[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. E. Maalsen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de problemen met de ex-vriend van eiseres maar deels geloofwaardig mogen achten. De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat de door haar overgelegde documenten onvoldoende zijn om het asielrelaas volledig te onderbouwen, zodat de minister de geloofwaardigheid van de asielmotieven heeft beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat de geloofwaardigheidsbeoordeling in lijn met het Unierecht is en dat de minister in dit kader de verklaringen van eiseres tegenstrijdig en onaannemelijk heeft mogen achten en daarom de aanvraag kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Inleiding
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Ugandese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1984. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, I.E. Hynd als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is bedreigd en bij de keel gegrepen door haar ex-vriend omdat hij erachter kwam dat hij niet de biologische vader van haar zoon is. Eiseres heeft meer problemen ervaren door haar ex-vriend. Haar ex-vriend heeft voor problemen op haar werk gezorgd, heeft spionnen ingehuurd, heeft de politie omgekocht en heeft twee verkeersongelukken van eiseres veroorzaakt. Eiseres onderbouwt haar asielrelaas met een identiteitskaart, een verklaring van een politie-eenheid van 10 augustus 2025 met een beschrijving van de aangifte die zij heeft gedaan in 2021, en een (handgeschreven) kaartje met gegevens over de aangifte. In de politieverklaring staat dat eiseres slachtoffer is geweest van huiselijk geweld in de vorm van seksueel, emotioneel, fysiek en economisch geweld door haar ex-vriend. Eiseres heeft vanwege de problemen met haar ex-vriend [plaats] verlaten. Ze heeft zonder succes een visum aangevraagd voor Nederland en heeft enkele maanden later met succes een visum naar Italië verkregen. Na de aankomst van eiseres in Italië was ze afhankelijk van anderen die haar naar Nederland brachten. Daar heeft eiseres zes tot zeven maanden vastgezeten in een huis. Eiseres heeft elf tot twaalf maanden na haar ontsnapping uit dat huis asiel aangevraagd in Nederland.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Eiseres haar identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Eiseres haar problemen met haar ex-vriend.
5. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn. De problemen met haar ex-vriend vindt de minister deels geloofwaardig, namelijk dat hij eiseres heeft mishandeld en bedreigd. Dit is echter onvoldoende grond om de asielaanvraag toe te wijzen. De minister vindt het niet geloofwaardig dat de ex-vriend van eiseres voor problemen op haar werk heeft gezorgd, de politie heeft omgekocht, spionnen op haar heeft afgestuurd en twee verkeersongelukken heeft veroorzaakt. Dit is volgens de minister gestoeld op aannames van eiseres. Er is geen concreet bewijs om aan te nemen dat de ex-vriend van eiseres verantwoordelijk is voor die problemen. De verwijzing door eiseres naar algemene informatie over corruptie bij de politie en de positie van vrouwen in [plaats] maakt het vorenstaande niet anders omdat dit slechts algemene informatie betreft en geen betrekking heeft op eiseres persoonlijk. Eiseres heeft zich verder niet zo spoedig mogelijk voor bescherming gemeld bij de Nederlandse autoriteiten. Eiseres heeft pas elf tot twaalf maanden na haar ontsnapping uit het huis asiel aangevraagd en heeft daarvoor geen goede verklaring gegeven. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt afgewezen.
Onderbouwing van het asielrelaas met documenten
6. Eiseres voert aan dat de door haar overgelegde documenten voldoende zijn om de problemen met haar ex-vriend volledig te onderbouwen. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat het asielrelaas niet is onderbouwd met voldoende, objectieve documenten. De verklaring van de politie is objectief en authentiek en is in lijn met de verklaringen van eiseres. De minister heeft dit onvoldoende meegenomen in zijn motivering van het bestreden besluit.
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat het asielrelaas van eiseres niet is onderbouwd met voldoende, objectieve documenten. Eiseres heeft drie documenten overgelegd. De overgelegde identiteitskaart kan de problemen met de ex-vriend niet onderbouwen, maar enkel de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres. De andere twee documenten hebben betrekking op een aangifte bij de politie, maar de minister heeft kunnen tegenwerpen dat deze documenten het asielrelaas niet volledig onderbouwen. De politieverklaring is in 2025 opgesteld op verzoek van de familie van eiseres en verwijst naar een aangifte in 2021. De minister heeft aan eiseres kunnen tegenwerpen dat de inhoud van deze politieverklaring tegenstrijdig is met de verklaringen van eiseres. De politieverklaring spreekt over seksueel, fysiek, emotioneel en economisch geweld gedurende en na afloop van de relatie. Eiseres heeft in haar verklaringen in het aanmeldgehoor en het nader gehoor juist aangegeven dat de problemen plaatsvonden na verbreking van de relatie en niet gedurende de relatie. Verder heeft eiseres in de gehoren niet verklaard over seksueel geweld door haar ex-vriend, terwijl dit in de politieverklaring wel wordt genoemd. Los van de vraag of een aangifte op zichzelf een voldoende, objectieve onderbouwing zou kunnen vormen van het (volledige) asielrelaas, geldt bovendien dat eiseres geen aangifte heeft overgelegd. Het nog overgelegde handgeschreven briefje is geen aangifte en de inhoud van de eventuele aangifte kan daaruit ook niet worden afgeleid. De overgelegde documenten onderbouwen het asielrelaas van eiseres dus niet volledig objectief. De beroepsgrond slaagt niet.
Tegenstrijdige en onaannemelijke verklaringen
8. Eiseres voert aan dat haar asielrelaas op basis van de verklaringen en de documenten geloofwaardig is. De minister werpt ten onrechte artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000 tegen. De verklaringen van eiseres zijn niet tegenstrijdig en onaannemelijk. De minister betrekt niet alle verklaringen en documenten in zijn beoordeling. De minister stelt ten onrechte dat de gestelde problemen met de ex-vriend van eiseres op het vlak van de politiecorruptie, problemen op werk, spionnen en de verkeersongelukken berusten op aannames. De minister had in zijn beoordeling de door eiseres in bezwaar ingebrachte algemene landeninformatie over de positie van vrouwen en de mogelijkheid om (politie)bescherming in te roepen in [plaats] (meer) moeten betrekken. De problemen komen voort uit de ontdekking van de ex-vriend dat de zoon van eiseres niet zijn biologische zoon is. De minister vindt problemen rond de ontdekking geloofwaardig en zou dus ook de overige problemen geloofwaardig moeten vinden. Verder betrekt de minister ten onrechte bij de afwijzing dat eiseres niet verder weg van haar ex-vriend is verhuisd en dat eiseres niet eerder is gevlucht uit [plaats] .
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister de verklaringen van eiseres en de door haar overgelegde documenten en algemene informatie over [plaats] voldoende heeft betrokken bij zijn beoordeling. De minister heeft naast de verklaringen van eiseres ook de politieverklaring, het handgeschreven briefje en de identiteitskaart van eiseres meegewogen. De rechtbank acht dit in overeenstemming met het Unierecht.
10. De minister heeft aan eiseres kunnen tegenwerpen dat een deel van de problemen die zij stelt te hebben ondervonden door haar ex-vriend is gebaseerd op aannames. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat niet aannemelijk is geworden dat de door eiseres gestelde problemen op haar werk door haar ex-vriend komen. Meer mensen konden op de hoogte zijn van het werk van eiseres en dus de inspectie bellen. De stelling van eiseres dat haar ex-vriend spionnen heeft ingehuurd en op haar heeft afgestuurd is ook niet onderbouwd. Ook omkoping van de politie door de ex-vriend hoefde de minister niet enkel op basis van de verklaringen van eiseres aannemelijk te achten. Dat sprake zou zijn van omkoping betreft slechts een vermoeden van eiseres. Dit strookt bovendien niet met de verklaring van eiseres over haar eigen aangifte bij de politie en de politieverklaring uit 2025. Niet valt in te zien dat eiseres van de politie een verklaring zou verkrijgen over een aangifte tegen haar ex-vriend als de politie zou zijn omgekocht door haar ex-vriend. Eiseres heeft ook gesteld dat zij twee verkeersongelukken heeft gehad doordat zij haar ex-vriend onverwachts zag tijdens het autorijden en zij hier van schrok. Dit betekent echter nog niet dat de ex-vriend van eiseres (opzettelijk) deze verkeersongelukken heeft veroorzaakt. Een schrikreactie oproepen staat niet gelijk aan het opzettelijk veroorzaken van een ongeluk. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat het ongerijmd is dat zij stelt dat zij vanwege de problemen met haar ex-vriend moest vluchten, maar in [plaats] niet op grotere afstand van haar ex-vriend is gaan wonen en ook nog enige tijd op dezelfde, bekende locatie is blijven werken.
11. De rechtbank overweegt verder dat de minister zich in het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verwijzing van eiseres naar landeninformatie over de positie van vrouwen en over corruptie bij de politie in [plaats] onvoldoende is om te concluderen dat aan eiseres een asielvergunning had moeten worden verleend. Het betreft algemene informatie en deze informatie onderbouwt de gestelde individuele problemen van eiseres niet (voldoende).
12. De minister heeft verder niet ten onterechte bij zijn bestreden besluit betrokken dat eiseres in [plaats] nog maanden heeft gewacht op de uitkomst van een tweede visumaanvraag voordat zij is vertrokken. Niet ten onrechte stelt de minister dat niet valt in te zien dat eiseres, als zij meent dat zij voor haar leven moet vluchten, nog maanden wacht met het vertrek uit haar land van herkomst. De minister heeft in overeenstemming met artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000 de verklaringen van eiseres voor een belangrijk deel tegenstrijdig en/of niet aannemelijk kunnen vinden. De beroepsgrond slaagt niet.
Niet zo snel mogelijk melden bij de autoriteiten
13. Eiseres is van mening dat de minister haar aanvraag niet kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren. De minister verwijt eiseres niet direct asiel te hebben aangevraagd zodra dit redelijkerwijs mogelijk was. Volgens eiseres heeft de minister daarbij onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheden van eiseres. Eiseres heeft heftige situaties moeten ondergaan in [plaats] , Italië en Nederland en had geen kennis van de procedures. Eiseres is in Nederland zes tot zeven maanden vastgehouden in een woning. Eiseres was afhankelijk van andere personen. Deze personen hebben eiseres gezegd dat ze vooral niet naar de autoriteiten moest stappen. Dit referentiekader had de minister moeten betrekken in zijn beoordeling.
14. De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij niet zo spoedig mogelijk asiel heeft aangevraagd en daar geen goede verklaring voor heeft. De minister heeft daarbij voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres. Een asielaanvraag is volgens de minister zo spoedig mogelijk ingediend als deze plaats vindt binnen 48 uur. Eiseres is op 30 juni 2022 via Italië Nederland ingereisd en heeft zich hier pas op 18 december 2023 gemeld voor asiel. Na haar ontsnapping uit de woning heeft het nog maanden geduurd voordat eiseres zich heeft gemeld voor asiel. De door eiseres gegeven verklaring dat haar is voorgehouden dat zij niet naar de autoriteiten moest gaan, vormt onvoldoende rechtvaardiging voor deze lange periode van afwachting. De gestelde onbekendheid met de asielprocedure is ook geen afdoende verklaring. De minister mag van eiseres verwachten dat ze zich meldt voor bescherming bij de autoriteiten of bij een andere instantie, als zij stelt dat zij is gevlucht is om bescherming in te roepen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
15. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr.S.J. Bootsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 13 mei 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.