ECLI:NL:RBDHA:2026:13908

ECLI:NL:RBDHA:2026:13908

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer NL25.61168
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Trefwoorden: terugkeerbesluit, ongeloofwaardige identiteit, samenwerkingsplicht, non-refoulement.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Thelosen),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank is van oordeel dat de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig heeft kunnen achten. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister Libië, Tunesië en Turkije in het terugkeerbesluit heeft mogen noemen en niet gehouden is tot een geactualiseerde refoulementtoets bij oplegging van het terugkeerbesluit omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (zaaknummer NL 25.61169), op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. F.S. Fahad, als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zijn naam is [eiser] , hij is geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , Tunesië en van Tunesische nationaliteit. Eiser is homoseksueel en heeft daarom voor zijn leven te vrezen. Zijn geaardheid wordt door de mensen uit het dorp waar hij vandaan komt en door zijn familie niet geaccepteerd. Verder riskeert eiser gevangenisstraf, omdat hij door het leger is aangeklaagd. Eiser is afvallig en bekeerd tot het atheïsme.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

5. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig zijn. De andere drie asielmotieven worden daarom niet op geloofwaardigheid beoordeeld door de minister. Uit de verklaringen van eiser volgt dat hij de beschikking heeft gehad over een Tunesisch en/of Libisch paspoort, maar eiser heeft deze paspoorten niet overgelegd. Met een paspoort kan eiser duidelijkheid geven over zijn nationaliteit, maar dit laat hij na. Eiser voldoet daarom niet aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eiser verklaart verder wisselend over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst en de minister vindt eisers verklaringen daarom in grote lijnen ongeloofwaardig. Eiser heeft eerder asiel aangevraagd in Slowakije en heeft daar een andere identiteit, nationaliteit en herkomst opgegeven. Eiser heeft bij zijn asielaanvraag en nader gehoor in Nederland verklaard uit Tunesië te komen, terwijl hij in Slowakije heeft aangegeven dat hij de Libische nationaliteit heeft. Eiser heeft tijdens het nader gehoor ook verklaard dat hij een Turkse Koerd is en de Libische nationaliteit heeft. Verder heeft eiser wisselend verklaard over zijn leeftijd en uitreis. Daarom is niet voldaan aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c en e, van de Vw. De minister concludeert op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, d en e, van de Vw dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is. De minister maakt geen geactualiseerde refoulementtoets omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig zijn. Het terugkeerbesluit ziet op Libië, Tunesië en Turkije.

Motivering van ongeloofwaardige identiteit, nationaliteit en herkomst

6. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig zijn. De minister is op grond van Werkinstructie (WI) 2022/4 gehouden om, in samenwerking met de vreemdeling, onderzoek te doen naar de identiteit, nationaliteit en herkomst. Nu de minister geen taalanalyse, HIS-check of andere instrumenten heeft ingezet is de ongeloofwaardigheid van de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Daarnaast werpt de minister ten onterechte aan eiser tegen dat hij tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Eiser is angstig en vergeetachtig door medicijn gebruik. De minister heeft daar in het bestreden besluit onvoldoende rekening mee gehouden.

7. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig zijn. Het is juist dat de vreemdeling en de minister een samenwerkingsverplichting hebben. Dit betekent dat de minister samenwerkt met de vreemdeling om de relevante feiten en omstandigheden te bepalen en aan te vullen. De minister kan de vreemdeling tegemoet komen door documenten te laten onderzoeken of een taalanalyse te verrichten. De samenwerkingsverplichting strekt echter niet zo ver dat de minister alle ontbrekende feiten en omstandigheden op basis van eigen onderzoek moet aanvullen. De minister is dus niet gehouden tot het verrichten van bijvoorbeeld een taalanalyse of een HIS-check als de vreemdeling geen begin van bewijs voor de identiteit, nationaliteit en herkomst overlegt. Dit volgt uit WI 2022/4 en WI 2024/6.De samenwerkingsverplichting geldt dus ook voor eiser. Eiser heeft geen enkel document naar voren gebracht. Verder verklaart hij wisselend over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Eiser heeft bij zijn asielaanvraag en in het nader gehoor aangegeven dat hij [eiser] heet en dat hij de Tunesische nationaliteit bezit. Eiser heeft bij een eerdere asielaanvraag in Slowakije aangegeven dat hij [naam] is en dat hij de Libische nationaliteit heeft. In de zienswijze heeft eiser aangeven dat hij betwist dat hij in Slowakije bekend staat als [naam] en dat hij [eiser] is. Uit een vertrekgesprek van 13 februari 2026 volgt weer dat eiser heeft aangegeven dat hij [naam] heet en de Libische nationaliteit bezit. Eiser heeft dus tegenstrijdig verklaard over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst en heeft zelfs tijdens de beroepsprocedure hier nog wisselend over verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de stelling van eiser dat hij angstig is en medicatie gebruikt onvoldoende verklaring en rechtvaardiging vormt voor deze tegenstrijdige verklaringen. Gelet op dit alles was de minister niet gehouden om nader onderzoek te doen naar de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser en is geen sprake van een motiveringsgebrek op dit punt. De beroepsgrond slaagt niet.

Geloofwaardigheid andere asielmotieven

8. Eiser voert aan dat de minister uitgaat van geloofwaardige asielmotieven als de minister de asielmotieven niet beoordeelt op geloofwaardigheid. Dit baseert eiser op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 17 augustus 2022. Omdat de minister de geloofwaardigheid van de asielmotieven met betrekking tot de homoseksualiteit, afvalligheid en de dienstplicht niet heeft beoordeeld, acht de minister deze motieven dus geloofwaardig. Eiser is van mening dat de minister deze geloofwaardige motieven onvoldoende in de beoordeling heeft betrokken.

9. De rechtbank volgt het standpunt van eiser niet. De uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2022 verschilt wezenlijk met de voorliggende zaak. Het belangrijkste verschil is dat in de zaak van eiser de geloofwaardigheid niet in het midden is gelaten, zoals wel het geval is in de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2022. De minister vindt in de zaak van eiser de identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig. Vervolgens kan geen verdere geloofwaardigheidsbeoordeling worden gemaakt voor de andere asielmotieven zonder een geloofwaardige identiteit, nationaliteit en herkomst volgens de minister. De rechtbank volgt dit. In de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2022 heeft de minister geen geloofwaardigheidsbeoordeling gemaakt van de asielmotieven maar toetst de minister direct aan de zwaarwegendheid van de asielmotieven. Dit is dus een verschil tussen de twee zaken. Een beroep op de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2022 treft daarom geen doel. De grond van eiser slaagt niet.

Turkije in het terugkeerbesluit

10. Eiser voert aan dat Turkije ten onrechte door de minister is opgenomen in het terugkeerbesluit. Eiser heeft alleen verklaard van Turks Koerdische afkomst te zijn. Dit is niet voldoende om, zonder verder onderzoek, Turkije op te nemen in het terugkeerbesluit. De minister heeft namelijk geen enkele zekerheid dat eiser daadwerkelijk kan terugkeren naar Turkije.

11. De rechtbank is van oordeel dat de minister Turkije in het terugkeerbesluit als land van terugkeer heeft kunnen aanmerken Het doel van het terugkeerbesluit is het uitgangpunt voor de vraag welk land of welke landen van terugkeer in een terugkeerbesluit moeten worden opgenomen. Het doel van een terugkeerbesluit is om formeel vast te stellen dat een vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft. Uitgaande van het doel van het terugkeerbesluit hoeft bij het nemen van het terugkeerbesluit dus nog niet vast te staan naar welk land de vreemdeling daadwerkelijk moet of zou kunnen terugkeren. De minister mag daarom uitgaan van de in de verklaringen van eiser genoemde landen. In dit geval was het niet onredelijk om Turkije op te nemen in het terugkeerbesluit. Eiser verklaart immers in het nader gehoor dat plaatsvindt in het kader van zijn asielaanvraag dat hij oorspronkelijk geen Tunesiër is maar een Turks Koerd, waarmee hij impliceert dat hij afkomstig is uit Turkije. De grond van eiser slaagt niet.

Non-refoulementtoets en het terugkeerbesluit

12. Eiser voert aan dat dat er geen terugkeerbesluit aan hem mocht worden opgelegd, omdat de minister geen geactualiseerde en inhoudelijke beoordeling heeft gemaakt van het risico dat eiser loopt op refoulement bij terugkeer naar Libië, Tunesië of Turkije. Eiser verwijst naar de uitspraken Ararat en Adrar van het Hof van Justitie.

13. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt dat het risico op schending van het non- refoulement in beginsel slechts realistisch kan worden onderzocht tegen de achtergrond van een aannemelijke nationaliteit en herkomst van een vreemdeling. De rechtbank heeft eerder in deze uitspraak geoordeeld dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser voldoet niet aan de samenwerkingsverplichting, omdat hij niet meewerkt aan het vaststellen van zijn nationaliteit en herkomst en hij bovendien verschillende personalia heeft opgegeven. Zelfs in de beroepsprocedure heeft eiser verschillende personalia opgegeven. De rechtbank is daarom van oordeel dat in dit geval niet van de minister kon worden verwacht dat hij in het bestreden besluit een inhoudelijke en geactualiseerde beoordeling had moeten maken van het risico dat eiser loopt op schending van het non-refoulement beginsel bij terugkeer naar de in het terugkeerbesluit genoemde landen.

14. De rechtbank overweegt verder dat bovenstaande beoordeling op een later moment alsnog kan plaatsvinden. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt namelijk dat als een in het terugkeerbesluit genoemd land de vreemdeling in de terugkeerprocedure erkent als onderdaan en aan hem reisdocumenten verstrekt, zoals een laissez passer, waardoor er concreet zicht komt op uitzetting, een beoordeling van het risico dat de vreemdeling loopt op schending van het non-refoulement beginsel alsnog kan en soms moet plaatsvinden. Ook kan de vreemdeling tegen de feitelijke uitzetting bezwaar maken op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw als hij naar een land wordt uitgezet waarvan zijn asielmotieven nog niet zijn beoordeeld, omdat de minister de gestelde nationaliteit en herkomst van de vreemdeling ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister nog niet ten tijde van het bestreden besluit een beoordeling had hoeven maken van het risico dat eiser loopt op schending van het non-refoulement beginsel bij terugkeer. De beroepsgrond van eiser slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

15. De minister heeft de aanvraag van eiser terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag om asiel in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr.S.J. Bootsma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 8 mei 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. Spelt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand