ECLI:NL:RBDHA:2026:13632

ECLI:NL:RBDHA:2026:13632

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer 11825673
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verhuisovereenkomst. Vordering tot betaling van schadevergoeding op grond van wanprestatie. Wettelijk uitgangspunt artikelen 8:1170 BW e.v.; afspraken tussen partijen; invulling zorgplicht verhuizer. Geen tekortkoming, vordering afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

RK/b/c

Zaaknummer: 11825673 \ RL EXPL 25-14436

Vonnis van 12 mei 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: mr. J.H.M. Döbber,

tegen

[gedaagde partij] , handelend onder de naam [bedrijf] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

gemachtigde: mr. J. Mulder.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 april 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen hebben een overeenkomst gesloten voor het verhuizen van de inboedel van [eisende partij] van haar woning naar verschillende adressen, waaronder een opslagloods. [eisende partij] heeft deze opslagloods zelf geregeld. De spullen werden langdurig in de loods opgeslagen.

De offerte die [gedaagde partij] voor de verhuizing heeft uitgebracht bevat de volgende omschrijving van zijn werkzaamheden:

“ De volgende werkzaamheden zijn in deze begroting inbegrepen:

- Het verhuizen van de getoonde inboedel en alle lampen afhalen

- Het leveren van no-return-verhuisdozen, 5 kg inpakpapier en etiketten

- Het gebruik van wikkelfolie en verhuisdekens

- Het gebruik van matrashoezen, no-return-garderobeboxen en schilderijboxen

- Het inzetten van een volledig uitgeruste verhuiswagen

- Het correct plaatsen van de inboedel op de door u gewenste plaats”

En:

“Bovenstaande kunnen wij voor u verzorgen voor € 2265,00

(…)

Meerprijs voor het inpakken van de verhuisdozen € 385,00”

Uit de opdrachtbevestiging volgt dat [eisende partij] akkoord gaat met de geoffreerde verhuiswerkzaamheden en -prijs, waarbij zij gebruikmaakt van de optie om de verhuisdozen te laten inpakken voor € 385 extra.

[gedaagde partij] heeft de verhuizing uitgevoerd en de spullen onbeschadigd afgeleverd in de opslag. Toen [eisende partij] de spullen na ongeveer een jaar vanuit de opslag naar een nieuw adres liet verhuizen, bleek dat zij waren bevuild en door muizen kapot gegeten.

[eisende partij] heeft een schade-expert ingeschakeld om de omvang van haar schade te beoordelen. Uit het rapport van de schade-expert volgt een schade van € 10.205. De kosten van het rapport zijn € 1.134,38.

3. Het geschil

Deze procedure gaat uitsluitend over de spullen die naar de opslag zijn verhuisd, niet over het gedeelte van de inboedel dat naar andere adressen is verhuisd.

[eisende partij] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 11.339,38, vermeerderd met rente en kosten. [eisende partij] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] is tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit de verhuisovereenkomst door de spullen niet (luchtdicht) te verpakken in noppenfolie, karton en plastic, waardoor de spullen in de opslag beschadigd zijn geraakt en [eisende partij] schade heeft geleden.

[gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure. Volgens [gedaagde partij] heeft hij voldaan aan zijn verplichtingen. Ook betwist hij de omvang van de schade en het verband tussen de wijze van verpakken en de schade. Verder beroept [gedaagde partij] zich op verschillende bepalingen uit algemene voorwaarden en stelt hij dat de schade te wijten is aan [eisende partij] 's eigen schuld.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde partij] niet is tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit de verhuisovereenkomst en wijst de vorderingen van [eisende partij] af. De kantonrechter licht dit als volgt toe.

Wettelijk uitgangspunt: geen aansprakelijkheid voor schade ontstaan na aflevering

De verhuisovereenkomst is geregeld in artikelen 1170 e.v. van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond van de wet is de verhuizer verplicht om de spullen af te leveren in de staat waarin ze hem ter beschikking zijn gesteld. De wettelijke regeling gaat ervan uit dat de verhuizer spullen op de bestemming aflevert (en zo nodig uitpakt en monteert) en dat de verplichtingen van de verhuizer daarmee eindigen. Dat betekent dat de verhuizer aansprakelijk is voor schade ontstaan tijdens de verhuizing, maar in beginsel niet voor schade die ontstaat in de periode daarna.

[gedaagde partij] heeft de spullen onbeschadigd afgeleverd in de opslag. Het gaat dus om schade die is ontstaan in de periode na de verhuizing, waarvoor [gedaagde partij] als verhuizer in beginsel niet aansprakelijk is. [gedaagde partij] kan toch aansprakelijk zijn als dit volgt uit de afspraken die partijen met elkaar hebben gemaakt of uit de zorgplicht die op hem rust. Daarover het volgende.

