ECLI:NL:RBDHA:2026:13718

ECLI:NL:RBDHA:2026:13718

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer NL25.59575
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

VA. Irak. Jezidi. De minister heeft het ontheemdenkamp Essian niet mogen aanmerken als normale woon- of verblijfplaats en heeft onvoldoende gemotiveerd dat van eiser verlangd kan worden om hiernaar terug te keren. Beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59575

geboren op [geboortedatum],

van Iraakse nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler),

en

(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 10 november 2025 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Daarbij is aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft hierop gereageerd met aanvullende beroepsgronden.

De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in Irak gediscrimineerd werd vanwege zijn jezidi achtergrond en vanwege een fysieke handicap. Eiser is aan een been verlamd, maar heeft verklaard nooit hulp te hebben ontvangen van de Iraakse autoriteiten. Daarnaast is eiser in 2014 naar Koerdistan gevlucht voor IS, waar hij in het ontheemdenkamp Essian heeft verbleven tot aan zijn vertrek in 2023. Volgens eiser waren de omstandigheden aldaar slecht, werd hij gediscrimineerd en voelde hij zich niet veilig. Eiser kon moeilijk rondkomen vanwege zijn fysieke handicap, daarom is hij vertrokken. Daarnaast is het volgens eiser onveilig in de regio Sinjar, waar hij vandaan komt.

De besluitvorming

4. De minister heeft de volgende asielmotieven aangemerkt:

de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;

dat eiser het moeilijk had in Irak, omdat hij jezidi is;

dat eiser het moeilijk had in Irak, omdat hij een handicap heeft.

De minister heeft alle motieven geloofwaardig geacht, maar niet zwaarwegend. Volgens de minister heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer zodanig ernstig gediscrimineerd wordt dat het voor hem onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Daarbij heeft de minister betrokken dat, hoewel eiser in Irak niet naar school kon, zijn kinderen dat wel kunnen in het ontheemdenkamp. Ook heeft eiser in het ontheemdenkamp kunnen werken als schoenmaker en is daar medische hulp aanwezig. Verder had eiser als kind medische hulp ontvangen. Dat hij bij deze aspecten negatieve ervaring heeft opgedaan, zoals klanten die niet wilden betalen, of dat zijn ouders niet de middelen hadden om een operatie te bekostigen is volgens de minister vervelend, maar niet zodanig ernstig dat eiser beperkt is in bestaansmogelijkheden. Volgens de minister kan eiser terugkeren naar de provincie Ninewa, dan wel het ontheemdenkamp Essian. Dit kamp bevindt zich in Ninewa, maar voorzieningen worden geregeld door de instanties uit Duhok, de Koerdische Autonome Regio (KAR). Het ontheemdenkamp kan volgens de minister gelden als normale woon- of verblijfplaats. Volgens de minister is het daarom niet aannemelijk dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft dan ook geconcludeerd tot afwijzing van de asielaanvraag.

Eiser kan zich hier niet mee verenigen. De rechtbank gaat hierna in op wat door hem in dit verband is aangevoerd, voor zover dat van belang is.

Mocht de minister het ontheemdenkamp aanmerken als normale woon- of verblijfplaats?

5. Eiser heeft aangevoerd dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat hij kan terugkeren naar het ontheemdenkamp Essian, nabij de KAR. Volgens eiser zijn de omstandigheden daar inhumaan en zijn er geen toereikende voorzieningen. Ook is de veiligheidssituatie fragiel. De minister heeft de omstandigheden in het tentenkamp onvoldoende onderzocht. Ter onderbouwing heeft eiser landeninformatie overgelegd van VWN, en het EUAA, waaronder het thematisch ambtsbericht van november 2023, het International Protection Consideration (IPC) rapport van januari 2024 en het Country Guidance (CG) rapport van november 2024. Volgens eiser blijkt hieruit dat de situatie in de kampen slecht is en niet verbeterd ten opzichte van de situatie in 2019, toen de minister om deze redenen de kampen niet aanmerkte als normale woon- of verblijfplaats.

De beroepsgrond slaagt. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat het ontheemdenkamp nabij de KAR kan worden beschouwd als normale woon- en verblijfplaats voor jezidi’s uit de regio Sinjar. De rechtbank verwijst ter onderbouwing van haar oordeel naar haar uitspraken van onder meer 4 februari 2025, 8 juli 2025, 18 augustus 2025 en 24 november 2025 en maakt de rechtsoverwegingen 11.2 tot en met 11.7 in de uitspraak van 24 november 2025 in deze uitspraak tot de hare. Ten aanzien van het ontheemdenkamp Essian wijst de rechtbank ook op haar uitspraak van 2 december 2025 en maakt zij de rechtsoverwegingen 6. en 6.1. in deze uitspraak tot de hare.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. De minister heeft de asielaanvraag ten onrechte afgewezen. Al om deze reden heeft de minister aan eiser geen terugkeerbesluit mogen opleggen. De minister heeft het ontheemdenkamp Essian niet mogen aanmerken als normale woon- of verblijfplaats en heeft onvoldoende gemotiveerd dat van eiser verlangd kan worden om hiernaar terug te keren. De beroepsgronden over de situatie in Sinjar en de medische situatie van eiser laat de rechtbank daarom onbesproken.

7. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. De rechtbank zal de minister opdragen om binnen zes weken opnieuw op de asielaanvraag van eiser te beslissen. Hierbij dient de minister rekening te houden met wat in deze uitspraak is overwogen.

8. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand in samenhangende zaken vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,-, en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. van der Veen

Griffier

  • mr. V. Vegter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand