ECLI:NL:RBDHA:2026:1390

ECLI:NL:RBDHA:2026:1390

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer NL25.17328
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel, gegrond. Somalië, adequate opvang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], eiseres,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.17328

(gemachtigde: mr. E. Ebes),

en

(gemachtigde: mr. D. Post).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 18 mei 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gedaan. De minister heeft met het besluit van 20 maart 2025 (hierna: het bestreden besluit) deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Op 4 augustus 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de gemachtigde van eiseres in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 1 september 2025 schriftelijk te reageren op het verweerschrift van de minister. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat een man van Al-Shabaab met haar wilde trouwen. Eiseres wilde dit niet. Eiseres verklaart dat de dag dat de man haar zag teruglopen van school, hij haar volgde naar huis. Toen eiseres binnen was kreeg zij een telefoontje dat zij vandaag gered was maar dat ze tegen haar vader moest zeggen dat ze het de volgende keer niet zou redden. Eiseres heeft dit toen aan haar vader verteld en hij vertelde toen dat hij ook gebeld was en dat eiseres moest trouwen maar dat haar vader dat niet wilde. De vader van eiseres had een week de tijd gekregen om het te accepteren en de volgende dag zou deze termijn verlopen. Eiseres moest toen tegen haar wil vertrekken. Zij is toen 15 dagen bij haar oom geweest, twee keer 7 dagen bij vrienden van haar oom en toen een nacht in het hotel waarna ze vertrok uit Somalië. Eiseres vreest bij terugkomst vermoord te worden door Al-Shabaab omdat zij het huwelijk weigerde.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen met Al-Shabaab zijn volgens de minister niet geloofwaardig. Hiertoe overweegt de minister, onder andere, dat het huwelijksverzoek en de bedreigingen van eiseres en haar vader niet aannemelijk zijn. Bovendien is het niet aannemelijk dat Al-Shabaab iets te maken heeft met de bedreigingen. Ook valt voor de minister niet in te zien dat eiseres niet samen met haar familie is ondergedoken of het land heeft verlaten en is het onderduiken ongeloofwaardig.

Heeft de minister voldoende en kenbaar rekening gehouden met alle aspecten van het referentiekader van eiseres?

5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de minister onvoldoende en niet kenbaar rekening heeft gehouden met het referentiekader van eisers. Dit referentiekader omvat immers veel meer dan de schoolopleiding en het gebied van herkomst van eiseres. Wat de minister in onderhavig besluit niet in de beoordeling betrekt is het feit dat de leefruimte van eiseres beperkt was. Mogadishu mag dan een miljoenenstad zijn, maar de leefruimte van eiseres was de wijk Suugo Xoolaha. Bovendien is in het besluit onvoldoende kenbaar rekening gehouden met de minderjarigheid van eiseres en wordt van haar teveel initiatief en assertiviteit verwacht. Andere ontbrekende aspecten zijn volgens eiseres het feit dat zij slechts vijf jaar onderwijs heeft genoten, dat in de Somalische cultuur kinderen geen vragen stellen aan volwassenen en dat eiseres een bedeesd karakter heeft. Dat MediFirst geen medische belemmeringen ziet doet daar niet aan af. Tot slot wijst eiseres op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) waaruit volgt dat de minister gehouden is om rekening te houden met de omstandigheden die verband houden met de persoon van de vreemdeling en die mogelijk verschonend kunnen zijn voor zover die vreemdeling het relaas niet aannemelijk weet te maken met zijn verklaringen. Het enkel noemen van feitelijkheden (bijv. extra pauzes, vragen stellen over medische aspecten) geeft blijk van zorgvuldig handelen maar laat niet zien dat in de besluitvorming rekening is gehouden met het referentiekader.

De minister overweegt dat eisers haar gehele leven in een grote stad met miljoenen

inwoners heeft verbleven. In Mogadishu had eiseres toegang tot school en eiseres heeft verklaard dat zij ongeveer vijf jaar naar school is geweest. Het kind-huwelijk kan voor eiseres een traumatische ervaring zijn geweest. Dat neemt niet weg dat eiseres ruimschoots in de gelegenheid is gesteld om te vertellen over haar problemen. Zij is in het nader gehoor regelmatig aangespoord om meer te vertellen. Zo heeft de hoormedewerker eisers meerdere keren uitgenodigd om haar verklaringen uit te leggen of meer te vertellen. Ook heeft de hoormedewerker samenvattende vragen aan eiseres gesteld om te verifiëren of zij en de hoormedewerker elkaar goed begrepen hebben. Daarnaast blijkt uit het MediFirst rapport niet dat er sprake is van medische klachten en mag er daarom van eiseres verwacht worden dat zij consistent en inzichtelijk kan verklaren over de redenen rondom haar vertrek uit Somalië. Het referentiekader in acht nemend, heeft eisers onvoldoende verklaard.

De rechtbank overweegt dat het kenbaar betrekken van het referentiekader allereerst vereist dat de minister het referentiekader van de vreemdeling in de besluitvorming beschrijft. Verder behelst het kenbaar betrekken van het referentiekader dat de minister motiveert op welke wijze het beschreven referentiekader van invloed is op het oordeel over hetgeen van de betreffende vreemdeling in zijn algemeenheid verlangd mag worden ter onderbouwing van zijn asielrelaas en op welke wijze de verschillende aspecten uit het referentiekader zijn betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas.

De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende en kenbaar rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Daarbij heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De minister heeft in de besluitvorming het referentiekader uiteengezet. Uit die uiteenzetting volgt dat er rekening is gehouden met het feit dat eiseres op het moment dat zij verklaart inmiddels meerderjarig is, zij in het land van herkomst een paar jaar onderwijs heeft genoten, zij heel haar leven in een miljoenenstad (Mogadishu) heeft verbleven, het kind-huwelijk dat eiseres eerder heeft ondergaan traumatisch kan zijn geweest en dat er geen medische klachten zijn. Dit referentiekader staat er niet aan in de weg dat verweerder van eiseres mocht verwachten dat zij consistent en inzichtelijk verklaart. Eiseres is in de gelegenheid is gesteld om haar verhaal te vertellen en hiertoe ook aangespoord. Tijdens de gehoren is meermaals gecontroleerd of eiseres de vragen begreep, is op bepaalde aspecten doorgevraagd of is om verduidelijking gevraagd. Uit de gehoren komt niet naar voren dat eiseres de vragen niet begrepen heeft en niet is gebleken dat van eiseres in haar antwoorden een diepgang is gevraagd die gezien haar leeftijd en achtergrond niet van haar verwacht kon worden. De rechtbank is niet gebleken van omstandigheden die tot een andere conclusie zouden moeten leiden. Het hebben van een bedeesd karakter en een algemene verwijzing naar de Somalische cultuur zijn in deze context onvoldoende. Ook overweegt de rechtbank dat MediFirst heeft aangegeven dat er geen medische belemmeringen waren voor het horen van eiseres. De minister mocht in de besluitvorming daarom uitgaan van de verklaringen die eiseres tijdens de gehoren heeft afgelegd.

Heeft de minister kunnen concluderen dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen?

Verklaringen aanmeldgehoor en bedreigingen familie

6. Eiseres acht het juridisch onjuist om verklaringen uit het aanmeldgehoor zo zwaar mee te laten wegen zoals de minister doet. In een aanmeldgehoor wordt slechts naar de kern gevraagd en de hoormedewerker heeft eiseres tijdens het nader gehoor op geen enkel moment gevraagd waarom zij in haar aanmeldgehoor heeft verklaard dat haar moeder werd bedreigd. Was zij hierover wel bevraagd, dan had zij kunnen aangeven dat de bedreiging niet enkel zag op haarzelf en haar moeder maar ook op haar vader. Nu de minister hier niet naar gevraagd heeft, kan hij eiseres ook niet tegenwerpen hier inconsistent of tegenstrijdig over te verklaren. Bij de integrale weging gaat het er daarnaast om alle feiten en omstandigheden integraal en in samenhang met elkaar te beoordelen. Een integrale weging van alle feiten en omstandigheden ontbreekt als de minister meent dat deze vermeende wisselende verklaring tussen het aanmeld- en nader gehoor zo zwaar dient te wegen dat het de geloofwaardigheid van het asielrelaas aantast.

De minister overweegt dat hij de juridische onderbouwing van de stelling van eiseres mist. Daar komt bij dat tegenstrijdigheden ten aanzien van het asielrelaas tussen de verklaringen in het aanmeldgehoor en in het nader gehoor mogen worden tegengeworpen. De minister verwijst ter illustratie naar de uitspraak van de Afdeling van 20 september 2023. Voorts is eiseres met deze tegenstrijdigheid geconfronteerd tijdens het nader gehoor. Eiseres heeft echter geen verklaring kunnen geven die de tegenstrijdigheid wegneemt. Doordat eiseres wisselend heeft verklaard over aan wie de gestelde bedreigingen zijn gericht, blijft onduidelijk wie precies zou zijn bedreigd. Nu deze bedreigingen de kern van haar asielrelaas raken, doen de inconsistente verklaringen op dit punt afbreuk aan de geloofwaardigheid van haar relaas.

De rechtbank overweegt dat de minister in algemene zin de verklaringen van eiseres in het aanmeldgehoor mag meenemen in de geloofwaardigheidsbeoordeling. Hoewel het aanmeldgehoor niet bedoeld is om het asielrelaas vast te stellen, betekent dit niet dat de antwoorden van eiseres niet betrokken kunnen worden bij de beoordeling van het asielrelaas. In het specifieke geval van eiseres overweegt de rechtbank dat zij in het nadere gehoor wel degelijk is gevraagd naar de tegenstrijdigheid in haar verklaringen. Daarnaast is eiseres ook middels de correcties en aanvullingen en de zienswijze in de gelegenheid geweest om deze onduidelijkheid weg te nemen.

De minister concludeert niet ten onrechte dat zij er niet in is geslaagd de onduidelijkheid weg te nemen. Daartoe overweegt de rechtbank dat eiseres in het aanmeldgehoor specifiek haarzelf en haar moeder noemt als degenen die bedreigd werden. In het nader gehoor noemt eiseres dat waar ze in het aanmeldgehoor zei dat haar familie bedreigd werd, zij haar vader bedoelde:

‘(…)

Ik had toen gezegd, ik en mijn familie, maar ik bedoelde mijn vader, het gaat om mijn vader.’

Eiseres noemt dus expliciet dat het niet om haar familie ging, enkel haar vader. In de zienswijze stelt eiseres vervolgens dat zowel zij als haar familie zijn bedreigd. Uit de context van het asielrelaas blijkt dat het haar vader is geweest die telefonisch is bedreigd en vervolgens is de bedreiging zich gaan richten op de hele familie. Onverklaard blijft waarom eiseres in het aanmeldgehoor specifiek haarzelf en haar moeder noemt. Eiseres heeft dan ook verschillende verklaringen gegeven over de bedreigingen en de minister heeft dit als zodanig kunnen tegenwerpen.

In zoverre eiseres betoogt dat de in beroep overgelegde ziekenhuisverklaring over de dood van haar vader de bedreigingen en het daaruit volgende gevaar voor haar familie onderschrijft, overweegt de rechtbank dat verweerder terecht stelt dat dit geen officieel document is en dat bovendien niet kan worden geverifieerd of de in het document genoemde persoon daadwerkelijk de vader van eiseres is. De in het beroepschrift beschreven verklaring van Hamdi leidt evenmin tot een ander standpunt over de bedreigingen en het gevaar. De minister stelt terecht dat het opmerkelijk is dat deze verklaring pas in beroep naar voren is gebracht, terwijl er verder geen aanvullende informatie over Hamdi is verschaft zodat de identiteit en de betrouwbaarheid van deze Hamdi niet kan worden geverifieerd. De minister stelt niet ten onrechte dat het gestelde overlijden van de vader niet als geloofwaardig kan worden aangemerkt. Met deze verklaringen worden de bedreigingen en het gevaar dan ook niet bevestigd.

Achterblijven familie

7. Eiseres meent dat de minister, ondanks de erkenning dat de beweegredenen van de ouders niet aan de minderjarige mogen worden toegerekend, blijft volharden in de stelling dat het vreemd is dat niet ook de overige gezinsleden zijn ondergedoken. Feitelijk wordt het gedrag van de ouders daarmee toch eiseres toegerekend. Op de in de zienswijze ingebrachte informatie wordt door de minister bovendien niet kenbaar gemotiveerd in gegaan.

De minister stelt voorop dat eiseres niet wordt tegengeworpen dat zij zonder haar familie is gevlucht. Wel geldt dat het feit dat haar overige familieleden in Mogadishu zijn gebleven ondanks de gestelde bedreigingen, afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de door eiseres gestelde vrees. Voorts heeft eiseres, afgezien van mogelijke financiële beperkingen, geen duidelijke verklaring kunnen geven voor het achterblijven van haar familieleden. De minister acht het in dat licht opmerkelijk dat eiseres niet heeft getracht navraag te doen bij haar ouders over de reden van hun achterblijven, zeker nu zij stelt ernstig bedreigd te zijn en bovendien haar kinderen bij haar ouders heeft achtergelaten. Ook dat doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van haar relaas. Ten slotte merkt verweerder op dat het betoog van eiseres over het ontbreken van financiële middelen niet overtuigt. Onderduiking is immers in beginsel ook mogelijk zonder dat daar substantiële financiële middelen voor beschikbaar zijn.

De rechtbank overweegt dat de minister heeft kunnen overwegen dat het niet onderduiken van de familie afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het relaas van eiser. Het niet onderduiken van haar familie strookt niet met het beeld dat de verklaringen van eiseres schetsen ten aanzien van de ernst van de situatie. Nu eiseres hier geen verklaring voor heeft kunnen geven en nu niet valt in te zien dat eiseres niet naar de redenen van het achterblijven van de familie vraagt, heeft de minister kunnen tegenwerpen dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eiseres. Anders dan eiseres is de rechtbank van oordeel dat dat niet inhoudt dat haar de beweegredenen van haar familieleden wordt tegengeworpen.

Onderduiken

8. Eiseres stelt dat het gegeven dat een kind tijdens haar onderduikperiode eenmalig toch in burka gekleed naar buiten gaat omdat het zo saai is om steeds binnen te zitten, naïef is maar haar verhaal niet ongeloofwaardig maakt. Het is inherent aan het kind zijn dat doorgaans gevaren niet worden overzien. Bovendien wordt in het AAB van juni 2023 gemeld dat Al-Shabaab ook in Mogadishu een aanzienlijk netwerk van leden en informanten heeft. Om die reden kan niet uitgesloten worden dat met een dergelijk groot netwerk aan informanten mensen eenvoudig getraceerd kunnen worden en dat eiseres getraceerd werd door degene die haar achtervolgde. Dit maakt het onderduiken an sich niet ongeloofwaardig. Eiseres heeft daarbij onder vermelding van een v-nummer een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel; hier gaat de minister in de beschikking ongemotiveerd aan voorbij.

De minister overweegt dat eiseres, ondanks dat zij niet naar buiten mocht en bang was, tijdens het verblijf bij haar oom één keer naar buiten is geweest om alleen naar de markt te gaan. De hoormedewerker heeft eiseres toen gevraagd waarom zij alleen naar de markt ging ondanks deze regel. Eiseres verklaarde dat zij boodschappen moest gaan doen en dat het op een gegeven moment saai was om binnen te blijven. Eiseres geeft aan dat zij niet had verwacht dat ze haar zouden zien. De minister stelt dat niet valt in te zien hoe eisers, ondanks dat zij niet naar buiten mocht en aangeeft heel er bang te zijn geweest, alleen naar de markt ging. Dit is niet te volgen in de context van de gestelde problemen.

De minister erkent dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd voor zover die ziet op de door eiseres aangehaalde zaak. In zoverre is sprake van een motiveringsgebrek. De minister is echter van oordeel dat de aangehaalde zaak niet leidt tot een ander oordeel. In onderhavige zaak is, anders dan in de aangehaalde zaak, niet duidelijk wie de gestelde bedreigingen heeft geuit, noch dat die persoon daadwerkelijk lid is van Al-Shabaab, noch dat Al-Shabaab de mogelijkheid had eiseres op te sporen. In onderhavige zaak is de aanname ten aanzien van de bedreigingen enkel suggestief en derhalve geen steekhoudend argument voor het geloofwaardig achten van dreiging tot uithuwelijking aan Al-Shabaab. Het blijft niet aannemelijk dat eiseres op elk van de drie onderduikadressen steeds weer gevonden zou zijn door degene die haar achtervolgde maar dat deze mannen niks hebben ondernomen.

De rechtbank stelt vast dat de minister erkent dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek omvat. Dit betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank overweegt dat de minister het gebrek in beroep heeft hersteld. De rechtbank gaat hieronder daarom ook inhoudelijk op dit onderwerp in.

De rechtbank is van oordeel dat de minister het onderduiken niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat naïviteit en verveling geen bevredigende verklaringen zijn voor het naar buiten gaan terwijl dit niet mocht. Zeker niet in combinatie met het feit dat eiseres stelde erg bang te zijn. Daarbij heeft de minister ook kunnen meewegen dat eiseres geen verklaring heeft voor het feit dat zij op alle drie de onderduikadressen getraceerd is, zonder dat vervolgens actie is ondernomen. Dat Al-Shabaab een netwerk van informanten heeft is in dit kader onvoldoende, daar dit slechts algemene informatie is en onverklaard laat hoe dit netwerk driemaal achter de locatie van eiseres is gekomen of waarom geen actie is ondernomen.

Conclusie

9. Gelet op hetgeen hierboven onder 6 tot en met 8.4 is overwogen en gelet op de overwegingen van de minister die onbestreden zijn gebleven, is de rechtbank van oordeel dat de minister niet ten onrechte concludeert dat de verklaringen van eiseres over de problemen met Al Shabaab geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiseres voldoet niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, Vw.

Heeft de minister terecht geconcludeerd dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade?

Alleenstaande vrouw

10. Eiseres volgt het standpunt van de minister dat Mogadishu voor haar veilig zou zijn en dat zij geen alleenstaande vrouw is niet. De minister maakt niet concreet op wie eiseres als alleenstaande jonge vrouw terug kan vallen en eiseres is van mening dat zij óók in Mogadishu als jonge vrouw behoort tot een risicogroep. Juist omdat zij een vrouw is, die al eerder slachtoffer is geworden van gedwongen uithuwelijking, valt niet in te zien dat die eerdere ervaring geen aspect is dat relevant is voor de beoordeling van de vraag of zij als alleenstaande vrouw dit risico bij een gedwongen terugkeer niet opnieuw zal lopen. Eiseres wijst daarbij op het AAB van juni 2023 waarin wordt aangegeven dat gedwongen uithuwelijking door Al-Shabaab zowel vóór als tijdens de verslagperiode veelvuldig plaats vond.

De minister is van oordeel dat eiseres terecht niet is aangemerkt als alleenstaande vrouw. Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaande wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of er geen grootfamilie en eventueel een meerderheidsclan is waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen. In het onderhavige geval heeft eiseres niet aangetoond dat zij niet kan terugvallen op haar vader of moeder. De minister verwijst in dit kader naar de motivering ten aanzien van de geloofwaardigheid omtrent het overlijden van de vader van eiseres en de verhuizing van haar moeder. Bovendien heeft eiseres blijkens het aanmeldgehoor ook nog meerdere meerderjarige broers, alsmede een oom waar zij zich bij zou kunnen voegen. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij in het geheel niet op hun opvang of ondersteuning zou kunnen terugvallen.

De rechtbank overweegt dat in het beleid van de minister is opgenomen dat de minister alleenstaande vrouwen in Somalië als risicoprofiel aanmerkt. Of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en daarom bescherming nodig heeft hangt onder meer af van de aanwezigheid van grootfamilie. Tot de grootfamilie kunnen onder meer moeder, kinderen en ooms vallen.

De minister heeft er in het bestreden besluit en op de zitting terecht op gewezen dat uit de verklaringen van eiseres volgt dat haar moeder nog in Somalië woont. Dat eiseres stelt dat haar moeder in het bos woont met nomaden heeft de minister onvoldoende mogen vinden om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer geen netwerk heeft waarop zij kan terugvallen. Hetzelfde geldt voor de overlijdensverklaring ten aanzien van haar vader; de rechtbank heeft reeds geoordeeld dat verweerder terecht stelt dat dit geen officieel document is en dat niet kan worden geverifieerd of de in het document genoemde persoon daadwerkelijk de vader van eiseres is. Voor vertrek ging het nog goed met eiseres haar ouders en er zijn geen concrete indicaties dat eiseres in de toekomst niet meer op hen zou kunnen terugvallen voor ondersteuning. Bovendien heeft de minister kunnen overwegen dat eiseres heeft verklaard meerdere meerderjarige broers, alsmede een oom te hebben waar zij zich bij kan voegen. Dat gedwongen uithuwelijking door Al-Shabaab veelvuldig plaatsvindt doet hier niet aan af nu de minister de vrees van eiseres voor Al-Shabaab niet aannemelijk geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

Willekeurig geweld

11. Eiseres stelt dat op 4 april 2025 een nieuw AAB over Somalië is gepubliceerd. Uit de informatie blijkt dat Al-Shabaab in kracht is toegenomen. Gemeend wordt daarom dat de minister het beleid waaruit voor de minister volgt dat eiseres vanwege haar individuele omstandigheden niet behoort tot een risicogroep, herzien dient te worden. Dat voorts in Mogadishu geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15c Kri kan reeds op basis van de informatie uit het ambtsbericht van 4 april 2025 geen stand houden. De minister kan niet volhouden dat ten aanzien van Mogadishu gesproken kan worden van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Gevoegd aan de Kamerbrief landenbeleid Somalië 15c per gebied hoort bijlage 3, 15c per gebied d.d. 4 april 2025. In de paragraaf over de veiligheidssituatie in Somalië valt op dat aanslagen van Al Shabaab met burgerslachtoffers vooral plaats vonden in gebieden waar Al Shabaab niet de volledige controle had. Op pagina 11 wordt de situatie in Benadir inclusief de hoofdstad Mogadishu beschreven. De beoordeling ziet op de verslagperiode 2023 en 2024. Niet op 2025 toen de Al Shahaab juist begon met een opmars en zijn controle gebieden heeft vergroot en zij zeer dicht Mogadishu naderde. In het AAB 2025 wordt bovendien aangegeven dat ook in de door de federale regering gecontroleerde gebieden de Al Shabaab nog altijd een vorm van controle had. Daarmee had de Al Shabaab meer controle dan op het eerste gezicht leek. In die zin volgt de conclusie op pagina 13 dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld niet logisch voort uit de situatie ontstaan vanaf begin 2025. Eiseres vindt dat zij een verhoogd risico op willekeurig geweld loopt omdat zij een alleenstaande (jonge) vrouw is.

De minister merkt op dat het AAB Somalië 2025 geen aanleiding geeft om anders dan ten aanzien van het AAB Somalië van juni 2023 van een hogere gradatie van artikel 15c uit te gaan. Mogadishu is nog altijd in handen van de regering. In de verslagperiode vonden verschillende aanslagen plaats in Mogadishu waarbij burgers om het leven kwamen. De minister wijst er echter op dat burgers over het algemeen niet worden beschouwd als het eerste doelwit van Al-Shabaab. Dat Al-Shabaab geen pogingen deed om burgers te ontzien bij aanslagen doet hier niet af. Er is namelijk niet gebleken van een meer dan substantieel aandeel burgerslachtoffers. De minister wijst hiervoor op de grafieken van p. 36 van het AAB Somalië 2025 op grond waarvan blijkt dat er zich in het afgelopen jaar een lichte afname heeft voorgedaan in het aantal incidenten maar ook in het aantal burgerslachtoffers. De minister merkt tot slot op dat op grond van het AAB Somalië 2025 niet is gebleken dat dat de situatie in het kader van een artikel 15c Kri beoordeling op andere punten aanzienlijk is verslechterd. Enige veiligheidsstructuur is nog steeds aanwezig.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Mogadishu louter door haar aanwezigheid een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. In hetgeen eiseres hiertegen ingebracht heeft ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de algemene veiligheidssituatie in Mogadishu wezenlijk anders is dan in het landgebonden beleid van de minister is vastgelegd. Uit het ambtsbericht 2025 blijkt dat Mogadishu niet onder controle staat van Al-Shabaab. Dat er nog steeds aanslagen door Al Shabaab worden gepleegd in gebieden waar zij geen controle over heeft, is geen omstandigheid die noopt tot een andere conclusie omtrent het niveau van willekeurig geweld. Uit het feit dat Al Shabaab zoals eiseres stelt in 2025 - dus na de verslagperiode die in AAB 2025 is beoordeeld - aan terrein wint en dat Al Shabaab Mogadishu nadert volgt zonder nadere onderbouwing niet de conclusie dat de situatie in Mogadishu aanzienlijk is verslechterd en een ander niveau van willekeurig geweld op zijn plaats is.

Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege individuele factoren een verhoogd risico loopt op ernstige schade en daardoor niet kan terugkeren. De rechtbank volstaat ten aanzien van het standpunt dat het feit dat eiseres een alleenstaande vrouw is zo een factor is, met hetgeen zij hierboven besproken heeft. De stelling van eiseres dat de situatie in Somalië verslechtert maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eiseres daarmee aannemelijk heeft gemaakt dat zij op grond van individuele omstandigheden bij terugkeer naar Mogadishu een reel risico loopt op ernstige schade. De grond slaagt niet.

Heeft de minister afdoende onderzoek gedaan naar adequate opvang voor eiseres?

12. Eiseres stelt onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 2 april 2025 dat de minister bij het onderzoek naar de aanwezigheid van adequate opvang voortvarend te werk dient te gaan. De periode van onzekerheid voor de AMV-er over de verblijfsstatus dient zo kort mogelijk te blijven. De minister motiveert volgens eiser niet deugdelijk waarom geen toepassing wordt gegeven aan het amv-beleid voor eiseres. Nu onduidelijk is waarom het onderzoek niet kon worden afgerond, is aan eiseres ten onrechte een terugkeerbesluit opgelegd.

De minister heeft ter zitting toegelicht dat aanvankelijk is voorzien in een leeftijdsonderzoek, maar dat omdat dit te veel tijd in beslag nam besloten is de opgegeven leeftijd van eiseres te volgen. Vervolgens zijn er tijdens het nader gehoor onderzoeksvragen met betrekking tot de aanwezigheid van adequate opvang gesteld. De daaruit voortkomende informatie bleek echter onvoldoende om een conclusie over adequate opvang te trekken. Doordat eiseres vervolgens nog voor het voornemen en binnen anderhalf jaar na haar asielaanvraag meerderjarig is geworden, is er voor de minister onvoldoende mogelijkheid geweest om een conclusie te trekken over de adequate opvang. Daarom zag de minister ook geen aanleiding voor nader onderzoek.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Uit artikel 3.58, tweede lid, van het Vb, in samenhang bezien met paragraaf B8/6.2.1. van de Vreemdelingencirculaire (Vc), volgt dat een reguliere verblijfsvergunning kan worden verleend aan de alleenstaande minderjarige vreemdeling voor wie adequate opvang, bijvoorbeeld bij familieleden of andere personen, ontbreekt in het land van herkomst.

Uit het arrest T.Q. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) en de uitspraken van de Afdeling van 8 juni 2022 volgt dat de minister verplicht is om voorafgaand aan het terugsturen van een minderjarige vreemdeling zich ervan te overtuigen dat die minderjarige vreemdeling wordt teruggestuurd naar een familielid, een aangewezen voogd of adequate opvangfaciliteiten in het land van terugkeer. Verder volgt uit die uitspraken van de Afdeling dat, op het moment dat een niet-begeleide minderjarige vreemdeling meerderjarig is geworden, de minister niet langer is gehouden om te onderzoeken of adequate opvang in het land van terugkeer aanwezig is, mits hij gedurende de minderjarigheid van de vreemdeling voortvarend aan dat onderzoek heeft gewerkt. Het ligt op de weg van de minister om dat in het concrete geval aan te tonen. De minister moet in zijn besluit inzichtelijk maken welke stappen hij in die periode heeft ondernomen en wat de redenen voor de vertraging van het onderzoek naar adequate opvang waren. Of de minister voortvarend handelt vergt een casuïstische beoordeling waarbij onder meer vertragende factoren die niet aan de minister kunnen worden toegerekend en de medewerking van de vreemdeling een rol spelen, aldus de Afdeling. Ook heeft de Afdeling geoordeeld dat voor het slagen van het onderzoek naar adequate opvang de vreemdeling en verweerder een gedeelde verantwoordelijk hebben, waarbij van verweerder wordt verwacht dat hij voortvarend onderzoek verricht naar het bestaan van adequate opvang en waarbij van de vreemdeling mag worden verwacht dat hij actief en volledig meewerkt aan het onderzoek.

In de onderhavige zaak heeft eiseres op 18 mei 2023 een asielaanvraag gedaan. Niet in geschil is dat eiseres is geboren op 1 juli 2006 en dat zij meerderjarig werd op 1 juli 2024. Op 11 januari 2024 heeft het aanmeldgehoor plaatsgevonden. In dat gehoor zijn geen vragen gesteld die enige betrekking hebben op het al dan niet bestaan van adequate opvang. Het nader gehoor – daargelaten de vraag of dat gehoor zou kunnen kwalificeren als een onderzoek naar adequate opvang nu het hier de gebruikelijke vragen betreft die in het kader van een asielaanvraag worden gesteld – heeft pas plaatsgevonden toen eiseres al meerderjarig was. Er heeft dan ook in de 13,5 maand tussen de aanvraag en het moment dat eiseres meerderjarig werd, geen onderzoek plaatsgevonden naar adequate opvang. Dat betekent dat de minister niet voortvarend aan dit onderzoek heeft gewerkt. Dat de minister eerst heeft ingezet op een leeftijdsonderzoek dat uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden doet hier niet aan af en mag bovendien niet voor rekening van eiseres komen.

Dit betekent dat de minister alsnog moet onderzoeken of er ten tijde van de minderjarigheid van eiseres adequate opvang voor haar beschikbaar was in Somalië. De minister moet vervolgens toelichten wat dit betekent voor de vraag of de inmiddels meerderjarige eiseres achteraf bezien in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op reguliere gronden en of zij een terugkeerbesluit over eiseres mag nemen. Dit kan gevolgen hebben voor een beoordeling van de huidige verblijfsstatus van eiseres. Het beroep is gegrond.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt (2 punten x € 934,-) € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank verklaart:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit voor zover het het terugkeerbesluit betreft;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.886,- aan proceskosten van eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Munsterman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?