ECLI:NL:RBDHA:2026:13622

ECLI:NL:RBDHA:2026:13622

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer NL25.58597
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Aanvraag mvv nareis meerderjarige, jongvolwassen zoon. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid en tussen hem en zijn moeder geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.58597

geboren op [datum]

van Syrische nationaliteit(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),

en

(gemachtigde: mr. D. Lut).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een mvv voor verblijf bij zijn moeder. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid en tussen hem en zijn moeder geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 5 september 2022 een mvv-aanvraag ingediend voor verblijf bij zijn moeder [naam] (referente) in het kader van nareis asiel. De minister heeft de aanvraag met het besluit van 21 november 2024 afgewezen. 2.1. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing. De minister heeft tijdens de behandeling van het bezwaar op 14 augustus 2025 referente gehoord. Met het bestreden besluit van 3 november 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.2.3. Eiser heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.

Beoordeling door de rechtbank

Bestreden besluit

3. De minister heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat volgens hem de feitelijke gezinsband tussen eiser en referente niet aannemelijk is gemaakt. De minister vindt dat eiser niet kan worden aangemerkt als jongvolwassene in de zin van het jongvolwassenenbeleid. Eiser heeft namelijk stappen gezet naar zelfstandigheid. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in gezinsverband samenleefde met referente tot haar vertrek. De verklaringen van referente daarover in haar asielprocedure, bij de onderhavige aanvraag en tijdens de hoorzitting zijn tegenstrijdig en referente heeft daarvoor geen goede verklaring gegeven. Verder is volgens de minister niet gebleken dat tussen eiser en referente sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tot zijn vertrek samenwoonde met referente. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat bij eiser sprake zou zijn van dusdanige medische klachten dat hij niet zonder referente zou kunnen functioneren. Verder is niet gebleken dat eiser financieel afhankelijk is van referente en heeft eiser banden met zijn land van herkomst.Jongvolwassenenbeleid

4. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat hij niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. De minister heeft ten onrechte geconcludeerd dat hij niet meer in gezinsverband met referente samenleefde. Het gezin verbleef afwisselend in hun huis in Zarqa en in hun huis in Aleppo, ook tijdens de oorlog. Eiser verblijft nog steeds in het huis in Aleppo. Hij heeft zijn ouderlijk huis nooit verlaten en valt daarom nog steeds onder het jongvolwassenenbeleid.

5. De rechtbank overweegt als volgt. Het jongvolwassenenbeleid houdt in dat de minister familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aanneemt tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s), zonder dat sprake moet zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Het jongvolwassenenbeleid is van toepassing als het meerderjarige kind feitelijk nog tot het gezin van de ouders behoort. De minister stelt dit vast aan de hand van vier voorwaarden. Een meerderjarig kind behoort feitelijk tot het gezin van zijn ouders als hij:

Uit de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2024 over het jongvolwassenbeleid volgt dat deze vier voorwaarden cumulatief zijn. Dat betekent dat als het meerderjarige kind niet voldoet aan één van deze voorwaarden, de feitelijke gezinsband met zijn ouders als verbroken wordt beschouwd en hij dus niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. De minister moet een op het individuele geval toegespitste beoordeling maken van elk van de vier cumulatieve voorwaarden en hij moet daarbij alle relevante omstandigheden betrekken.

Niet (langer) in geschil is dat eiser voldoet aan de onder 5. weergegeven voorwaarden a, c en d. Partijen zijn verdeeld over de vraag of eiser met zijn moeder (referente) in gezinsverband samenleefde tot het moment dat zij vertrok.

Met de minister stelt de rechtbank vast dat de verklaringen van referente in de asielprocedure niet overeenkomen met haar verklaringen tijdens de nareisprocedure. Referente heeft tijdens de asielprocedure verklaard dat zij sinds 2013 in Zarqa heeft gewoond en dat dat haar laatste woonplaats in Syrië was. Zij heeft verder verklaard dat haar kinderen in Aleppo studeerden, en dat zij daarom alleen woonde, heen en weer reisde naar haar kinderen en dat eiser tijdens de zomervakantie bij haar in Zarqa kwam. Tijdens de nareisaanvraag heeft referente verklaard dat zij altijd samenwoonde met eiser, vanaf zijn geboorte totdat zij is gevlucht. In bezwaar is aangevoerd dat referente en haar man van hun kinderen werden afgesloten door de Turkse inval in Zarqa en dat zij na de ontvoering van haar man in 2019 via een omweg is teruggekeerd naar Aleppo en dat zij daar tot 2021 weer bij haar kinderen woonde. Eiser zou niet naar Aleppo zijn vertrokken om te studeren, maar altijd met referente hebben gewoond. Tijdens de hoorzitting heeft referente verklaard dat zij altijd met haar kinderen samen was, behalve twee maanden voor haar vertrek, toen zij samen met haar jongste zoon naar Zarqa was vertrokken. Haar kinderen waren tijdens de Turkse inval bij haar en reisden daarna alleen in de schoolvakanties mee tussen Zarqa en Aleppo.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat referente geen goede verklaring heeft gegeven voor de tegenstrijdigheden. Dat zij tijdens het nader gehoor veel stress en druk heeft ervaren en zich niet meer kan herinneren wat zij heeft gezegd, heeft de minister geen toereikende verklaring kunnen achten. Referente heeft tijdens de asielprocedure op verschillende momenten verklaard dat zij alleen woonde, niet alleen tijdens het nader gehoor. Dat het gezin een huis had in zowel Aleppo als in Zarqa is daarvoor geen verklaring. Bovendien heeft zij tijdens de asielprocedure de gelegenheid gehad om haar verklaringen te corrigeren, maar dat heeft dat op dit punt niet gedaan. Ook is niet gebleken dat zij niet in staat was te verklaren. Dat eiser nog steeds in een van de ouderlijke huizen zou wonen, maakt dat niet anders.

