ECLI:NL:RBDHA:2026:13909

ECLI:NL:RBDHA:2026:13909

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 11663502 \ CV EXPL 25-1225
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Leiden

Samenvatting

Verstek. Achteraf betalen met Klarna. Oneerlijk bik-beding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Leiden

MvN

Rolnr.: 11663502 \ CV EXPL 25-1225

Datum: 29 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar buitenlands recht Alektum Capital II AG,

gevestigd te Zug (Zwitserland),

eisende partij,

gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. Verloop van de procedure

Bij tussenvonnis van 1 oktober 2025 waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, is verstek verleend tegen gedaagde partij en is eisende partij in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven op de (on)eerlijkheid van een beding in de toepasselijke algemene voorwaarden van Klarna.

Eisende partij heeft op de rol van 29 oktober 2025 een akte genomen.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2. Verdere beoordeling

(on)eerlijk beding

Uit de akte van eisende partij is gebleken dat de kantonrechter in het tussenvonnis per abuis heeft verwezen naar een versie van het incassobeding van Klarna die op de onderhavige overeenkomst niet van toepassing is.

In dit geval is (namelijk) het volgende incassobeding van Klarna van toepassing:

Kosten en (te) late betaling

Wij rekenen €0 voor het gebruik van Betaal later.

Als je nog niet aan Klarna hebt betaald op de uiterste betaaldatum genoemd in de betaalinstructies, wordt er per e-mail kosteloos een eerste herinnering gestuurd met een nieuwe betalingstermijn van 14 dagen. Bij die tweede herinnering zal Klarna € 13,50 aanmaningskosten in rekening brengen. Bij aankopen onder € 20,- wordt € 7,50 aanmaningskosten in rekening gebracht. Blijft betaling uit na de eerste en tweede herinnering, dan zal het bedrag worden overgedragen aan incasso en kunnen de totale kosten oplopen tot 15% van het factuurbedrag, met een minimum van € 40,-.”

Eisende partij heeft in haar akte al wel op bovenstaand beding een toelichting gegeven. Zij stelt dat dit incassobeding niet oneerlijk is, omdat het niet ten nadele van de consument afwijkt. Daartoe voert zij het volgende aan. Het gaat in deze consumentenprocedures altijd om de door de consument gekozen betaalwijze “betalen binnen 30 dagen” waarbij de vorderingen nooit hoger zijn dan € 2.500,00. Dus zijn de juiste kosten in het beding aangezegd. Er kan op grond van het beding ook geen bedrag worden gevorderd dat opgeteld hoger is dan hetgeen wettelijk bij gedaagde partij in rekening mag worden gebracht. Dit is tekstueel niet in het beding te lezen. De woorden ‘de totale kosten’ in de zin ‘Blijft betaling uit na de eerste en tweede herinnering, dan zal het bedrag worden overgedragen aan incasso en kunnen de totale kosten oplopen tot 15% van het factuurbedrag, met een minimum van € 40,-’ verwijzen naar de genoemde kosten in de zin ‘Bij die tweede herinnering zal Klarna € 13,50 aanmaningskosten in rekening brengen. Bij aankopen onder € 20,- wordt € 7,50 aanmaningskosten in rekening gebracht’. Hieruit volgt dat de kosten niet meer kunnen bedragen dan wettelijk is toegestaan, want zij kunnen oplopen tot 15% van het factuurbedrag hetgeen bij de betaaloptie “betaal binnen 30 dagen” voor de vorderingen van eisende partij (à maximaal € 2.500,00) ook correct is. Aldus eisende partij.

De kantonrechter constateert dat in het incassobeding is bedongen dat bij niet betaling steeds 15% van het factuurbedrag in rekening mag worden gebracht als vergoeding voor gemaakte incassokosten. Dat percentage is in sommige gevallen hoger dan de door de wetgever redelijk geachte vergoeding, die blijkt uit artikel 6:96 lid 5 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De bedongen vergoeding wijkt dus ten nadele van consumenten zoals de gedaagde partij aanzienlijk af van de wettelijke regeling. Daarom is het beding onredelijk bezwarend en moet het worden vernietigd. Als gevolg daarvan moet de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Dat het factuurbedrag in dit soort zaken nooit meer dan € 2.500,00 bedraagt en daarvoor het percentage van 15% het juiste percentage betreft, zoals eisende partij heeft gesteld, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders, omdat dit niet blijkt uit de tekst van het incassobeding.

conclusie en proceskosten

In het tussenvonnis is verder geoordeeld dat een sanctie zal worden toegepast vanwege het schenden van de (pre)contractuele informatieplichten, in die zin dat de betalingsverplichting van de gedaagde partij wordt verminderd met 20%. Dat betekent dat een bedrag van (€ 87,00 x 80% =) € 69,60 aan hoofdsom zal worden toegewezen.

De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen, met inachtneming van het volgende.

De gevorderde rente zal worden toegewezen op de hierna in de beslissing vermelde wijze.

Gedaagde partij is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:

- dagvaarding € 120,78

- griffierecht € 135,00

- salaris gemachtigde € 43,00 (1 punt x tarief € 43,00)

- nakosten € 21,50 (plus de kosten van betekening

zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 320,28

3. Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen € 69,60, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van verzuim tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 320,28, onverminderd de eventueel over de verschotten verschuldigde btw, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.C. Sluymer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand