uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.14750
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en
Procesverloop
Bij besluit van 30 december 2025 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoeker en zijn familieleden van rechtswege is geëindigd per 1 april 2024. In datzelfde besluit heeft verweerder de aanvragen van verzoeker en zijn familieleden voor duurzaam verblijfsrecht op grond van het Terugtrekkingsakkoord afgewezen.
Bij besluit van 6 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gerichte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.14749, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 26 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.