RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.2433
geboren op [datum] ,
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en
(gemachtigde: mr. D. Halbesma).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag geen stand kan houden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft op 10 augustus 2023 een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij uitspraak van 15 april 2025 is het beroep tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag gegrond verklaard. Vervolgens heeft eiseres een tweede beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen.
De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 13 januari 2026 in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar. Eiseres heeft hiertegen het onderhavige beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op dit verzoek volgt afzonderlijk een uitspraak.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 april 2026 op zitting behandeld, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Op zitting heeft eiseres het beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij in Somalië te vrezen heeft voor Al Shabaab. Zij heeft verklaard dat haar oom (vaderskant) lid is van deze militie en haar heeft uitgehuwelijkt. De vader van eiseres is door deze oom mishandeld en meegenomen, nadat hij de uithuwelijking heeft geweigerd. Kort daarna is eiseres door de oom meegenomen en twee weken vastgehouden en mishandeld. Eiseres wist te ontsnappen omdat zij het vertrouwen van haar oom heeft gewonnen en hij geen begeleiding had geregeld voor een bezoek aan haar stiefmoeder. Eiseres is vervolgens met behulp van haar stiefmoeder en een neef van haar moeder (die zij ook een oom noemt, hierna: achterneef) naar Mogadishu gevlucht en is ondergedoken. Hier kreeg eiseres dreigtelefoontjes van Al Shabaab en is zij naar een ander adres gebracht. Uiteindelijk heeft de achterneef geregeld dat eiseres het land kon verlaten met een reisagent. Eiseres is met een paspoort en Schengenvisum naar Italië gereisd en een maand later naar Nederland. Zij stelt bij terugkeer te worden gedood door Al Shabaab. Ook stelt zij te vrezen als alleenstaande vrouw. Tot slot stelt zij te vrezen opnieuw te worden besneden en vanwege de algemene situatie in Somalië.
De minister heeft de volgende asielmotieven aangemerkt:
de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;
problemen met Al Shabaab vanwege uithuwelijking en als alleenstaande vrouw.
De minister acht het eerste asielmotief geloofwaardig, maar niet zwaarwegend. De minister acht het tweede asielmotief niet geloofwaardig. Volgens de minister zijn de verklaringen van eiseres niet aannemelijk en samenhangend. Daartoe heeft de minister gesteld dat het onlogisch is dat eiseres niet eerder is vertrokken, dat zij heeft kunnen ontsnappen en dat Al Shabaab haar niet opnieuw heeft ontvoerd in Mogadishu. Ook kan eiseres volgens de minister in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Daartoe heeft de minister gesteld dat eiseres niet direct in Italië asiel heeft aangevraagd en dat zij wisselend, onlogisch en ongeloofwaardig heeft verklaard over haar paspoort en visum. De minister acht van belang dat eiseres blijkens EU-VIS beschikte over een diplomatenpaspoort. De minister meent dat eiseres dit mogelijk heeft verkregen vanwege de positie van haar (biologische) moeder. Daartoe heeft de minister gesteld dat zij een parlementslid is in Somalië. Daarnaast heeft de minister ongeloofwaardig geacht dat eiseres te vrezen heeft voor herbesnijdenis, omdat dit volgens het ambtsbericht van maart 2010 niet gebruikelijk is in Somalië. Ook wordt eiseres door de minister niet aangemerkt als alleenstaand, omdat haar vader en achterneef in Somalië zijn. Verder kan eiseres volgens de minister veilig terugreizen naar haar woonplaats Kurmaan. Eiseres heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft, of een reëel risico op ernstige schade loopt, aldus de minister. De aanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiseres zich volgens de minister waarschijnlijk te kwader trouw heeft ontdaan van haar paspoort. Daarom is aan haar een terugkeerbesluit opgelegd, een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Geloofwaardigheidsbeoordeling: geloofwaardigheid en samenhang verklaringen
4. Eiseres heeft aangevoerd dat ten onrechte is tegengeworpen dat zij niet eerder is vertrokken, direct nadat haar vader is mishandeld en is meegenomen door haar oom. Eiseres is een jonge vrouw die altijd onder het toezicht van mannelijke familieleden heeft geleefd en kon daarom geen verstrekkend besluit nemen. Eiseres wijst daarbij op het freeze effect. Ten onrechte is verder tegengeworpen dat eiseres heeft kunnen ontsnappen zonder begeleiding. Uit de verklaringen van eiseres blijkt dat de oom haar vertrouwde omdat ze meewerkte. De oom zou begeleiding regelen, maar heeft dat niet gedaan en is vertrokken. Eiseres kon op dat moment vluchten. Verder werpt de minister ten onrechte tegen dat Al Shabaab geen actie heeft ondernomen tegen eiseres toen zij ondergedoken was in Mogadishu, omdat zij daar geen controle hebben, als zij eiseres al konden vinden. Het bleef daarom bij telefonische bedreigingen. Ter onderbouwing is in beroep informatie overgelegd van VWN over de werkwijze van Al Shabaab.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de gestelde problemen met Al Shabaab ongeloofwaardig zijn. De minister heeft in dit verband eiseres ten onrechte tegengeworpen dat het onlogisch is dat zij niet onmiddellijk is gevlucht, nadat haar oom haar vader heeft mishandeld en heeft gezegd dat hij zou terugkomen. De rechtbank acht hierbij van belang dat eiseres heeft verklaard dat haar stiefmoeder op dat moment heeft geprobeerd haar gerust te stellen, dat zij heeft gezegd met de oom te praten en dat eiseres zich geen zorgen hoefde te maken. Ook heeft eiseres verklaard dat zij dacht dat haar oom en vader er samen uit zouden komen, dat zij met rust gelaten zou worden, dat zij geen uitweg zag en tussen hoop en vrees leefde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom deze verklaringen van eiseres niet geloofwaardig zijn, mede gelet op de leeftijd van eiseres. Eiseres heeft niet ten onrechte gesteld dat uit haar verklaringen volgt dat zij een jonge vrouw is die tot dat moment onder toezicht van haar (stief)ouders heeft geleefd.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiseres over haar ontsnapping niet aannemelijk zijn. Het standpunt van de minister dat het niet aannemelijk is dat eiseres zonder toezicht zou zijn achtergelaten in het huis waar zij eerder werd vastgehouden, waardoor zij heeft kunnen ontsnappen, acht de rechtbank onvoldoende. Eiseres stelt in dit verband namelijk dat zij het vertrouwen van haar oom had gewonnen en dat er geen begeleiding was gekomen nadat hij is vertrokken op de dag dat zij van haar oom op bezoek mocht bij haar stiefmoeder. De minister heeft geen deugdelijke motivering gegeven waarom deze gang van zaken niet geloofwaardig is. De minister heeft in het bestreden besluit ook niet deugdelijk kunnen tegenwerpen dat uit de verklaringen van eiseres niet blijkt of de overige bewoners van het huis (handlangers van de oom) op dat moment afwezig waren. Eiseres heeft namelijk in algemene zin verklaard ‘ze gingen overdag weg en dan kwamen ze in de avond terug.’ Bovendien heeft de minister hier in het kader van de ontsnapping niet meer naar gevraagd.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister verder ten onrechte aan eiseres tegengeworpen dat Al Shabaab geen uitvoering heeft gegeven aan de gestelde telefonische dreigementen, op het moment dat eiseres in Mogadishu zou zijn ondergedoken. Eiseres stelt niet ten onrechte dat uit landeninformatie volgt dat deze stad onder controle staat van de Somalische overheid. De minister heeft in het voornemen dan ook niet kunnen stellen dat dit gebied onder de macht van Al Shabaab staat. Dat er volgens het recente ambtsbericht in Mogadishu zelfmoordaanslagen plaatsvinden door de militie, waar in het bestreden besluit op is gewezen, maakt niet dat het onaannemelijk is dat eiseres alleen zou zijn bedreigd, maar niet zou zijn opgehaald. In de besluitvorming gaat de minister er onverkort vanuit dat eiseres meent dat Al Shabaab wist waar zij zou zijn ondergedoken. Eiseres heeft echter ook verklaard dat bij de telefonische dreigementen werd gesteld dat ze haar zouden gaan vinden. Ook heeft eiseres verklaard dat haar achterneef telefonisch werd bedreigd waarbij gezegd werd dat hij eiseres in huis heeft genomen, terwijl zij op dat moment al bij een andere familie was ondergedoken. Hieruit volgt niet dat Al Shabaab op elk moment wist waar eiseres verbleef. De stelling van de minister op zitting, dat eiseres eerder in Kurmaan zou zijn ontvoerd, laat het voorgaande onverlet. De minister heeft daarom onvoldoende gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres in dit verband niet geloofwaardig zijn.
Geloofwaardigheidsbeoordeling: beschouwing in grote lijnen
5. Eiseres heeft verder betwist dat zij in grote lijnen als ongeloofwaardig kan worden beschouwd. Daartoe heeft eiseres aangevoerd dat het niet mogelijk is dat zij een diplomatenpaspoort heeft verkregen via haar moeder. Zij betwist dat haar moeder een parlementslid is en heeft daartoe gesteld dat de namen afwijken. Eiseres stelt dat zowel het paspoort en visum voor haar zijn geregeld. Dit was dan ook niet haar eigen paspoort. Zij heeft dit nooit heeft gehad en zij is niet in Kenia geweest voor de visumaanvraag. Eiseres betwist daarmee dat zij wisselend heeft verklaard. Ter onderbouwing heeft eiseres gewezen op nieuwsberichten waaruit volgens haar blijkt dat mensensmokkelaars in Somalië misbruik hebben gemaakt van diplomatieke paspoorten voor visumaanvragen. Ook heeft de minister niet onderbouwd dat inderdaad sprake is geweest van een diplomatenpaspoort. Onbekend is of de minister dit is nagegaan bij Italië. Tot slot werpt de minister haar ten onrechte tegen dat zij niet onverwijld in Italië asiel heeft aangevraagd, omdat daartoe geen verplichting bestaat. De minister kan daarom niet stellen dat het afdoet aan de geloofwaardigheid van haar vrees, omdat dat dan voor iedere asielzoeker geldt.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres in grote lijnen ongeloofwaardig is. Uit EU-VIS blijkt weliswaar dat aan eiseres op basis van een diplomatenpaspoort een visum is verleend, maar de minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de verklaring van eiseres dat deze documenten voor haar geregeld zijn, ongeloofwaardig is. Eiseres heeft ter onderbouwing gewezen op twee artikelen, waarvan een ziet op misbruik van het visumsysteem met Somalische diplomatenpaspoorten door mensensmokkelaars. De minister is hier niet gemotiveerd op ingegaan. In het bestreden besluit is enkel gesteld dat de informatie met name over vervalste reisdocumenten gaat, terwijl dit niet het geval is in het genoemde artikel. Alleen het tweede artikel ziet specifiek op vervalste reisdocumenten. Over het diplomatenpaspoort heeft de minister zich naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat aangenomen mag worden dat eiseres het paspoort heeft verkregen vanwege de functie van haar moeder. De informatie van de Somalische overheid, waar de minister op heeft gewezen, vermeldt namelijk niet dat een diplomatenpaspoort wordt afgegeven aan familieleden van overheidsfunctionarissen. Verder heeft eiseres terecht gesteld dat de namen van haar moeder en het parlementslid, waar de minister op heeft gewezen, niet geheel overeenkomen. De minister is hier in het bestreden besluit niet op ingegaan. Op zitting heeft de minister enkel gesteld dat de afwijking in de namen niet afdoet aan de aanwezigheid van een diplomatenpaspoort. De motivering is onvoldoende in het licht van het voorgaande. Bovendien laat dit onverlet dat in Somalië identiteitsdocumenten via tussenpersonen geregeld kunnen worden en dat veelal sprake is van corruptie bij Somalische overheidsinstanties, zoals blijkt uit het recente ambtsbericht.
De rechtbank volgt de minister verder niet in de tegenwerping dat eiseres wisselend heeft verklaard over het paspoort. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van wisselende verklaringen. Eiseres verklaarde bij de AVIM dat het gebruikte paspoort is aangevraagd in 2022-2023 en dat dit bij de smokkelaar in Somalië is. In het aanmeldgehoor verklaarde eiseres dat de reisagent dit voor haar heeft aangevraagd en dat dit haar eigen was. Eiseres licht toe in het nader gehoor dat zij nooit een paspoort heeft gehad. Dat zij het paspoort haar eigen noemt is evenwel mogelijk omdat dit op haar naam stond, zoals zij heeft aangevoerd in de zienswijze en zoals volgt uit de visumverlening. De verklaring van eiseres dat dit paspoort in Somalië ligt, terwijl zij hiermee is ingereisd, is niet wisselend nu eiseres heeft verklaard dat zij het paspoort heeft teruggegeven aan de reisagent. Daarbij heeft eiseres verklaard dat zij afhankelijk was van de reisagent, dat hij het paspoort bij zich hield en dat zij zijn instructies moest opvolgen. De minister heeft in het licht van deze verklaringen onvoldoende gemotiveerd dat eiseres over haar reis en het paspoort wisselend en onlogisch heeft verklaard.
De omstandigheid dat eiseres eerst in Nederland om internationale bescherming heeft verzocht en niet in Italië, doet niet af aan de voorgaande motiveringsgebreken. De minister mag deze omstandigheid betrekken in zijn beoordeling, ondanks dat er (nog) geen verplichting bestaat om in het eerste land een asielaanvraag in te dienen. Op zichzelf staand is deze omstandigheid echter onvoldoende om de gestelde vrees niet aannemelijk te achten. Dit betekent dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de problemen van eiseres met Al Shabaab ongeloofwaardig zijn. Deze beroepsgronden slagen daarom.
Vrees als alleenstaande vrouw
6. Eiseres heeft verder aangevoerd dat zij als een alleenstaande vrouw te vrezen heeft in Somalië. Haar vader is meegenomen door Al Shabaab. Ze weet niet waar hij is. Haar achterneef kan haar niet beschermen, omdat hij zelf door hen bedreigd is. Bovendien is deze achterneef verre familie, die niet onder de grootfamilie van het alleenstaande beleid valt. Volgens eiseres is er daarom geen mannelijk familielid die haar kan beschermen en heeft zij geen sociaal netwerk voor ondersteuning bij terugkeer. Ter onderbouwing is landeninformatie overgelegd, samengesteld door VWN in een brief van 26 februari 2026.
Ook deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft dat eiseres geen alleenstaande vrouw is bij terugkeer. De minister heeft zich niet op het standpunt kunnen stellen dat de vader van eiseres in Somalië aanwezig is. De minister heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd dat de problemen van eiseres, waaronder de verdwijning van haar vader, ongeloofwaardig zijn. De minister heeft verder onvoldoende gemotiveerd dat er overige familieleden in Somalië aanwezig zijn waar eiseres op kan terugvallen. Daartoe heeft de minister niet kunnen wijzen op de aanwezigheid van een achterneef. Eiseres stelt terecht dat deze verre familie niet onder de grootfamilie van het alleenstaande beleid valt.
Vrees voor herbesnijdenis
7. Eiseres heeft verder aangevoerd dat zij door haar buitenlandgang opnieuw besneden zal worden bij terugkeer. In beroep is ter onderbouwing gewezen op landeninformatie van het EUAA uit 2023-2025 en rapporten van de Deense en Zweedse migratiediensten, samengesteld door VWN in de brief van 25 februari 2026. Volgens eiseres blijkt hieruit dat herbesnijdenis in specifieke gevallen plaatsvindt.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de vrees voor herbesnijdenis niet aannemelijk is gemaakt. Daartoe heeft de minister terecht betrokken dat eiseres heeft verklaard dat zij al op de zwaarste vorm is besneden (type III). De minister heeft verder kunnen stellen dat herbesnijdenis niet gebruikelijk is in Somalië en heeft ter onderbouwing kunnen wijzen op het ambtsbericht van 2010 en een uitspraak van de Afdeling van 28 november 2014. Volgens de meer recente landeninformatie waar eiseres op heeft gewezen kan herbesnijdenis in specifieke gevallen plaatsvinden, bijvoorbeeld in het bevallingsproces, of als eerder op een lichtere vorm is besneden (type I of II), of na een voorhuwelijkse relatie, verkrachting of na een echtscheiding. De informatie stelt niet eenduidig dat herbesnijdenis systematisch voorkomt, maar dat het van omstandigheden afhankelijk is, zoals leeftijd, burgerlijke staat, (familiale) opvattingen en tradities en het type besnijdenis dat al is ondergaan. De minister heeft in reactie op deze informatie op zitting niet ten onrechte gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze omstandigheden op haar van toepassing zijn, dan wel dat dit haar persoonlijk zal overkomen vanwege haar buitenlandgang.
Een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer
8. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres via Mogadishu naar Baidoa kan vliegen en vanuit daar per land naar Kurmaan kan reizen door gebied dat niet onder controle staat van Al Shabaab. Ter onderbouwing is gewezen op het ambtsbericht 2025.
Eiseres heeft betoogd dat zij niet veilig naar haar woonplaats Kurmaan kan terugreizen in Somalië, vanwege controles door Al Shabaab. Zij loopt daarom een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. Het gaat eiseres dan met name om de reis over land, van Baidoa naar Kurmaan. Op zitting heeft zij erkend dat een vlucht van Mogadishu naar Baidoa op dit moment mogelijk is. Ter onderbouwing heeft zij gewezen op de landkaart van polgeonow.com van 31 juli 2025 en het COI rapport van het EUAA van augustus 2025.
Volgens het landenbeleid van de minister bestaat voor iedere terugkeerder naar een gebied in Somalië waar Al Shabaab aan de macht is dan wel het gebied controleert, een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Datzelfde risico wordt ook aangenomen voor een terugkeerder die over land moet reizen waar Al-Shabaab de macht heeft of aldaar controleert.
Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres afkomstig is uit het dorp Kurmaan, nabij de stad Bardera in Jubaland State. Niet in geschil is dat eiseres naar Baidoa zou kunnen vliegen. De minister heeft in dat verband op het ambtsbericht 2025 kunnen wijzen. De rechtbank is echter van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres over land van Baidoa naar Kurmaan kan reizen. De minister heeft dit namelijk in de besluitvorming geenszins onderbouwd en vervolgens onvoldoende nader toegelicht. Daartoe acht de rechtbank de toelichting op zitting, dat eiseres enkel door gebied dient te reizen dat onder ‘mixed/unclear’ controle staat, onvoldoende in het licht van de landeninformatie waar eiseres op heeft gewezen. Zo blijkt uit de genoemde landkaart van 31 juli 2025 dat ten oosten van Bardera een (rood) gebied ligt dat onder controle staat van Al Shabaab, waardoor beide rechtstreekse wegen vanuit Baidoa lopen. De minister heeft zonder nadere toelichting of onderbouwing daarom niet kunnen stellen dat eiseres over land naar Kurmaan kan terugreizen.
Afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond
9. Tot slot heeft eiseres aangevoerd dat haar asielaanvraag ten onrechte is afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarom mocht ook geen terugkeerbesluit worden opgelegd, een vertrektermijn worden onthouden of een inreisverbod worden uitgevaardigd. Volgens eiseres kan haar niet worden tegengeworpen dat zij in Italië haar paspoort heeft afgestaan aan haar reisagent. Eiseres was volledig afhankelijk van deze persoon en ze heeft gedaan wat hij van haar vroeg. Volgens eiseres is daarom eerder sprake van een situatie van dwang, dan van te kwader trouw. Daarbij stelt eiseres dat ze nauwelijks scholing heeft gehad.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat het waarschijnlijk is dat eiseres zich te kwader trouw heeft ontdaan van haar paspoort. Daartoe acht de rechtbank de motivering in de besluitvorming onvoldoende. In het voornemen heeft de minister enkel gesteld dat eiseres vermoedelijk met opzet haar paspoort heeft vernietigd of weggemaakt. In het besluit heeft de minister enkel gesteld dat er geen redenen blijken te zijn waarom eiseres haar paspoort zou weggeven. Daarmee is de minister onvoldoende ingegaan op de verklaringen van eiseres dat zij het paspoort heeft teruggegeven aan haar reisagent en zijn instructies opvolgde, omdat zij van hem afhankelijk was. Ook deze beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 van de Awb. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. De minister heeft de asielaanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat betekent dat ook ten onrechte een terugkeerbesluit en inreisverbod is opgelegd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, met uitzondering van de toegekende dwangsom. Dat betekent dat de toekenning van de rechterlijke dwangsom in stand blijft, omdat deze dwangsom(termijn) is verbeurd.
De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de aanvraag te nemen, omdat de minister opnieuw de geloofwaardigheid van de gestelde problemen dient te beoordelen en de situatie bij terugkeer op dat moment moet onderzoeken. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om de gebreken gedurende deze beroepsprocedure te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus), omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
11. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.