Door de tegenstrijdigheden in de verklaringen is niet aannemelijk gemaakt dat eiser en referente voor het vertrek van referente nog in gezinsverband samenwoonden. Eiser heeft bij de aanvullende beroepsgronden stukken overgelegd. Daaruit blijkt dat referente van begin 2020 tot begin 2021 in Aleppo werkte, dat het jongste kind daar naar school ging en dat referente periodiek geld overmaakt aan eiser. De benoemde tegenstrijdigheden worden daarmee echter niet weerlegd. Uit deze stukken blijkt ook niet dat eiser en referente tot het vertrek van referente altijd in gezinsverband hebben samengewoond. Gelet hierop heeft de minister terecht geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij met referente in gezinsverband samenwoonde tot aan het vertrek van referente.

Bijkomende elementen van afhankelijkheid

6. Als een meerderjarig kind geen geslaagd beroep kan doen op het jongvolwassenenbeleid, beoordeelt de minister of dat kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven hebben op grond van het vereiste van bijkomende elementen van afhankelijkheid.

7. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat tussen hem en referente geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Er is wel degelijk sprake geweest van samenwoning. Verder is sprake van financiële afhankelijkheid. Eiser woont in het huis van referente en zij stuurt geld naar hem op. Eiser is, mede gelet op zijn medische problemen, niet in staat om zelf inkomen te verwerven. Ook is sprake van emotionele afhankelijkheid.

8. De rechtbank overweegt dat uit de rechtspraak van het EHRM en van de Afdeling volgt dat relaties tussen volwassen familieleden buiten het kerngezin onder de bescherming van artikel 8 van het EVRM kunnen vallen. Hiervoor is vereist dat tussen hen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. De minister moet een brede beoordeling maken van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, waarin alle individuele omstandigheden van het geval worden betrokken en in onderlinge samenhang worden beoordeeld. De beoordeling van de vraag of er daadwerkelijk elementen van afhankelijkheid bestaan is een vraag van feitelijke aard. De minister moet een op het specifieke geval toegespitste beoordeling maken van alle door de vreemdeling aangedragen feiten en omstandigheden die maken dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid kunnen bestaan. In de beoordeling moeten, voor zover deze zijn aangevoerd, elementen zoals de financiële en materiele afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst een rol spelen. Verder kan bijvoorbeeld de mate van emotionele afhankelijkheid en de vraag of betrokkenen eerder hebben samengewoond van belang zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich in het bestreden besluit op juiste gronden en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat tussen eiser en referente geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Het standpunt dat niet aannemelijk is gemaakt dat tot het vertrek van referente sprake is geweest van samenwonen, is reeds beoordeeld in de overwegingen 5.3. tot en met 5.5. Daarnaast blijkt uit de verklaringen van referente dat verschillende familieleden eiser financieel bijstaan. De bewijzen van periodieke overboekingen die referente heeft overgelegd maken dan ook niet dat daarmee is gebleken dat eiser structureel en volledig financieel afhankelijk is van haar. Bovendien zou de financiële steun ook op afstand kunnen plaatsvinden. Met betrekking tot de medische problematiek van eiser overweegt de rechtbank dat de minister terecht heeft gesteld dat uit de verklaring van een arts uit 2021 blijkt dat eiser niet kan werken, rennen of lang kan staan. De minister heeft dat niet voldoende kunnen vinden om aan te nemen dat eiser zodanige medische klachten heeft dat hij daardoor van referente afhankelijk is voor zijn functioneren. Ook heeft de minister terecht overwogen dat niet is gebleken van materiële (praktische) afhankelijkheid. Niet is onderbouwd dat eiser de huishoudelijke taken niet zelf kan uitvoeren. Bovendien krijgt hij ook huishoudelijke hulp van vrienden. Eiser is opgegroeid in Syrië en is bekend met de taal, cultuur en sociale voorzieningen. De minister heeft daarom niet ten onrechte aangenomen dat hij banden heeft met Syrië. Tot slot hebben eiser en referente niet onderbouwd dat het door emotionele afhankelijkheid noodzakelijk is om bij elkaar te verblijven of dat eiser daardoor afhankelijk is geworden van referente.

De rechtbank stelt tot slot vast dat het standpunt van de minister dat geen sprake is van hechte persoonlijke banden tussen eiser en de jongste zoon van referente in beroep niet is betwist.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich gelet op het voorgaande juist en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat tussen eiser en referente geen sprake is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Eiser valt niet onder het jongvolwassenenbeleid en er is geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Daarom hoefde de minister geen belangenafweging te maken.

Bijzondere omstandigheden

10. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende bij de besluitvorming heeft betrokken dat sprake was en is van een oorlogssituatie en dat de vader is ontvoerd en nooit is teruggekeerd. De minister had daarom meer vanuit humanitair perspectief naar de aanvraag van eiser moeten kijken.

11. Voor zover eiser met deze grond een beroep heeft willen doen op de inherente afwijkingsbevoegdheid van de minister, oordeelt de rechtbank dat met toepassing van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht alleen van het beleid kan worden afgeweken en niet van een wettelijke bepaling. Uit het voorgaande is gebleken dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet voldoet aan één van de bij de wet in artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 gestelde eisen, namelijk dat sprake is van een feitelijke gezinsband ten tijde van de binnenkomst van referent in Nederland. Nu gesteld noch gebleken is van welke beleidsregels verweerder in het geval van eiser zou moeten afwijken, slaagt de beroepsgrond niet.

Conclusie

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand