ECLI:NL:RBDHA:2026:13661

ECLI:NL:RBDHA:2026:13661

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer NL25.20951 en NL25.20952
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen van eisers in bezwaar. Eisers hebben hun gestelde sterke sociale banden met China toegelicht. Omdat het gaat om de inschatting van toekomstig vertrekgedrag, was horen juist van belang om hun intenties en eventuele onduidelijkheden te verduidelijken. Ook bestonden er tegenstrijdigheden over werk en inkomen. Zo is in bezwaar aangevoerd dat eiseres inkomen heeft in China en dat eiser werk heeft, terwijl referent in de vragenlijst in bezwaar stelt dat eisers geen werk hebben. Ook hierin ziet de rechtbank aanleiding voor het oordeel dat de minister had moeten overgaan tot het horen van eisers, teneinde voor zichzelf nadere duidelijkheid te verkrijgen. Dat eisers volgens de minister in bezwaar onvoldoende (essentiële) informatie en bewijsstukken hebben overgelegd ter onderbouwing van de sociale en economische binding, is naar het oordeel van de rechtbank geen reden om van een hoorzitting af te zien. De hoorzitting biedt bij uitstek ook de gelegenheid om aan eisers en/of referente duidelijkheid te verschaffen over welke specifieke stukken wel voldoende zijn. Het beroep is gegrond

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], geboren op [geboortedag 1] 1962, eiseres

en

[eiser], geboren op [geboortedag 2] 1962, eiser

(gemachtigde: mr. S. Karami),

gezamenlijk te noemen: eisers

en

de minister van Buitenlandse Zaken, de minister

(gemachtigde: mr. N. van der Gouw).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een visum voor kort verblijf.

Met de besluiten van 12 september 2024 (de primaire besluiten) heeft de minister de aanvragen voor een visum voor kort verblijf van eisers afgewezen. Met de besluiten van 8 april 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de bezwaren van eisers kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzingen van de aanvragen gehandhaafd. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

De rechtbank heeft de beroepen op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eisers, referente en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Overwegingen

2. Eisers hebben de Chinese nationaliteit en zijn met elkaar gehuwd. Eisers hebben een aanvraag voor een kort verblijf visum ingediend met als doel een familiebezoek bij hun dochter (referente), schoonzoon en kleinkinderen.

3. De minister heeft de aanvragen afgewezen op drie afwijzingsgronden.Volgens de minister hebben eisers het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet aangetoond of aannemelijk gemaakt. Eisers hebben verder niet aangetoond over voldoende middelen van bestaan te beschikken, zowel voor de duur van hun verblijf als voor de terug- dan wel doorreis. Tot slot is volgens de minister de sociale en economische binding met het land van herkomst onvoldoende aangetoond. waardoor er redelijke twijfel bestaat dat eisers tijdig zullen terugkeren naar China.

4. In de bestreden besluiten heeft de minister slechts één weigeringsgrond besproken. Daarnaast heeft de minister afgezien van het horen van eiseres en/of referent. Op zitting heeft de gemachtigde van de minister verduidelijkt dat de weigeringsgrond over het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet wordt gehandhaafd. Daardoor wordt alleen nog de besproken weigeringsgrond over de tijdige terugkeer tegengeworpen aan eisers. Op basis van artikel 32, eerste lid, van de Visumcode is deze weigeringsgrond op zichzelf voldoende om een visum te weigeren.

5. Eisers kunnen zich niet verenigen met het bestreden besluit en voeren daartoe het volgende aan. De minister heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat het verblijfsdoel onvoldoende is aangetoond en heeft dit onvoldoende gemotiveerd. Hij had zijn twijfels inhoudelijk moeten onderbouwen en moeten toelichten waarom de overgelegde stukken onvoldoende zijn. In beroep voeren eisers verder aan dat zij voldoende sociale en economische binding met China hebben aangetoond en dat de minister de twijfel over hun terugkeer onvoldoende heeft gemotiveerd. Zij stellen een sterke sociale band met China te hebben, daar geboren te zijn en er hun hele leven te hebben gewoond. Zij wijzen erop dat twee andere dochters en een kleinkind in China wonen, op steenworp afstand van hen, met wie zij nauwe en hechte contacten onderhouden. Eisers bezitten bovendien meerdere stukken grond, villa’s en andere onroerende zaken in China. Ter onderbouwing van de economische binding zijn nadere stukken, zoals verklaringen, overgelegd. Verder menen eisers dat, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, het bezwaar niet kennelijk ongegrond had kunnen worden verklaard en de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen van eisers in bezwaar.

Het oordeel van de rechtbank

6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eisers gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Volgens vaste rechtspraak is het horen in bezwaar het uitgangspunt en moet terughoudend worden omgegaan met uitzonderingen op de hoorplicht. Dit uitgangspunt geldt te meer in zaken waarin er beoordelingsruimte is en de beslissing sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Aan het uitgangspunt dat een vreemdeling in bezwaar wordt gehoord, komt bijzonder belang toe in bijvoorbeeld de situatie waarin een vreemdeling in de bezwaarfase nog niet alle relevante informatie en bewijsstukken heeft overgelegd die van hem worden verlangd, of de situatie waarin er - om welke reden dan ook - nog onduidelijkheden over het te beoordelen feitencomplex bestaan. De minister mag alleen afzien van horen in bezwaar, als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit.

De minister stelt in het bestreden besluit dat op grond van wat in de bezwaarprocedure is aangevoerd over de sociale en economische binding van eisers met China valt af te leiden dat een tijdige terugkeer naar dat land onvoldoende gewaarborgd is. De minister verbindt daaraan de conclusie dat meteen duidelijk is dat het bezwaar niet kan leiden tot een andere uitkomst dan die van het primaire besluit en dat een hoorzitting dus niet zal leiden tot een ander oordeel. Daarom heeft de minister afgezien van het horen. In zijn verweerschrift merkt de minister ten aanzien van de sociale binding op dat de stelling van eisers over een nauwe en hechte band met hun kleinkind in China niet in bezwaar naar voren is gebracht, maar pas in beroep, en dat dit aspect daarom niet in het bestreden besluit is betrokken.

De rechtbank stelt vast dat eisers in bezwaar een nadere toelichting hebben gegeven op het doel en de omstandigheden van hun voorgenomen verblijf in Nederland, alsmede op hun terugkeer naar China in relatie tot hun sociale en economische binding met dat land. Deze toelichting is onderbouwd met een aantal stukken en een vragenlijst van referente. Daarbij is opgemerkt dat eisers hun gehele netwerk in China hebben, op leeftijd zijn en hun leven in China willen voortzetten. Verder is naar voren gebracht dat zij twee andere meerderjarige kinderen en kleinkinderen in China achterlaten. Ook is gesteld dat zij hun kinderen dagelijks zien. Gelet hierop overweegt de rechtbank dat niet kan worden gevolgd dat de minister pas in beroep bekend was met de stelling van eisers dat sprake is van nauwe en hechte familiebanden. Ter zitting heeft referente bovendien toegelicht dat eisers als grootouders oppassen voor hun kleinkind, aangezien hun in China wonende dochter fulltime werkt, en dat zij deze rol willen blijven vervullen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk was dat het in bezwaar aangevoerde niet tot een ander standpunt kon leiden dan in het primaire besluit. De rechtbank stelt daarbij voorop dat het bij de beoordeling van het vestigingsgevaar gaat om het voorspellen van toekomstig gedrag, namelijk de vraag of eisers het voornemen hebben tijdig terug te keren naar China. Het horen biedt dan bij uitstek de mogelijkheid om de intenties van eisers nader te onderzoeken.

Bovendien had de hoorzitting ook een gelegenheid kunnen bieden voor eisers om de minister te wijzen op nadere informatie of om stukken over te leggen die mogelijk relevant zijn. Zo heeft de gemachtigde van de minister ter zitting opgemerkt dat, voor zover eisers hun oppastaken in het kader van sociale binding wilden onderbouwen, zij dit hadden kunnen doen met verklaringen van derden, zoals die van hun dochter in China, op wiens kind eisers passen. Hieruit volgt des te meer de meerwaarde van een hoorzitting. Uit het bestreden besluit blijkt ook dat de minister wijst op verschillen in de gegeven toelichtingen over de economische positie van eisers. Zo is in bezwaar aangevoerd dat eiseres inkomen heeft in China en dat eiser werk heeft, terwijl referent in de vragenlijst in bezwaar stelt dat eisers geen werk hebben. Ook hierin ziet de rechtbank aanleiding voor het oordeel dat de minister had moeten overgaan tot het horen van eisers, teneinde voor zichzelf nadere duidelijkheid te verkrijgen. Dat eisers volgens de minister in bezwaar onvoldoende (essentiële) informatie en bewijsstukken hebben overgelegd ter onderbouwing van de sociale en economische binding, is naar het oordeel van de rechtbank geen reden om van een hoorzitting af te zien. De hoorzitting biedt bij uitstek ook de gelegenheid om aan eisers en/of referente duidelijkheid te verschaffen over welke specifieke stukken wel voldoende zijn. De rechtbank oordeelt dan ook dat de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen in bezwaar.

7. Dit oordeel maakt dat de andere beroepsgronden niet meer besproken hoeven te worden. Hierbij is van belang dat de uitkomst van de hoorzitting mogelijk van invloed is op het standpunt van de minister over het vestigingsgevaar.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond, omdat de minister de hoorplicht heeft geschonden. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, zelf in de zaak te voorzien of een bestuurlijke lus toe te passen. De minister zal namelijk eerst een hoorzitting moeten houden en daarna een nieuw besluit op bezwaar nemen. De rechtbank geeft hiervoor een termijn van acht weken.

9. Eisers krijgen een vergoeding van hun proceskosten omdat het beroep gegrond is. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).Eisers krijgen ook het door hen betaalde griffierechten terug.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de minister binnen acht weken na deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een hoogte van € 1.868,-.;

- bepaalt dat de minister aan eisers het door hen betaalde griffierechten moet terugbetalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van mr. H. El Ouahabi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.D. Arnold

Griffier

  • mr. H. El Ouahabi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand