ECLI:NL:RBDHA:2026:1401

ECLI:NL:RBDHA:2026:1401

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer AWB 25/5503
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep ongegrond. Richtlijn tijdelijke bescherming, derdelander, eiseres valt niet onder de Richtlijn omdat zij voor peildatum uit is Oekraïne vertrokken.

Uitspraak

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: J. Stoker),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de vaststelling van verweerder dat eiseres geen verblijfsrecht in Nederland heeft op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (de Richtlijn).

Met het primaire besluit van 20 november 2023 heeft verweerder medegedeeld dat eiseres geen recht heeft op verblijf in Nederland onder de Richtlijn. Met het bestreden besluit van 29 februari 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het primaire besluit gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en A. Pin als tolk. Verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1964 en heeft de Oekraïense nationaliteit. Eiseres heeft kenbaar gemaakt aanspraak te willen maken op de tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn in verband met de invasie van de Russische strijdkrachten in Oekraïne op 23 februari 2022. Verweerder heeft aan eiseres medegedeeld dat eiseres geen aanspraak kan maken op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn omdat hij er niet van overtuigd is dat eiseres door de oorlog in Oekraïne ontheemd is geraakt. Zij heeft Oekraïne voor de peildatum van 27 november 2021, namelijk al in 2018, verlaten en is daarna niet naar Oekraïne teruggekeerd en heeft in Italië gewoond.

Wat vindt eiseres in beroep?

3. Eiseres bestrijdt het bestreden besluit – kort samengevat – op drie onderdelen. Ten eerste heeft verweerder ten onrechte de verklaringen waarop het bestreden besluit berust in de bezwaarprocedure niet aan eiseres beschikbaar gesteld. Ten tweede heeft verweerder eiseres ten onrechte niet gehoord. Ten derde is verweerder niet, althans onder het stellen van een extreem korte termijn, ingegaan op het bewijsaanbod van eiseres.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

5. De rechtbank stelt voorop dat de peildatum van 27 november 2021 geldt om te bepalen of iemand Oekraïne is ontvlucht vanwege de militaire invasie door Rusland en daardoor ontheemd is geraakt. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres voor de peildatum van 27 november 2021 uit Oekraïne is vertrokken. Eiseres heeft ter zitting namelijk verklaard in 2018 uit Oekraïne te zijn vertrokken, zoals blijkt uit de stempel in haar paspoort, en dat ook te hebben verklaard toen zij kenbaar maakte aanspraak te willen maken op de Richtlijn. Dat betekent dat eiseres Oekraïne niet is ontvlucht vanwege de militaire invasie en dat zij dus ook niet daardoor ontheemd is geraakt. Eiseres behoort daarom niet tot de categorieën ontheemden zoals omschreven in de Richtlijn.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich gelet op het voorgaande terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet valt onder de Richtlijn omdat eiseres voor de peildatum van 27 november 2021 al uit Oekraïne was vertrokken. De rechtbank volgt de stelling van eiseres dat verweerder ten onrechte de verklaringen waarop het bestreden besluit berust niet heeft overlegd, niet, gelet op de hiervoor onder rechtsoverweging 5. vermelde verklaring van eiseres ter zitting. Op grond hiervan valt dus niet in te zien welk belang eiseres zou hebben bij het verkrijgen van verklaringen. Ook de stelling van eiseres dat verweerder haar een te korte termijn heeft gegeven voor het aanleveren van aanvullende bewijsstukken, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft namelijk mogen tegenwerpen dat eiseres niet nader heeft onderbouwd om welke bewijsstukken het gaat en dat eiseres tussen het indienen van het bezwaarschrift en het bestreden besluit afdoende tijd heeft gehad om bewijsstukken te verzamelen. De rechtbank acht hierbij van belang dat inmiddels nog meer tijd is verstreken en eveneens nog steeds niet is gebleken om welke documenten het gaat. De rechtbank heeft begrip voor de op zitting door eiseres aangehaalde huidige situatie in Oekraïne, maar overweegt dat die situatie in de huidige procedure niet ter beoordeling ligt. De beroepsgrond slaagt niet.

Hoorplicht

6. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om eiseres te horen. Gelet op wat onder 4 tot en met 5.1 is overwogen, heeft verweerder het bezwaar namelijk op goede gronden kennelijk ongegrond verklaard. Er hoeft niet gehoord te worden als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een andersluidend besluit leiden. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.M.A. Vinken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?