Afspraken over het inpakken van de spullen

Partijen verschillen van mening over wat zij hebben afgesproken met betrekking tot het inpakken van de spullen. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde partij] verplicht was om bij de verhuizing verhuisdozen, inpakpapier, wikkelfolie, verhuisdekens, matrashoezen, garderobeboxen en schilderijboxen te gebruiken. Dit volgt met zoveel woorden uit de tekst van de offerte en opdrachtbevestiging. De verhuisprijs is ook op die wijze van verpakken gebaseerd.

Volgens [eisende partij] moest [gedaagde partij] de spullen (luchtdicht) verpakken in noppenfolie, karton en plastic. Dat volgt echter niet uit de overeenkomst en [gedaagde partij] heeft op de zitting onweersproken aangevoerd dat die wijze van verpakken veel duurder zou zijn. Niet alleen vanwege de materiaalkosten, maar ook omdat in dat geval meerdere dagen nodig zouden zijn voor het inpakken van de spullen.

Als [eisende partij] méér verwachtte dan de wijze van verpakken die in de offerte stond met het oog op bescherming tegen viezigheid, vocht en ongedierte, dan had het op haar weg gelegen om dat aan [gedaagde partij] kenbaar te maken. Dan hadden partijen andere afspraken kunnen maken over het inpakken, voor een andere prijs.

De zorgplicht van [gedaagde partij]

Bij het uitvoeren van de verhuizing moest [gedaagde partij] de zorg betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Deze zorgplicht legt geen algemene verplichting op aan een verhuizer om spullen op een bepaalde manier te verpakken. De verhuizer zal per geval moeten beoordelen welke wijze van inpakken geschikt is voor de uit te voeren verhuizing.

[gedaagde partij] heeft ter zitting toegelicht wat zijn afwegingen waren bij het bepalen van de wijze van inpakken. De verpakking moest de spullen beschermen tijdens het vervoer, waarvoor bijvoorbeeld verhuisdekens en schilderijboxen werden gebruikt. Dergelijk materiaal bleef niet achter op bestemming. Daarnaast moest de verpakking passen bij langdurige opslag. Dat bracht mee dat bijvoorbeeld de gebruikte verhuisdozen daar zouden achterblijven. Ook bracht het mee dat items als matrassen en toppers niet luchtdicht werden verpakt, omdat anders tijdens de opslag schimmel zou ontstaan.

[gedaagde partij] heeft uitgelegd dat hij spullen die bestemd zijn voor langdurige opslag altijd op de gehanteerde manier verpakt. In zijn ervaring biedt deze manier van inpakken voldoende bescherming.

De beoordeling die [gedaagde partij] heeft gemaakt ten aanzien van het verpakken van de spullen stemt overeen met wat van een redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. [gedaagde partij] heeft blijk gegeven van specifieke afwegingen die passen bij langdurige opslag en heeft daarop de wijze van verpakken gebaseerd.

[eisende partij] heeft ter zitting aangevoerd dat het verhuisbedrijf dat haar spullen na ongeveer een jaar opslag naar een nieuw adres verhuisde, wél gebruikmaakte van noppenfolie, karton en plastic. Deze stelling leidt echter niet tot een andere invulling van de zorgplicht van [gedaagde partij] . Het ging bij deze latere verhuizing namelijk om een andersoortige verhuizing (ditmaal was het doel van de verhuizing juist géén langdurige opslag) en bovendien is niet bekend of [eisende partij] met dit nieuwe verhuisbedrijf specifieke afspraken heeft gemaakt over de wijze van inpakken.

De kantonrechter oordeelt dat de werkwijze van [gedaagde partij] geschikt en voldoende zorgvuldig was. [gedaagde partij] hoefde de spullen niet (luchtdicht) te verpakken in noppenfolie, karton en plastic. Een dergelijke mate van bescherming gaat verder dan wat van [gedaagde partij] op grond van de overeenkomst en de op hem rustende zorgplicht mocht worden verwacht.

Overige stellingen behoeven geen bespreking

Omdat niet is komen vast te staan dat [gedaagde partij] is tekortgeschoten in zijn verplichtingen onder de overeenkomst en de vorderingen van [eisende partij] al om die reden moeten worden afgewezen, komt de kantonrechter niet toe aan bespreking van de omvang van de schade, causaal verband, of het beroep van [gedaagde partij] op de algemene voorwaarden en eigen schuld.

Proceskosten

[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.008,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eisende partij] af,

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. de Kort en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand