ECLI:NL:RBDHA:2026:13883

ECLI:NL:RBDHA:2026:13883

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer NL25.6991
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

VK regulier, aanvraag vbv 8 EVRM na verblijf voor studie, belangenafweging, beroep ongegrond

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. J.G. Wiebes),

en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor ‘verblijf op grond van artikel 8 van het EVRM’.

De minister heeft deze aanvraag in het besluit van 24 juli 2024 afgewezen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. In het bestreden besluit van 12 februari 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 21 oktober 2025 op zitting behandeld, gelijktijdig met het verzoek van eiser om een voorlopige voorziening (NL25.6994). Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit
Het mvv-vereiste
De belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM

De aanvraag

2. Eiser heeft de Surinaamse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1993. Eiser is opgegroeid in Suriname. In [maand] 2016, toen eiser 22 jaar oud was, is hij naar Nederland gekomen. Hij heeft sindsdien gedurende vier periodes rechtmatig verblijf gehad op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel studie. Alle vergunningen zijn door de minister ingetrokken met terugwerkende kracht. Het komt erop neer dat eiser in de volgende periodes rechtmatig verblijf heeft gehad: 1 februari 2016 tot 1 december 2016 (10 maanden), 1 september 2017 tot 1 september 2018 (12 maanden), 10 februari 2020 tot 30 november 2021 (+- 22 maanden) en 3 december 2021 tot 31 augustus 2022 (+- 9 maanden). Op 21 maart 2024 heeft eiser de onderhavige aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 van het EVRM. Eiser beroept zich daarbij op zijn in Nederland opgebouwde privéleven.

3. De minister stelt zich in het bestreden besluit - voor zover hier van belang - op het standpunt dat eiser privéleven heeft in Nederland, maar dat inmenging in het recht op bescherming van dit privéleven is toegestaan in het belang van de Nederlandse overheid. De belangenafweging valt uit in het nadeel van eiser.

4. De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat de minister in het bestreden besluit ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat hij geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft en dat hij niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste. De minister heeft namelijk in het primaire besluit het standpunt ingenomen dat eiser wél vrijgesteld is van het mvv-vereiste omdat hij eerder een verblijfsvergunning heeft gehad en deze vergunning op het moment van de aanvraag minder dan twee jaar geleden verlopen is. De beroepsgrond van eiser dat de minister ten onrechte het mvv-vereiste aan hem heeft tegengeworpen, slaagt. Het beroep tegen het bestreden besluit is daarom gegrond. In het licht van finale geschilbeslechting zal de rechtbank onderzoeken of de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand kunnen blijven. De minister stelt zich op het standpunt dat, hoewel het mvv-vereiste ten onrechte is tegengeworpen, de inhoudelijke beoordeling ten aanzien van artikel 8 van het EVRM hetzelfde blijft. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat de minister de door hem aangevoerde belangen verkeerd heeft gewogen. De rechtbank zal aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordelen of de minister de belangenafweging in het nadeel van eiser heeft mogen laten uitvallen.

5. Eiser voert aan dat de minister in de belangenafweging onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de nauwe banden die hij in Nederland heeft opgebouwd. Eiser heeft in Nederland opleidingen gevolgd, gewerkt en een eigen onderneming opgericht. Ook heeft hij hier zijn vader, veel familie en talrijke vrienden en kennissen. Gelet op de specifieke achtergronden van Suriname en Nederland en de gedeelde taal is eiser zeer snel diepgeworteld geraakt in de Nederlandse samenleving. Dat eiser deze banden is aangegaan terwijl hij tijdelijke verblijfvergunningen had, betekent niet dat geen beschermenswaardige nauwe banden met Nederland zijn ontstaan. Hier staat tegenover dat eiser in Suriname niets en niemand meer heeft. Het contact met familieleden in Suriname is verwaterd of verbroken. De minister heeft ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat het contact na terugkeer kan worden hersteld en dat zijn familieleden hem kunnen ondersteunen bij het vinden van een plek in de samenleving. Het zal voor eiser uiterst problematisch zijn om in Suriname een nieuw bestaan op te bouwen en om daar te voorzien in de kosten van zijn levensonderhoud. De minister heeft ook miskend dat moderne communicatiemiddelen voor eiser niet volstaan om invulling te geven aan zijn privéleven op de wijze die hij in Nederland gewend is. Verder is het voor eiser niet mogelijk om heen en weer te reizen tussen Nederland en Suriname gelet op de reisafstand en de kosten.

6. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt. De minister heeft van belang mogen vinden dat hij een substantieel deel van zijn leven in Suriname heeft doorgebracht. Eiser is daar namelijk geboren en opgegroeid en is als meerderjarige, namelijk op 22-jarige leeftijd, zelfstandig naar Nederland verhuisd om hier te studeren. Eiser is bekend met de cultuur en de gewoonten in Suriname. Gelet op deze omstandigheden heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat - ook indien wordt uitgegaan van de gestelde omstandigheid dat het contact met familieleden is verwaterd of verbroken en niet meer kan worden hersteld - van eiser mag worden verwacht dat hij weer privéleven kan opbouwen in Suriname. De minister heeft het standpunt mogen innemen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Suriname geen nieuw bestaan kan opbouwen en niet kan voorzien in de kosten van zijn levensonderhoud. Met deze stelling doet eiser bovendien ook een beroep op de algemene (arbeids)situatie in Suriname, die ook voor andere Surinamers geen grond vormt voor verlening van een verblijfsvergunning in Nederland. De minister heeft niet ten onrechte het standpunt ingenomen dat het voorgaande meer gewicht in de schaal legt dan de omstandigheden dat eiser in Nederland heeft gestudeerd en gewerkt, dat hij hier zijn vader en overige familieleden en vrienden en kennissen heeft en dat hij vanwege de gedeelde taal snel geworteld is geraakt in de Nederlandse samenleving. Daarbij heeft de minister niet ten onrechte meegewogen dat eiser voor een tijdelijk verblijfsdoel (studie) in Nederland heeft verbleven en dat hij moet hebben beseft dat hij daarna in beginsel diende terug te keren naar Suriname. Ook heeft de minister niet ten onrechte meegewogen dat eiser het contact op afstand kan onderhouden en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is om een vliegticket te betalen. De beroepsgrond slaagt niet.

Afwijkingsbevoegdheid van het beleid

7. Eiser voert vervolgens aan dat sprake is van bijzondere omstandigheden en beroept zich op de onredelijke hardheid. De bijzondere omstandigheden vormen de rode draad van zijn aanvraag en zijn door de minister ten onrechte niet als zodanig herkend en meegewogen.

8. De rechtbank begrijpt het betoog van eiser met zijn toelichting op zitting aldus dat hij hiermee een beroep doet op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het standpunt mogen innemen dat er geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan van de beleidsregels moet worden afgeweken. Hoewel ook in de beleidsregels verdisconteerde omstandigheden onder “bijzondere omstandigheden” in de zin van artikel 4:84 van de Awb kunnen vallen, is het de rechtbank niet gebleken dat sprake is van onevenredige gevolgen op grond waarvan de minister had moeten afwijken van zijn beleid. De beroepsgrond slaagt niet.

Hoorplicht

9. Eiser voert verder aan dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Tijdens een hoorzitting had hij zijn standpunten en banden met Nederland nader kunnen toelichten en had de minister hier nader onderzoek naar kunnen doen. Eiser verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juli 2022. Daaruit blijkt dat het uitgangspunt dat de vreemdeling in bezwaar moet worden gehoord temeer geldt in zaken waarin artikel 8 van het EVRM een rol speelt.

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister van het horen van eiser in de bezwaarfase heeft mogen afzien. De minister heeft daarvoor van belang mogen vinden dat eiser in zijn bezwaarschrift geen nieuwe feiten heeft ingebracht en dat het bezwaarschrift grotendeels een herhaling was van wat al uit de aanvraag bekend was. Ter zitting heeft eiser naar voren gebracht dat indien hij gehoord zou zijn, hij had kunnen uitleggen waarom bepaalde dingen zo gegaan zijn. Hij had dan bijvoorbeeld kunnen vertellen dat hij mantelzorger is of is geweest voor een familielid in Nederland. De rechtbank oordeelt dat het op de weg van eiser had gelegen om deze omstandigheid in de bezwaarfase kenbaar te maken. De minister beoordeelt immers aan de hand van het bezwaarschrift of van het horen kan worden afgezien. De beroepsgrond slaagt niet.

Terugkeerbesluit

11. Eiser voert tot slot aan dat dat de minister hem ten onrechte houdt aan een eerder opgelegd terugkeerbesluit.

12. Zoals eiser desgevraagd tijdens de zitting heeft erkend, ligt het eerder aan hem opgelegde terugkeerbesluit niet ter toetsing voor in de onderhavige procedure. Deze beroepsgrond treft daarom geen doel.

Conclusie en gevolgen

13. Omdat het beroep gegrond is, moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 12 februari 2025;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr.E. Kersten, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.G.M. van Veen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand