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaring met betrekking tot zijn gestelde seksuele gerichtheid. De minister moet een integrale beoordeling verrichten, waarbij hij de verklaringen van de vreemdeling over verschillende thema’s uitdrukkelijk in hun onderlinge samenhang en in het licht van de overige verklaringen van het overgelegde bewijsmateriaal moet bezien. Hierbij geldt dat de vreemdeling eventuele ontoereikende verklaringen over een thema kan compenseren met andere verklaringen en overgelegd bewijsmateriaal. Daarbij is vooral van belang of er informatie van feitelijke aard uit deze stukken volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde homoseksuele geaardheid van eiser niet geloofwaardig is. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

De rechtbank stelt allereerst vast dat eiser ter onderbouwing van zijn geaardheid geen documenten heeft overgelegd die zijn verklaringen hieromtrent ondersteunen. Verder stelt de rechtbank vast dat eiser in beroep niet heeft bestreden dat, zoals door de minister is tegengeworpen, hij tegenstrijdig heeft verklaard over wie er in Marokko op de hoogte waren van zijn geaardheid en hij oppervlakkig heeft verklaard hoe zijn geloof als moslim zich verhoudt tot zijn geaardheid.7.4 De minister heeft verder mogen vinden dat eiser vaag en summier heeft verklaard over zijn gedachten en gevoelens met betrekking tot zijn geaardheid. Eiser verklaart, ondanks dat meermalen is doorgevraagd, slechts in algemene termen over zijn persoonlijke beleving en het proces van de acceptatie van zijn homoseksualiteit in Marokko. De minister heeft ter zake als voorbeeld gegeven dat eiser op de vraag waarom hij zijn geaardheid niet kon accepteren heeft geantwoord: ‘Er is in de wereld waarin ik leef geen plek is voor mensen zoals ik. Er is geen leven. Er is niks. Er is alleen maar donker’ en dat hij in een volgens gehoor gevraagd naar verduidelijking heeft geantwoord dat [persoon1] hem heeft geholpen bij de acceptatie, maar dat niet is uitgelegd hoe dan precies. Ook heeft de minister mogen betrekken dat eiser te weinig concreet heeft kunnen verklaren over hoe het was om in Marokko homoseksueel te zijn, nu dat in dat land maatschappelijk onacceptabel is. Wat in beroep is aangevoerd, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

Daarnaast heeft de minister mogen betrekken dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over zijn relatie met [persoon2] . Eiser heeft wel verklaringen over deze relatie afgelegd, maar persoonlijke verhalen over ontmoetingen, gesprekken en ervaringen ontbreken, terwijl hij daartoe wel de gelegenheid is gesteld. De minister mocht van eiser ondanks het tijdsverloop verwachten dat hij hier meer over zou kunnen vertellen. Dit mede gelet op het feit dat eiser heeft verklaard dat dit in Italië zijn enige relatie is geweest en meerdere jaren heeft geduurd.

Tot slot heeft de minister niet ten onrechte bij de beoordeling betrokken dat eiser geen kennis heeft van de situatie van homoseksuelen in Marokko en van de situatie en LHBTI-organisaties in Italië. De minister heeft op zitting uitgelegd dat interesse in dergelijke organisaties niet zozeer vereist is, maar dat bij gebrek aan interesse wel van de vreemdeling verwacht mag worden dat hij kan uitleggen wat zijn beweegredenen zijn. In die zin is het gebrek aan kennis van eiser volgens de minister niet doorslaggevend, maar heeft hij dit punt wel ten nadele van eiser bij de geloofwaardigheid heeft betrokken. De rechtbank is van oordeel dat wat in beroep is aangevoerd, niet maakt dat de minister dat ten onrechte heeft gedaan. Hierbij is onder meer van belang dat eiser heeft verklaard dat hij zoekende was naar manieren om zijn geaardheid te uiten in de Italiaanse samenleving en stelt aldaar geregeld LHBTI-feesten te hebben bezocht met een vriendengroep.

De beroepsgronden slagen niet. Kennelijk ongegrond

8. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister de asielaanvraag niet onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard omdat is voldaan aan de voorwaarde daartoe van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw. Eiser heeft namelijk zelf verklaard dat hij zijn Italiaanse identiteitskaart onderweg naar Nederland heeft weggegooid, omdat hij niet wilde dat hij teruggestuurd zou worden naar Italië. De minister heeft terecht gesteld dat daaruit volgt dat eiser te kwader trouw de identiteitspapieren heeft weggemaakt. Dat, zoals in beroep is aangevoerd, sprake is van een asielmotief dat te maken heeft met eisers seksuele geaardheid is hierbij niet relevant en dit geldt ook voor de omstandigheid dat meerdere gehoren met eiser hebben plaatsgevonden over dit asielmotief. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen asielvergunning krijgt en dat hij moet terugkeren naar Marokko. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr.B.L. Kosterman - Meijer, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M. den Dulk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand