ECLI:NL:RBDHA:2026:13745

ECLI:NL:RBDHA:2026:13745

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer AWB 26/5354 ea AWB 26/7710
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verzoeken om een voorlopige voorziening. Grensoverschrijdende dienstverrichting. Autonoom Unierechtelijk werknemersbegrip. Verweerder verzet zich niet. Verzoeken toegewezen. Geen proceskostenveroordeling. Geen restitutie van griffierechten.

Uitspraak

[verzoekster 1] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 1]

[verzoekster 2] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 2]

[verzoekster 3] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 3]

[verzoeker 1] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 4]

[verzoekster 4] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 5]

[verzoekster 5] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 6]

[verzoekster 6] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 7]

[verzoekster 7] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 8]

[verzoekster 8] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 9]

[verzoekster 9] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 10]

[verzoekster 10] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 11]

[verzoekster 11] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 12]

[verzoeker 2] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 13]

[verzoekster 12] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 14]

[verzoekster 13] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 15]

[verzoeker 3] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 16]

[verzoeker 4] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 17]

[verzoeker 5] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 18]

[verzoeker 6] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 19]

[verzoekster 14] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 20]

[verzoeker 7] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 21]

[verzoekster 15] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 22]

[verzoekster 16] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 23]

[verzoekster 17] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 24]

[verzoekster 18] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 25]

[verzoeker 8] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 26]

[verzoekster 19] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 27]

[verzoekster 20] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 28]

[verzoekster 21] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 29]

[verzoekster 22] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 30]

[verzoekster 23] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 31]

[verzoekster 24] , verzoekster , V-nummer: [V-nummer 32]

[verzoeker 9] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 33]

alsmede hun werkgevers:

[werkgever 1] , verzoekster , en

[werkgever 2] , verzoekster

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. B.J. Maes),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Inleiding

In 33 afzonderlijke besluiten van 19 maart 2026 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel grensoverschrijdende dienstverrichting afgewezen.

Verzoekers hebben bij verweerder bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoekers hebben een reactie op het verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft de zaken geagendeerd op de zitting van 13 mei 2026 in Breda. Partijen hebben zich echter akkoord verklaard met het achterwege laten van deze zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Verzoekers hebben de Belarussische, dan wel de Oekraïense of Filipijnse nationaliteit. Hun werkgevers zijn gevestigd in Polen. Zij willen zich laten detacheren naar Nederland vanwege een opdrachtovereenkomst met [bedrijf] B.V. voor het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden en ander facilitair onderhoud in de hotelsector. Om die reden hebben zij op 1, dan wel op 2 december 2025 bij verweerder aanvragen ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel grensoverschrijdende dienstverrichting.

2. In de primaire besluiten heeft verweerder deze aanvragen afgewezen. Verweerder heeft daartoe overwogen dat er geen sprake is van een werknemersrelatie tussen verzoekers en hun werkgevers. Volgens verweerder blijkt namelijk uit de door verzoekers overgelegde mandaatovereenkomsten en aanvullende overeenkomsten dat tussen hen geen gezagsverhouding bestaat en dat zij niet in loondienst zijn bij een Pools bedrijf. Daarnaast kan volgens verweerder uit de door verzoekers ingediende zienswijze niet worden afgeleid dat er feitelijk wel sprake is van een gezagsverhouding.

3. Verzoekers zijn het niet eens met de primaire besluiten. Zij hebben daarom bij verweerder bezwaarschriften ingediend. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen, die inhouden dat de werking van de primaire besluiten wordt opgeschort en dat zij gedurende de behandeling van de bezwaarschriften in Nederland mogen verblijven en mogen blijven werken in het kader van grensoverschrijdende dienstverrichting. Verzoekers voeren aan dat met de primaire besluiten het recht op vrij verkeer van diensten zoals dat is neergelegd in de artikelen 56 en 57 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie onmogelijk of uiterst moeilijk wordt gemaakt. Verweerder heeft volgens verzoekers ten onrechte niet onderkend dat de arbeidsverhouding met hun werkgevers valt onder het autonome Unierechtelijke werknemersbegrip. Volgens verzoekers is namelijk niet van belang dat de contracten ‘mandaatovereenkomst’ zijn genoemd, en wordt feitelijk voldaan aan de vereisten dat zij prestaties verrichten onder gezag, dat zij geen commercieel risico lopen en dat zij zijn opgenomen in de ondernemingen van de werkgevers. Hierbij verwijzen zij met name naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, bijvoorbeeld het arrest van 14 maart 1985 in de zaak Lawrie-Blum (ECLI:EU:C:1986:284) en het arrest van 4 december 2024 in de zaak FNV KIEM (ECLI:EU:C:2014:2411).

4. Naar aanleiding van de afwijzing door de voorzieningenrechter van het verzoek van verzoekers om slechts één keer griffierecht te heffen, hebben verzoekers de gronden van de verzoeken aangevuld met de stelling dat het in elke zaak heffen van griffierecht strijd oplevert met het Unierechtelijke recht op een daadwerkelijk en effectief rechtsmiddel en dat ook hiermee het recht op vrij verkeer van diensten wordt belemmerd.

5. Bij aanvullende bezwaarschriften hebben verzoekers assignment letters overgelegd. Volgens verzoekers zijn deze niet juridisch noodzakelijk, maar is hiervoor gekozen om verweerder tegemoet te treden en een pragmatische afhandeling van de bezwaarschriften mogelijk te maken. In deze door de werkgevers ondertekende documenten wordt gemeld dat de opdracht voor [bedrijf] B.V. te gelden heeft als een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht, en worden een aantal onderdelen van de mandaatovereenkomsten met de Poolse werkgevers opgeschort. Verder hebben verzoekers een legal opinion van een Poolse advocaat overgelegd waarin het rechtskarakter van de mandaatovereenkomsten naar Pools recht wordt toegelicht.

6. Verweerder heeft in het verweerschrift meegedeeld dat hoewel bij de aanvragen niet is aangetoond dat is voldaan aan het werknemersbegrip inmiddels aanleiding bestaat zich niet te verzetten tegen toewijzing van de verzoeken. Omdat er volgens verweerder ten tijde van de primaire besluiten geen sprake was van onrechtmatigheid verzet hij zich wel tegen een veroordeling in de proceskosten van verzoekers. Verzoekers hebben hierop schriftelijk gereageerd en gesteld dat de proceskosten wel voor rekening van verweerder moeten komen omdat de aanvragen in de primaire besluiten ten onrechte zijn afgewezen.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

7. In het kader van de ontvankelijkheid wordt allereerst vastgesteld dat verzoekers de griffierechtbedragen in elk van de 33 zaken hebben voldaan. Omdat de werkgevers in elk van de zaken mede belanghebbend zijn is overgegaan tot heffing van het bedrag voor rechtspersonen (33 x € 397).

8. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.

9. Verzoekers hebben onbetwist gesteld dat zij zich op dit moment in Nederland bevinden in het kader van grensoverschrijdende dienstverrichting, dat zij dit willen voortzetten maar dat zij vanwege de primaire besluiten niet meer in Nederland mogen verblijven. Gelet hierop is de vereiste onverwijlde spoed gegeven.

10. Nu verweerder heeft meegedeeld zich niet te verzetten tegen de gevraagde voorlopige voorzieningen, wordt al hierin aanleiding gezien om de verzoeken op de hierna te melden wijze toe te wijzen. De voorzieningenrechter ziet zich alleen nog gesteld voor de vraag of restitutie van de griffierechten moet plaatsvinden, en of een veroordeling in de proceskosten moet plaatsvinden.

11. De artikelen 8:82 en 8:41 van de Awb schrijven voor dat elk van de indieners van een verzoekschrift griffierecht is verschuldigd. Wanneer sprake is van één verzoekschrift tegen twee of meer samenhangende besluiten, dan wel wanneer sprake is van een verzoekschrift van twee of meer indieners tegen hetzelfde besluit, is slechts eenmaal griffierecht verschuldigd. Deze situaties doen zich hier niet voor. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2018 in de zaak Kantarev (ECLI:EU:C:2018:807) en het daarop gevolgde arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1579) vloeit voort dat dit stelsel niet in strijd is met het Unierecht. Hierbij is van belang dat verzoekers geen beroep hebben gedaan op de mogelijkheid om te verzoeken om vrijstelling van het betalen van griffierecht wegens betalingsonmacht. Het is niet gebleken dat verzoekers onvoldoende vermogend zijn om de griffierechten te kunnen voldoen. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om over te gaan tot restitutie van (een deel van) de betaalde griffierechten.

12. Verder is de voorzieningenrechter met verweerder van oordeel dat uit de aanvragen en de zienswijze niet kon worden afgeleid dat tussen verzoekers en hun werkgevers sprake was van een feitelijke gezagsverhouding. Verweerder heeft daartoe terecht gewezen op diverse bepalingen van de door verzoekers overgelegde overeenkomsten waaruit volgt dat niet beoogd is om een arbeidsrelatie te bewerkstelligen en dat aan verzoekers grote vrijheid wordt toegekend bij het uitoefenen van de werkzaamheden. Anders dan verzoekers aanvoeren, heeft verweerder zich dan ook niet teveel laten leiden door de aanduiding van deze overeenkomsten als ‘mandaatovereenkomst’. Ook heeft verweerder terecht opgemerkt dat uit de zienswijze niet kan worden afgeleid dat ondanks deze bepalingen in feite wel sprake was van een gezagsverhouding. Nu verweerder zich niet heeft verzet tegen toewijzing van de verzoeken vanwege gegevens die eerst daarna zijn overgelegd, bestaat geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

 wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening toe;

 schorst de werking van de 33 primaire besluiten van 19 maart 2026;

 bepaalt dat verzoekers moeten worden geacht rechtmatig in Nederland te verblijven en te werken in het kader van grensoverschrijdende dienstverrichting tot twee weken nadat op hun bezwaarschriften is beslist.

Deze uitspraak is gedaan op 21 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.S. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand