ECLI:NL:RBDHA:2026:13546

ECLI:NL:RBDHA:2026:13546

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer NL23.14438 en NL23.31700
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Asiel – Egypte – Eiser stelt een dodelijk auto-ongeluk te hebben veroorzaakt waarop de familie van de dode hem wil wreken (bloedwraak). Verweerder heeft het relevante element niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.14438 en NL23.31700

(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.R. Scholtens).

Procesverloop

Op 27 augustus 2021 heeft eiser een asielaanvraag ingediend in Nederland. Op 13 mei 2023 heeft eiser voor een tweede keer beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.

Bij besluit van 18 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen.

Eiser heeft op 6 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (NL23.31700).

Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit (NL23.14438) mede betrekking op het bestreden besluit.

Eiser heeft op 27 oktober 2023 beroepsgronden ingediend. Op 10 november 2023 heeft hij deze aangevuld en op 6 augustus 2025 heeft hij een correctie ingediend.

Verweerder heeft op 5 augustus 2025 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [naam 1] als tolk en de gemachtigde van verweerder. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Op 15 augustus 2025 heeft eiser verzocht het onderzoek te heropenen vanwege een vertaalfout in een door hem overgelegd document, waarbij hij tevens een nieuwe vertaling heeft overgelegd. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en verweerder in de gelegenheid gesteld daarop een standpunt in te nemen.

Bij brief van 3 september 2025 heeft verweerder een reactie ingediend.

Vervolgens heeft de rechtbank kenbaar gemaakt dat zij voornemens is het onderzoek te sluiten zonder nadere zitting. Daarop maakte eiser kenbaar dat hij nog een nader stuk wilde indienen.

Op 30 september 2025 heeft eiser een (vertaling) kopie overlijdensregistratie overgelegd. Bij brief van 13 oktober 2025 heeft verweerder een reactie ingediend.

Bij brief van 18 oktober 2025 heeft eiser een reactie ingediend en daarbij een aanvullend stuk overgelegd.

De rechtbank heeft, nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, een nadere zitting achterwege gelaten en het onderzoek (opnieuw) gesloten.

Overwegingen

Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit

1. De rechtbank overweegt dat eiser geen belang meer heeft bij dit onderdeel van zijn beroep, omdat verweerder alsnog op de asielaanvraag heeft beslist. De destijds verstuurde ingebrekestelling is geldig. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep (a) niet-ontvankelijk verklaren voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit en (b) verweerder veroordelen in de proceskosten van eiser in verband met het instellen van dit beroep (0,5 punt).

Het beroep tegen het bestreden besluit

Het asielrelaas

2. Eiser heeft de Egyptische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1975. Aan zijn asielaanvraag legt eiser – samengevat – het volgende ten grondslag. Op 20 februari 2018 is eiser betrokken geraakt bij een dodelijk verkeersongeluk. De Egyptische rechter heeft eiser vrijgesproken. De familie van het slachtoffer heeft het daar echter niet bij laten zitten en gezworen dat zij eiser zullen doden in het kader van bloedwraak. Twee maanden na de vrijspraak is eiser door de broer van het slachtoffer en drie anderen aangevallen, waarbij hij met een mes in zijn been is gestoken en met zijn verwondingen in het ziekenhuis is beland. Eiser vreest bij terugkeer naar Egypte dat de Egyptische overheid niet in staat zal zijn om de bloedwraak tegen te gaan en dat hij door de familie van het slachtoffer alsnog zal worden gedood.

Stukken

Eiser heeft ter staving van zijn asielrelaas diverse documenten overgelegd. Bij de aanvraag, en betrokken bij het voornemen, heeft eiser een vonnis overgelegd van de ‘Centrale rechtbank Giza Zuid’, afgegeven op 7 september 2021, waarin hij in zaaknummer 6335 wordt vrijgesproken. Daarnaast heeft eiser een proces-verbaal, afgegeven op 8 september 2021 overgelegd, waarin hij wordt bevraagd over het verkeersongeluk. Tevens heeft hij een medische verklaring overgelegd, waarin staat dat hij op de chirurgieafdeling van het Al Haram-ziekenhuis heeft verbleven met een steekwond in het rechterdijbeen. Voorts heeft eiser een proces-verbaal, afgegeven op 8 september 2021 overgelegd, waarin verslag wordt gedaan van het steekincident. Bureau Documenten heeft de echtheid en de opmaak en afgifte van deze documenten negatief beoordeeld.

Verder heeft eiser in de zienswijze twee aanvullende stukken overgelegd. Eiser heeft een ‘Verklaring omtrent een feit in het register’ overgelegd, afgegeven op 14 december 2022, van het Openbaar Ministerie (Parket Al Haram), waarin staat dat er een verdenking is geweest van doodslag na een auto-ongeluk en dat sprake is geweest van vrijspraak. Daarnaast heeft eiser een ongedateerde verklaring van [naam 2] , zijn Egyptische advocaat, overgelegd, over de pogingen die zijn ondernomen om de bloedwraak met de familie van het slachtoffer te verzoenen. De verklaring van 14 december 2022 (‘Certificaat rechtbank’) is door Bureau Documenten eveneens negatief beoordeeld op echtheid, opmaak en afgifte van het document. Ten aanzien van de verklaring van [naam 2] kon door Bureau Documenten geen uitspraak over de echtheid, opmaak en afgifte en inhoud worden gedaan.

In beroep heeft eiser nog een Verklaring uit het register overgelegd van 26 september 2023 van het Openbaar Ministerie (Parket Giza-Zuid), waarin staat dat er een verdenking is geweest van ‘[het veroorzaken van] een auto-ongeluk (letsel door schuld)’, waarvan eiser is vrijgesproken. Ook staat daarin dat de verklaring is opgesteld op verzoek van de indiener, [naam 3] . Bureau Documenten heeft deze verklaring (‘Verklaring autoriteiten’) positief beoordeeld op echtheid. Eiser heeft vervolgens na het sluiten van het onderzoek op 15 augustus 2025 een nieuwe vertaling (gedateerd 15 mei 2025) overgelegd. Daarin wordt de zaak van eiser vertaald als: “Met de beschuldiging van een auto-ongeluk (per ongeluk of onbedoelde klap).” Verder heeft eiser een overlijdensakte (datum van uitgifte 7 september 2025) overgelegd, betreffende het overlijden van [naam 4] (volgens eiser het slachtoffer van het auto-ongeluk). Tot slot heeft eiser een kopie van een onderzoeksrapport overgelegd met een (geautomatiseerde) vertaling.

Het bestreden besluit

3. Verweerder heeft de volgende relevante elementen vastgesteld en beoordeeld:

Identiteit, nationaliteit en herkomst;

Eiser heeft een dodelijk ongeluk veroorzaakt waarop de familie van de dode hem wil wreken.

Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Verweerder acht de gestelde bloedwraak echter niet geloofwaardig. Een groot deel van de door eiser overgelegde documenten is door Bureau Documenten negatief beoordeeld en biedt onvoldoende steun voor zijn verklaringen. De inhoud van de stukken wijkt soms af van de verklaringen van eiser. Verder stelt verweerder dat eisers verklaringen vaag, onvoldoende gedetailleerd en tegenstrijdig zijn. Daarbij komt dat eiser, nadat hij met een visum naar Nederland, eerst twee jaar in Polen heeft verbleven om daar te werken, alvorens in Nederland asiel aan te vragen. Dit alles doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. Er doet zich volgens verweerder geen asielgrond voor als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De asielaanvraag heeft verweerder afgewezen als ongegrond.

Voor zover eiser verblijfsrecht beoogt voor zijn in Nederland verblijvende Oekraïense echtgenote, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat – ten tijde van de besluitvorming – niet is gebleken dat eiser of zijn echtgenote zich bij de gemeente heeft gemeld om aanspraak te maken op bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïners. Verweerder heeft ook getoetst aan artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), waarbij hij de belangenafweging in het nadeel van eiser en zijn echtgenote heeft laten uitvallen.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van het bestreden besluit aan de hand van de daartegen door eiser aangevoerde beroepsgronden.

De (rechterlijke)procedure in Egypte naar aanleiding van het auto-ongeluk

5. Eiser stelt dat de door hem overgelegde documenten, in onderlinge samenhang bezien, voldoende steun bieden om de gestelde bloedwraakproblemen geloofwaardig te achten. Ten aanzien van de authenticiteit van het vonnis van de rechtbank (afgegeven op 7 september 2021) heeft eiser gewezen op het Algemeen Ambtsbericht Egypte van november 2021 (AA 2021, blz. 60 en 63) en aangevoerd dat sprake lijkt te zijn van ‘een rommeltje’ wat betreft de rechtsgang in Egypte. Hij betwist de negatieve conclusie van Bureau Documenten. Tevens dient volgens eiser grote waarde te worden gehecht aan de verklaring van Al Sherbini, zijn Egyptische advocaat. Het feit dat deze verklaring niet op echtheid kan worden onderzocht, betekent niet zonder meer dat deze buiten beschouwing kan worden gelaten bij de asielbeoordeling (arrest L.H. van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478). Bij dit alles moeten volgens eiser ook de in beroep overgelegde documenten worden betrokken.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de geloofwaardigheid van de rechtsgang na het auto-ongeluk die eiser heeft doorlopen, het volgende.

Op grond van de in beroep overgelegde en door Bureau Documenten positief beoordeelde ‘Verklaring autoriteiten’, afgegeven op 26 september 2023, gaat verweerder ervan uit dat eiser werd verdacht van het onopzettelijk toebrengen van letsel als gevolg van een auto-ongeluk en dat hij daarvan op 27 mei 2018 is vrijgesproken. De rechtbank volgt dit standpunt van verweerder.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet ten onrechte gesteld dat de negatieve bevindingen van Bureau Documenten ten aanzien van een groot deel van de overgelegde documenten (zie r.o. 2.1-2.2) sterk afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas (een auto-ongeluk met een dodelijk afloop). Voor zover eiser de negatieve bevindingen van Bureau Documenten, onder verwijzing naar het AA 2021, betwist, overweegt de rechtbank dat dit niet leidt tot een ander oordeel. Verweerder stelt terecht dat de passages van het AA 2021 waar eiser op heeft gewezen zien op het verkrijgen van een eerlijk proces, de procedurele waarborgen voor bijvoorbeeld politieke opposanten en de staat van de Egyptische rechtsstaat, en niet op de opmaak en afgifte van documenten van de Egyptische autoriteiten.

Daarbij komt dat eiser weliswaar een document heeft overgelegd dat positief op echtheid is beoordeeld (de ‘Verklaring autoriteiten’ van 26 september 2023), maar de inhoud daarvan afwijkt van de eerder overgelegde documenten die niet authentiek zijn bevonden. In de niet authentiek bevonden documenten staat dat eiser werd verdacht van doodslag, terwijl dat uit het positief bevonden document niet volgt. Verweerder heeft terecht op dit verschil gewezen en zich terecht op het standpunt gesteld dat de overgelegde documenten het asielrelaas van eiser niet aannemelijk maken.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook terecht gesteld dat de overgelegde overlijdensakte niet aannemelijk maakt dat de overledene het slachtoffer is van het door eiser veroorzaakte auto-ongeluk en dat eiser om die reden problemen heeft ondervonden met de familie van het slachtoffer. Uit het op 18 oktober 2025 overgelegde ‘onderzoeksrapport’ volgt weliswaar een verband tussen het door eiser veroorzaakte auto-ongeluk en het overlijden van de in de overlijdensakte genoemde persoon, maar naar het oordeel van de rechtbank kan dit eiser niet baten. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat dit stuk in een zeer laat stadium van de beroepsprocedure is ingebracht – evenals de overlijdensakte –, niet afkomstig is van een beëdigde vertaler, en een verlengstuk vormt van het Openbaar Ministerie Al-Haram, waarvan het eerder overgelegde ‘Certificaat rechtbank’ van 14 december 2022 negatief is beoordeeld. Bovendien is het onderzoeksrapport, mede gelet op het late moment van indiening, niet op authenticiteit onderzocht. De inhoud van dit stuk weegt naar het oordeel van de rechtbank ook niet op tegen de omstandigheid dat het wél authentiek bevonden document van de Egyptische rechtbank (‘Verklaring autoriteiten’ van 26 september 2023) niet wijst op een dodelijke afloop. Ook de door eiser bij brief van 15 augustus 2025 van deze verklaring overgelegde vertaling ‘Met de beschuldiging van een auto-ongeluk (per ongeluk of onbedoelde klap) wijst daar niet op. Dit alles doet afbreuk aan de betekenis die eiser aan de overgelegde documenten wenst toe te kennen. Ten slotte maken noch de overlijdensakte noch het onderzoeksrapport de gestelde, aan bloedwraak gerelateerde problemen van eiser met de familie van het slachtoffer aannemelijk.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd waarom hij geen doorslaggevende waarde heeft toegekend aan de verklaring van [naam 3]. Uit deze verklaring volgt onder meer dat de advocaat van eiser contact heeft gehad met de broer van het slachtoffer, die zou hebben verklaard dat het “oog om oog, tand om tand [en bloed om bloed]” is. Hoewel het enkele feit dat een document niet op echtheid kan worden onderzocht niet zonder meer betekent dat daaraan geen waarde kan worden gehecht, heeft verweerder de verklaring niet om die reden terzijde geschoven. Verweerder heeft namelijk niet ten onrechte gesteld dat de verklaring niet zodanig zwaarwegend is dat deze verklaring het asielrelaas van eiser geloofwaardig maakt. Daarbij heeft verweerder terecht gesteld dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of de verklaring daadwerkelijk door [naam 3] is opgesteld, en niet ten onrechte gesteld dat van eiser, die nog in contact staat met deze advocaat, in dit verband meer had mogen worden verwacht. Anders dan eiser stelt, ligt het op de weg van eiser, niet van verweerder, om hierover contact op de nemen met [naam 3], die naar hij stelt zijn belangen behartigt. Gelet op hetgeen reeds voorligt in deze zaak, waaronder de omstandigheid dat eiser meerdere documenten heeft overgelegd die waarschijnlijk of hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt (zoals volgt uit de bevindingen van Bureau Documenten), en in samenhang bezien met de verklaringen van eiser (zie hierna), heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat deze verklaring weinig toevoegt aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas.

Eisers verklaringen over de gang van zaken rondom de bedreigingen

6. Verweerder heeft eiser verder tegengeworpen dat zijn verklaringen over de gang van zaken rondom de bedreigingen met bloedwraak vaag, tegenstrijdig en onvoldoende gedetailleerd zijn. Eiser betwist de motiveringen van verweerder, maar de rechtbank volgt eiser daarin niet, gelet op het volgende.

Verweerder heeft niet ten onrechte gesteld dat van eiser verwacht mocht worden dat hij zich meer zou herinneren over de rechtbankzitting en de eerste ontmoeting met de familie van het slachtoffer, en dat zijn verklaringen hierover eenduidig zouden zijn. Eiser heeft echter tegenstrijdige verklaringen gegeven over het eerste contactmoment met de familie. Enerzijds verklaart hij in het nader gehoor de familie voor het eerst te hebben gezien tijdens de rechtbankzitting, anderzijds zegt hij de broer van het slachtoffer al tijdens het (voor)onderzoek van het Openbaar Ministerie te hebben ‘gezien’ (zie nader gehoor, p. 18-19). In de zienswijze heeft eiser gesteld dat de verklaring dat hij de broer al bij het Openbaar Ministerie had gezien een vergissing is. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat deze nieuwe verklaring van eiser de tegenstrijdigheid niet wegneemt en dat het niet duidelijk is waarom eiser pas nu deze correctie maakt.

In dit verband heeft verweerder ook niet ten onrechte gesteld dat eisers verklaringen vaag blijven over hoe hij wist dat het de broer van het slachtoffer was die hij op de dag van het vooronderzoek had gezien. Ook zijn verklaringen, waarin hij de bedreigingen van de familie jegens hem zelf opving (in de gang of achter een bureau), zijn tegenstrijdig. Verweerder heeft niet ten onrechte gesteld dat van eiser mag worden verwacht dat hij preciezer en eenduidiger verklaart over het eerste contactmoment met de familie van het slachtoffer.

Verweerder heeft ook niet ten onrechte gesteld dat eiser weinig kan verklaren over de familie van het slachtoffer, en dat hij niet heeft toegelicht waarom hij zich niet verder in deze familie heeft verdiept nu die bloedwraak op hem heeft gezworen. Hoewel de rechtbank deze tegenwerping niet zwaarwegend acht, weegt het onder de voorgenoemde omstandigheden in het nadeel van eiser dat hij onvoldoende gedetailleerde verklaringen over de familie van het slachtoffer en (belangrijke) gebeurtenissen heeft kunnen geven. Zo zou de familie van het slachtoffer driemaal bedreigingen tegen eiser hebben geuit, maar verweerder stelt terecht dat eiser onvoldoende details heeft gegeven over de aard van deze bedreigingen, alsook over het verloop van de aangifte van het steekincident en het politieonderzoek dat is gestart in verband met de bloedwraak. Volgens eiser heeft zijn advocaat gepoogd de situatie met de familie van het slachtoffer te verzoenen, maar dit verklaart niet waarom eiser zijn advocaat niet verder heeft bevraagd over de voortgang en details van het onderzoek. Verweerder heeft de stelling van eiser, dat hij geen vertrouwen had in de Egyptische politie, terecht onvoldoende geacht. Dat uit het AA 2021 (p. 72) volgt dat bloedwraak ingebed is in (voornamelijk het conservatieve Zuid-Egypte) en in het AA 2021 (p. 73) staat dat de Egyptische overheid geen systematische hulp biedt, kan eiser niet baten. Verweerder heeft er namelijk terecht op gewezen dat deze laatste passage betrekking heeft op eerwraak (onder meer tegen vrouwen en meisjes) en niet op bloedwraak. Bovendien maakt het nog altijd niet aannemelijk dat eiser met (bedreigingen van) bloedwraak te maken heeft gehad naar aanleiding van een (dodelijk) auto-ongeluk.

Het steekincident

7. Eiser heeft verder aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd dat hij in juli 2018 door vier mannen (waaronder de broer van het slachtoffer) is overvallen en daarbij in zijn rechterdijbeen is gestoken. In beroep betoogt eiser dat er waarde dient te worden gehecht aan zijn stelling dat de familie van het slachtoffer daarmee al een eerste daad van vergelding op hem heeft gepleegd. Eiser betwist het standpunt van verweerder dat uit de overgelegde documenten niet blijkt dat sprake is geweest van een steekpartij. Voorts stelt eiser dat ten aanzien van dergelijke documenten niet kan worden uitgegaan van een standaardopmaak en -afgifte, waaraan Bureau Documenten heeft getoetst.

De rechtbank overweegt dat eiser twee documenten heeft overgelegd (een medisch document, betreffende een verklaring van een arts en opname in het ziekenhuis, en een proces-verbaal van de politie over een steekpartij) die beide negatief zijn beoordeeld op echtheid door Bureau Documenten. Wat betreft het medisch document zijn volgens Bureau Documenten onregelmatigheden aangetroffen met betrekking tot de op de achterzijde van het document aangebrachte legeszegel en de opmaak en afgifte van het document, die de conclusie rechtvaardigen dat het medisch document hoogstwaarschijnlijk niet in deze staat is opgemaakt en afgegeven door een daartoe bevoegde instantie. Ook op het proces-verbaal zijn onregelmatigheden aangetroffen met betrekking tot de opmaak en afgifte van het document, die volgens Bureau Documenten de conclusie rechtvaardigen dat het proces-verbaal waarschijnlijk niet in deze staat is opgemaakt en afgegeven. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat het advies van Bureau Documenten een deskundigenadvies is en verweerder in beginsel ervan mag uitgaan dat het advies / de verklaring van onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en dat de getrokken conclusies daarop aansluiten (uitspraak van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2765, r.o. 2.1). Dat de mogelijkheid bestaat dat Egyptische documenten afwijkingen vertonen in opmaak en afgifte, is op zich juist, maar leidt niet tot een ander oordeel. Eiser heeft geen contra-expertise ingebracht. Zonder onderbouwing waarom de conclusie van Bureau Documenten niet juist zou zijn, verandert enkel de stelling dat het volgens eiser niet mogelijk is dat de documenten niet echt zijn, het voorgaande niet. Nu Bureau Documenten heeft geconcludeerd dat de documenten niet in deze staat worden opgemaakt en afgegeven door een daartoe bevoegde instantie, met een “grote” en “behoorlijke” mate van zekerheid (zie de Vakbijlage, p. 7), heeft verweerder terecht gesteld dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het relevante element, te weten het aan bloedwraak gerelateerde steekincident.

Over het medisch document inhoudelijk heeft verweerder ook niet ten onrechte gesteld dat niet inzichtelijk is waarom de verwachte periode van eisers opname 14 dagen zou zijn, terwijl vervolgens zonder heldere reden wordt vermeld: “De patiënt heeft langer dan 21 dagen behandeling nodig.” Verweerder stelt ook terecht dat uit het medisch document niet volgt dat de ‘steekwond’ veroorzaakt is door een steekpartij, waarmee het onvoldoende bevestiging biedt voor het door eiser gestelde asielrelaas. Daarbij heeft verweerder ook van belang mogen achten dat eiser, zoals weergegeven onder 6.3, onvoldoende uitleg heeft gegeven waarom hij geen navraag heeft gedaan over de gedane aangifte van de steekpartij.

Niet direct asiel aangevraagd

8. Volgens eiser maakte hij geen kans op asiel in Nederland omdat hem was verteld dat Egypte wordt beschouwd als een veilig land van herkomst en is hij daarom via Nederland naar Polen gereisd, waar hij werk heeft gevonden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte heeft gesteld dat dit geen afdoende verklaring is voor het niet direct aanvragen van asiel bij binnenkomst in Nederland in 2018, temeer omdat het gestelde incident kort daarvoor had plaatsgevonden. Bovendien heeft verweerder in het verweerschrift gewezen op het feit dat eiser nu aangeeft voor zijn leven te vrezen, terwijl hij bij het verkrijgen van een visum een valse reden heeft opgegeven. Ook deze tegenwerping blijft staan.

Slotsom problemen bloedwraak

9. Nu het positief bevonden document niet wijst op een dodelijk auto-ongeluk, de documenten die volgens eiser dit wel aantonen veelal negatief zijn beoordeeld, eisers verklaringen zelf afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas, eiser evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat hij slachtoffer is geweest van een steekpartij, en hij ook niet direct bij binnenkomst in 2018 asiel heeft aangevraagd, heeft verweerder, naar het oordeel van de rechtbank, alles in samenhang bezien, niet ten onrechte het dodelijke auto-ongeluk en de bloedwraak ongeloofwaardig geacht.

10. De beroepsgronden niet. Dit betekent dat verweerder de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen.

Artikel 8 van het EVRM

11. Eiser heeft verder een beroep gedaan op artikel 8 van het EVRM, omdat hij een Oekraïense echtgenote heeft die op 27 augustus 2021 gelijktijdig met hem asiel in Nederland heeft aangevraagd.

In de eerste plaats overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat eisers Oekraïense echtgenote in aanmerking is gekomen voor verblijf op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Partijen hebben de rechtbank geïnformeerd dat zij de reguliere asielprocedure doorloopt, maar hierover is – bij het sluiten van het onderzoek – nog geen beslissing genomen. Gelet hierop heeft verweerder terecht gesteld dat niet is gebleken dat eiser (ten tijde van de besluitvorming) voldoet aan de voorwaarden voor een afgeleide verblijfsvergunning asiel. Verweerder heeft wel getoetst of er redenen zijn om eiser verblijf in Nederland toe te staan op grond van artikel 14, eerste lid, onder e, van de Vw. Verweerder heeft terecht in aanmerking genomen dat eiser en zijn echtgenote familieleven uitoefenen, zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet ten onrechte gesteld dat de belangenafweging in het nadeel van eiser en zijn echtgenote uitvalt. Daartoe heeft verweerder in aanmerking genomen dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat het familie- of gezinsleven in Nederland wordt uitgeoefend. Daarentegen zijn de banden van eiser met Egypte zeer sterk. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen. Met de sterkere banden in Egypte is het niet onredelijk dat eiser en zijn echtgenote hun familieleven daar uitoefenen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terdege gemotiveerd op dit standpunt heeft gesteld. Wat eiser heeft aangevoerd, is namelijk slechts dat hij en zijn echtgenote niet naar Oekraïne kunnen reizen. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat artikel 8 van het EVRM geen ‘vrije keuze’ biedt voor vestiging en dat een (lopende) asielaanvraag van eisers echtgenote niet zonder meer betekent dat de belangenafweging in hun voordeel uitvalt.

Uitkomst

12. Gelet op het voorgaande is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. In verband met het beroep tegen het bestreden besluit bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Gelet op overweging 1 krijgt eiser wel een proceskostenvergoeding vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- met een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank;

- verklaart het beroep, voor zover die is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Feijtel, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar

Griffier

  • mr. S. Feijtel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand