ECLI:NL:RBDHA:2026:13711

ECLI:NL:RBDHA:2026:13711

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer NL25.37169 en NL25.37365
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Mvv voor verblijf bij vader, Turkije, artikel 8 EVRM, familie- en gezinsleven, meerderjarige dochter en zoon, feitelijke gezinsband verbroken door uitwonend studeren, geen bijkomende elementen van afhankelijkheid, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] en [eiser] ,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.37169 en NL25.37365

V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , gezamenlijk te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),

en

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van eisers voor een mvv om in Nederland bij hun vader [referent] te kunnen verblijven. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van hun aanvragen. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvragen.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvragen in stand kan blijven. Eisers krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. [eiseres] is geboren op [datum 1] 1997, [eiser] op [datum 2] 1999. Beiden hebben de Turkse nationaliteit. Referent is hun vader. Hij beschikt over een verblijfsvergunning asiel en verblijft in Nederland. Eisers hebben op 6 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv om bij referent te kunnen verblijven. Verweerder heeft deze aanvragen met het besluit van 11 april 2024 afgewezen. De gelijktijdig ingediende aanvragen van de moeder van eisers en hun jongere broertje zijn wel toegewezen.

4. Eisers hebben bezwaar gemaakt. Met de bestreden besluiten van 16 juli 2025 is verweerder bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.

5. Eisers hebben vervolgens beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

6. De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van verweerder.

7. Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

8. Aan de identiteit van eisers en aan hun familierechtelijke relatie met referent wordt niet getwijfeld. Verweerder heeft de aanvragen van eisers afgewezen omdat de feitelijke gezinsband tussen hen en referent niet aannemelijk is gemaakt. Voor beiden geldt dat de feitelijke gezinsband met referent is verbroken door het uitwonend studeren. Ook geldt voor beiden volgens verweerder dat er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met referent.

Is de feitelijke gezinsband met referent verbroken?

9. Artikel 8 van het EVRM beschermt een ieders recht op respect van zijn familie- en gezinsleven.

Familie- of gezinsleven wordt in beginsel slechts aangenomen tussen ouders en minderjarige kinderen. In paragraaf B7/3.8.1 van de Vc is bepaald dat de IND familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aanneemt tussen meerderjarigen als sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen.

De IND neemt familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM tussen ouders en hun meerderjarige kinderen, zonder dat sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, uitsluitend aan als het meerderjarige kind:

 jongvolwassen is;

 met de ouder(s) in gezinsverband samenleeft;

 niet in zijn eigen onderhoud voorziet; en

 geen zelfstandig gezin heeft gevormd.

10. [eiseres] was 26 jaar oud toen zij haar aanvraag indiende. [eiseres] heeft verklaard dat zij altijd met haar ouders in gezinsverband heeft samengeleefd tot zij ging studeren. Zij heeft van 2015 tot 2019 gestudeerd. Het eerste jaar van haar studie in Samsun verbleef zij in een dormitorium. [eiseres] heeft verklaard dat zij daarna tot 2019 heeft gestudeerd in Istanbul en dat zij daar woonde in een door haar ouders gehuurd huis. [eiser] was 24 jaar oud toen hij zijn aanvraag indiende. Hij heeft daarvoor vijf jaar gestudeerd in Isparta. Verweerder heeft overwogen dat [eiser] in elk geval het eerste jaar van zijn studie zelfstandig heeft gewoond met twee van zijn vrienden.

10. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de gezinsband tussen eisers en referent feitelijk is verbroken door het uitwonend studeren en dat deze nadien niet is hersteld. Verweerder heeft terecht verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 29 september 2017, waaruit volgt dat een vreemdeling niet meer tot het gezin van zijn ouders behoort vanaf het moment dat hij zelfstandig is gaan wonen en dat het wonen in een studentenkamer op een universiteitscampus ook moet worden aangemerkt als zelfstandig wonen. De stelling dat referent en moeder hebben geprobeerd om ook tijdens het uitwonend studeren het gezin bij elkaar te houden door bijvoorbeeld hun kinderen vaak te bezoeken en daar ook te blijven slapen, is niet onderbouwd, maar dat is ook niet relevant in de beoordeling of de gezinsband is verbroken. Ook niet kan worden gezegd dat de gezinsband na het uitwonend studeren is hersteld. Verweerder heeft op basis van de afgelegde verklaringen ervan mogen uitgaan dat [eiseres] zonder haar ouders in Batman is gaan wonen bij een van haar oma’s en dat zij daar voor beide oma’s zorgt, dat zij na haar studie ook heeft gewerkt en dat zij schulden is aangegaan. Ten aanzien van [eiser] heeft verweerder kunnen overwegen dat hij tijdens het laatste jaar van zijn studie een betaalde stage heeft doorlopen en dat hij een relatie heeft met een vrouw met wie hij inmiddels samenwoont in Lüleburgaz. Uit die omstandigheden heeft verweerder kunnen concluderen dat beiden na het uitwonend studeren verdere stappen naar zelfstandigheid hebben gezet.

Is er sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid?

12. Het is vaste rechtspraak van het EHRM dat pas kan worden gesproken van een door artikel 8 van het EVRM beschermd gezinsleven tussen ouders en hun meerderjarige kinderen, als sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie (‘more than the normal emotional ties’); er moet sprake zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid (‘additional elements of dependancy’).

13. Verweerder heeft deugdelijk gemotiveerd dat niet is gebleken van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en referent op grond waarvan familie- of gezinsleven zou moeten worden aangenomen. Zoals hiervoor al overwogen is verweerder op goede gronden ervan uitgegaan dat de feitelijke gezinsband van eisers met referent is verbroken en dan mag verweerder in redelijkheid ook ervan uitgaan dat eisers in staat zijn (ten minste in zekere mate) om zichzelf te onderhouden. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij in financieel opzicht, emotioneel, of voor hun gezondheid meer dan gebruikelijk afhankelijk zijn van referent of andersom. De enkele verwijzing naar het Algemeen ambtsbericht Turkije is onvoldoende onderbouwing voor de stelling van eisers dat het voor hen als kinderen van een (toegedicht) Gülenist onmogelijk of nagenoeg onmogelijk is om aan een baan te komen. In dat verband heeft verweerder ter zitting opgemerkt dat eisers beiden hebben kunnen studeren en dat zij ook een beurs hebben gekregen. De gestelde psychische klachten van [eiseres] zijn niet met medische stukken onderbouwd. Verweerder heeft bovendien terecht erop gewezen dat referent tijdens de hoorzitting heeft verklaard dat de gezondheidsklachten van [eiseres] niet noemenswaardig zijn en dat deze geen probleem vormen in haar dagelijks leven. Voor zover eisers hebben willen betogen dat referent voor zijn gezondheid of verzorging afhankelijk is van hen, overweegt de rechtbank dat eisers moeder en broertje bij referent verblijven, dat zij de nodige zorg kunnen verlenen, en dat niet is onderbouwd dat referent voor zijn gezondheid en verzorging daarnaast of specifiek afhankelijk is van eisers.

Conclusie en gevolgen

14. Nu verweerder terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van familie- of gezinsleven, was verweerder niet gehouden om een belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM te maken.

15. De beroepen zijn ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 22 mei 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middels van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Uitspraak bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M. de Jager

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand