[verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [nummer 1],
en
[verzoekster], verzoekster
V-nummer: [nummer 2],
samen te noemen verzoekers, mede namens verzoeker zijn minderjarige zoon,
[minderjarige],
V-nummer: [nummer 3]
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).
Samenvatting
1. Verzoekers hebben een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met de besluiten van 2 oktober 2025 de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond en terugkeerbesluiten opgelegd. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om voorlopige voorzieningen te treffen.
De verzoeken zijn, samen met de beroepen, op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen met zaaknummers NL25.49345 en NL25.49349. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoekers een vergoeding krijgen van de proceskosten. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde van € 934,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank overweegt daarbij dat sprake is van samenhangende zaken en dat in de beroepszaak al een punt is toegekend voor het verschijnen ter zitting.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van Luijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerd publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.