RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposante] , opposante, V-nummer: [V-nummer]
Uitspraak op verzet
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30355-V
(gemachtigde: mr. S. Oukil).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzet dat opposante heeft ingediend tegen de uitspraak van 22 augustus 2025 in de zaak NL25.30355.
In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van opposante niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante de minister op 23 juni 2025 in gebreke heeft gesteld. De minister diende volgens de uitspraak pas uiterlijk op 14 augustus 2025 te beslissen op de aanvraag.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
Conclusie
hierbij aan dat de beslistermijn van de asielaanvraag niet op 14 januari 2025 verliep, maar juist op 14 mei 2024, na de zes maanden-termijn. Zoals wordt benoemd in artikel 42, onder het eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Is het verzet van opposante ontvankelijk?
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of opposante procesbelang heeft bij de beoordeling van haar verzet. Naar oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.
5. De reden is als volgt. Nadat opposante de onderhavige verzet procedure aanhangig heeft gemaakt, heeft opposante ook op 17 oktober 2025 een nieuwe procedure gestart betreffende dezelfde asielaanvraag als die in de onderhavige zaak.1 In de uitspraak die daar op is gevolgd, van 8 januari 2026, is al geoordeeld door de rechtbank dat het beroep van opposante gegrond wordt verklaart en dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend moet maken.
6. Omdat opposante met het verzet uiteindelijk slechts kan bereiken dat het beroep niet tijdig opnieuw inhoudelijk wordt bekeken, terwijl inmiddels al positief op zo’n beroep is beslist, heeft opposante geen procesbelang meer in de onderhavige zaak. Het verzet is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk is en dat de uitspraak van de rechtbank van NL25.30355 in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
1 Zie hiervoor: ECLI:NL:RBDHA:2026:4115.
24 april 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.