RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35989
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en
(gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De minister heeft het bezwaar van eiseres tegen het besluit tot afwijzing van de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het bezwaar niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. De minister heeft kunnen stellen dat hij een herstel verzuim brief heeft verzonden naar eiseres. Eiseres heeft daarentegen niet aannemelijk gemaakt dat zij de herstel verzuimbrief niet heeft ontvangen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft op 26 september 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘Verblijf als familie-of gezinslid’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 9 april 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 juli 2025 heeft de minister het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard en is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Eiseres was niet aanwezig.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de minister het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren.
4. Op grond van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een bezwaarschrift gemotiveerd zijn. Indien dit niet het geval is, wordt de indiener alsnog in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen binnen een bepaalde termijn. Als de indiener van bezwaar hier niet aan voldoet, dan kan het bezwaar op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
5. Eiseres heeft op 7 mei 2025 een pro forma bezwaarschrift ingediend zonder bezwaargronden. Eiseres heeft daarin verzocht om een termijn van de minister voor het aanvullen van het bezwaarschrift.
6. De minister heeft eiseres bij brief van 22 mei 2025 in de gelegenheid gesteld om de gronden van het bezwaar in te dienen. De minister stelt dat hij deze brief kenbaar heeft gemaakt middels een bericht in de bestandenpostbus. De minister heeft op de zitting verklaard dat twee mails worden verstuurd naar de gemachtigde om toegang te verlenen tot de bestandenpostbus. Eén mail bevat een link tot de bestandenpostbus en de andere mail bevat het wachtwoord voor toegang tot de bestandenpostbus. Beide mails zijn nodig voor toegang tot de bestandenpostbus.
7. Eiseres stelt dat zij een mail heeft ontvangen met een wachtwoord voor toegang tot de bestandenpostbus, maar betwist dat zij ook de tweede mail, met de link tot de bestandenpostbus, heeft ontvangen. Eiseres voert aan dat de minister daarom aan haar ten onrechte geen herstelverzuimmogelijkheid heeft geboden en dat haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
8. De rechtbank overweegt als volgt.
9. Volgens vaste rechtspraak moet het bestuursorgaan aannemelijk maken dat de herstelverzuimbrief is verzonden. Als het bestuursorgaan de verzending naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde dit te ontzenuwen. Daarvoor moet de geadresseerde feiten stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld.
10. De minister stelt dat beide mails voor toegang tot de bestandenpostbus zijn verstuurd naar eiseres. De minister heeft een schermafbeelding van de verzendadministratie overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt. De minister heeft geen verder bewijs kunnen overleggen van de verzending van de mails en met name de mail met de link tot de bestandenpostbus. Dit is volgens de minister niet mogelijk omdat dergelijke mails om redenen van privacy na drie maanden automatisch worden verwijderd uit het systeem van de minister. De schermafbeelding van de verzendadministratie maakt volgens de minister voldoende aannemelijk dat de herstel verzuimbrief is toegezonden. De minister verwacht verder dat eiseres contact zou hebben opgenomen met hem als er iets mis was gegaan met de toegang tot bestandenpostbus. Eiseres had namelijk wel de mail met het wachtwoord tot de bestandenpostbus ontvangen. In de mail staat ook dat eiseres contact kan opnemen met de minister als eiseres problemen ondervindt met toegang tot bestandenpostbus. Aangezien eiseres dit heeft nagelaten, acht de minister het aannemelijk dat eiseres beide mails heeft ontvangen.
11. De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de herstelverzuimbrief is verzonden. De minister heeft in de stukken en op zitting duidelijkheid gegeven over de methode van verzending. Uit de schermafbeelding van de verzendadministratie van de minister valt af te leiden dat op 22 mei 2025 de herstel verzuimbrief is geplaatst in de bestandenpostbus. De schermafbeelding van de mail met het wachtwoord tot de bestandenpostbus ondersteunt dit ook. In de mail met het wachtwoord staat verder dat: ‘Als het correct is, heeft u zojuist een mail ontvangen voor toegang tot de Bestandenpostbus.’ Met dit alles is aannemelijk dat de minister de herstel verzuimbrief heeft verzonden en dit kenbaar heeft gemaakt door middel van twee mails die eiseres toegang gaven tot de bestandenpostbus.
12. De rechtbank overweegt nog dat eiseres ook geen contact heeft opgenomen met de minister over de ontbrekende link tot de bestandenpostbus nadat zij de mail met het wachtwoord tot de bestandenpostbus had ontvangen. In dit mailbericht staat nadrukkelijk gemeld dat contact kan worden opgenomen als zich problemen voordoen. Het had daarom op de weg van eiseres gelegen om zich bij problemen tot de minister te wenden. Wat eiseres heeft aangevoerd is onvoldoende om de ontvangst van de herstel verzuimbrief te kunnen ontzenuwen. Het beroep slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister het bezwaar niet ontvankelijk heeft kunnen verklaren Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr.S.J. Bootsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 8 mei 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.