ECLI:NL:RBDHA:2026:13625

ECLI:NL:RBDHA:2026:13625

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer NL25.60057
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Aanvraag uitstel van vertrek op medische gronden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de buiten behandeling stelling van de aanvragen in stand kan blijven, omdat eiser niet alle gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag heeft verstrekt. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.60057

geboren op [datum]

nationaliteit: Sierra Leoonse(gemachtigde: mr. A. Jankie),

en

(gemachtigde: mr. D. Lut).

1. Deze uitspraak gaat over de buiten behandeling stelling van eisers aanvraag om een verblijfsvergunning voor medische behandeling en de herhaalde aanvraag om uitstel van vertrek op grond van zijn medische situatie. Eiser is het hiermee niet eens en heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de buiten behandeling stelling van de aanvragen in stand kan blijven, omdat eiser niet alle gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag heeft verstrekt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 29 november 2024 een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling ingediend en uitstel van vertrek aangevraagd vanwege zijn medische situatie.

De minister heeft eiser bij besluit van 17 december 2024 voorlopig uitstel van vertrek verleend tot 17 mei 2025 of tot een moment daarvoor wanneer op de aanvraag is beslist.

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister beide aanvragen niet in behandeling genomen. 2.3. Met het bestreden besluit van 11 november 2025 is de minister bij de buiten behandeling stelling van eisers aanvragen gebleven.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 12 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.

De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Voorgeschiedenis

3. Eiser heeft op 1 november 2018 in Nederland asiel aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag afgewezen. Het beroep van eiser is op 21 mei 2021 ongegrond verklaard.

Vervolgens heeft eiser op 24 september 2021 een aanvraag gedaan om hem uitstel van vertrek te verlenen vanwege zijn medische situatie. De minister heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat er medische gegevens ontbraken.

Eiser heeft op 14 januari 2022 opnieuw een aanvraag gedaan om uitstel van vertrek. De minister heeft deze aanvraag afgewezen, omdat uit het BMA-advies is gebleken dat eiser kan reizen en er bij het uitblijven van de medische behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan. De minister heeft vervolgens het bezwaar van eiser gegrond verklaard, de aanvraag alsnog ingewilligd en eiser uitstel van vertrek verleend van 1 november 2023 tot 1 november 2024.

Eiser heeft vervolgens op 29 november 2024 de onderhavige aanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat eiser geen relevante medische gegevens van de cardioloog heeft verstrekt en eiser daarvoor geen geldige reden heeft gegeven. De minister kan daardoor het BMA niet om een inhoudelijk advies vragen.

Met het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard en is hij bij de buiten behandeling stelling van de aanvraag gebleven. De minister vindt dat eiser zelf een compleet medisch dossier moet overleggen met een toestemmingsverklaring, een bewijs medische situatie en relevante medische gegevens van de behandelaars. Deze stukken moeten per behandelaar afzonderlijk worden overgelegd. Eiser heeft geen recente relevante gegevens overgelegd van zijn behandelend cardioloog, ook niet in bezwaar. Daarom heeft eiser volgens de minister onvoldoende bewijsmiddelen overgelegd om de aanvraag te kunnen beoordelen.

Beoordeling door de rechtbank

4. Bij brief van 13 januari 2025 heeft de minister aan eiser meegedeeld dat zijn aanvraag niet compleet is:

“Op 7 januari 2025 heb ik advies gevraagd aan het Bureau Medische Advisering (BMA). Op 10 januari 2025 heeft BMA in een nota bericht dat de recente relevante medische gegevens afkomstig van [naam], cardioloog ziekenhuis Bethesda in reactie op de vragen van het BMA ontbreken.”

Eiser is in de gelegenheid gesteld deze bewijsmiddelen binnen twee weken alsnog te overleggen. Daarbij heeft de minister ook meegedeeld dat als de gevraagde informatie niet volgens de vereisten en binnen de gestelde termijn is ontvangen er geen medisch advies kan worden gevraagd bij het BMA en de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld.

De gemachtigde van eiser heeft op 27 januari 2025 telefonisch verzocht om uitstel voor het reageren op de brief van de minister van 13 januari 2025. De minister heeft bij brief van 28 januari 2025 dat uitstel verleend tot 10 februari 2025. Daarbij heeft de minister opnieuw medegedeeld dat als de documenten over de medische situatie van eiser niet worden opgestuurd, geen medisch advies kan worden opgevraagd en de aanvraag buiten

behandeling wordt gesteld.

De gevraagde informatie is door of namens eiser niet opgestuurd, waarna de aanvragen door de minister bij besluit van 27 februari 2025.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 27 februari 2025. Ook tijdens de behandeling van het bezwaar heeft eiser de gevraagde medische informatie niet in ingestuurd. Op 11 november 2025 heeft de minister het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

De buiten behandeling stelling

5. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser de gevraagde medische informatie, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet heeft overgelegd.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of de minister op basis van de medische informatie die eiser wel heeft overgelegd een besluit had kunnen nemen. Eiser voert aan dat de minister het BMA had kunnen vragen om het onderzoek voort te zetten op basis van de wel aanwezige informatie van de behandelend specialisten. Het is niet redelijk om de aanvraag niet in behandeling te nemen wegens het ontbreken van informatie van één specialist door een kennelijke administratieve fout van het ziekenhuis, cardioloog, COa of verzekeraar. De minister had volgens eiser ook contact kunnen opnemen met de gemachtigde over het feit dat de cardioloog geen medische informatie had aangeleverd. Eiser voert verder nog aan dat de medische informatie die de minister al in zijn bezit heeft meerdere handvatten biedt om van daaruit onderzoek te verrichten en aanvullende informatie bij de cardioloog op te vragen.

De beroepsgrond slaagt niet. Het is allereerst aan de aanvrager om bij een aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vw alle bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.2.4. van de Vreemdelingencirculaire 2000 te overleggen. Dat heeft eiser niet gedaan, waardoor geen BMA-onderzoek kon worden opgestart en niet kon worden beoordeeld of eiser bij uitzetting naar zijn land van herkomst in een medische noodsituatie terecht zal komen. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ontbreekt het de minister aan de deskundigheid om daarover zelf een oordeel te vellen. De rechtbank volgt niet de suggestie van de gemachtigde om het BMA een advies te laten opstellen op basis van een onvolledig dossier en incompleet beeld van de medische situatie van eiser. Bovendien kan de minister in een situatie als de onderhavige pas tot een zorgvuldig voorbereid besluit komen, nadat hij advies heeft ingewonnen bij de deskundige (het BMA). Als de deskundige aangeeft nadere informatie nodig te hebben voordat onderzoek kan worden gedaan, kan de minister daaraan niet voorbij gaan. De rechtbank vindt daarbij ook van belang dat de minister eiser in 2024 uitstel van vertrek heeft verleend omdat uit het BMA-onderzoek was gebleken dat eisers hartklachten nog niet geheel waren opgehelderd, maar een levensbedreigende cardiovasculaire complicatie niet kon worden uitgesloten. In het geval van eiser kon het BMA geen medisch advies uitbrengen, omdat eiser de benodigde informatie van de cardioloog niet heeft aangeleverd, ook niet nadat hij daartoe herhaaldelijk in de gelegenheid is gesteld. Om die reden heeft de minister de aanvraag naar het oordeel van de rechtbank terecht niet in behandeling genomen.

Conclusie en gevolgen

6. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de aanvraag niet compleet was. Ook in bezwaar heeft eiser of zijn gemachtigde de aanvraag niet alsnog compleet gemaakt.

7. Omdat de minister de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de overige gronden die zien op de inhoudelijke kant van de aanvraag. Het staat eiser vrij een nieuwe aanvraag in te dienen op het moment dat hij alsnog beschikt over alle benodigde informatie.

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister het bezwaar van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.G.D. Overmars

Griffier

  • mr. M.C. Drenten - Boon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand