RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.3942
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 4 november 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel – 8 EVRM (hierna: de aanvraag). Eiser stelt nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvraag.
Overwegingen
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort.3 Er kunnen omstandigheden bestaan waardoor het griffierecht eerder betaalt dient te worden. In dit geval zorgt het spoedeisende karakter van de procedure om een termijn van twee weken. In dit geval bedraagt het griffierecht € 200,-.
1. ECLI:NL:RBDHA:2025:23415.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser op 28 maart 2026 een nota gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Volgens de Track & Trace gegevens van PostNL is deze aangetekende brief op
31 maart 2026 op het kantooradres van de gemachtigde ondertekend en bezorgd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor proceskostenveroordeling bestaat gelet op het voorgaande geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 april 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.